Wat lees je?

Dit artikel publiceerde ds. Salomons in "Luctor et Emergo" - orgaan van de Bond van Christelijke Gereformeerde Jongelingsverenigingen na een onderzoek ingesteld te hebben naar hetgeen zo al gelezen wordt door  de wat oudere jeugd. Het is verrassend actueel en zou vandaag geschreven kunnen zijn.


Leest men onder ons weinig geschiedenis, nog veel minder worden de z.g. oude schrijvers gelezen. Ik bedoel met oude schrijvers de stichtelijke natuur en meer dogmatisch getinte werken van mannen als Comrie, Boston, Erskine, Marshal, Owen, Lampe, enz., enz., te veel om op te noemen. Er zijn maar enkele lijsten, waarop namen als Bunyan, Boston, Huntington e a. voorkwamen. Het blijkt èn uit de lijsten èn uit mondeling onderhoud, dat onze jonge mensen de z. g. n. oude schrijvers niet kennen, en daarom wellicht niet beminnen!


Wat moet men van zo iets nu denken? Direct weg veroordelen? Zo maar zeggen: dat komt, omdat de jongere generatie zo licht, zo oppervlakkig, zo geestelijk dood is? Dat is natuurlijk de gemakkelijkste weg, om uit enkele gegevens maar 1  conclusie te trekken, maar of die conclusie daarom wel de juiste is?

Het is echter wat anders, wanneer men bovengenoemde werken gelezen heeft en dan verachtelijk er over spreekt Dat verraad m.i. toch een tekort aan geestelijke diepgang. Zulke mensen ontmoet ik ook! Ze hebben alle oude schrijvers op de rommelzolder geborgen of aan de een of andere Jood verkocht. Ik vrees, dat dezulke de zware kon niet verdragen kunnen; ze hebben liever vervalste melk, melk met wat water er bij.

"Maar, domine," zo hoor ik iemand zeggen, "het lezen van ellenlange verhandelingen en geestelijke verklaringen vergt toch al te veel van onze gejaagde en nooit tijd hebbende mensen." Dat geef ik toe. Met name onze vaders, levend ten tijde van de trekschuit, vergen ontzaglijk veel van uw geduld. En als u de preken van Erskine voor u neemt, waarvan sommige over de honderd bladzijden tellen, ja, hoor, dan wordt u wel eens even kriebelig en zucht bij ''t voorlezen: "nog al meer." De eigenlijke schriftverklaring is bij sommige schrijvers o zo pover, de z.g.n. toepasselijke uitwijding verbazend breed. Dat is een wezenlijk gebrek bij velen der ouden.


Daar staat echter tegenover, dat het z.g. bevindelijk element echte kost is voor een mens, die door genade geleerd heeft, dat de lijdzaamheid bevinding werkt. Over Gods ontmoetingen, over geloofsonderhandelingen en -oefeningen schrijven onze tegenwoordige schrijvers maar al te weinig. Het z.g.n. standelijk leven van de gelovigen met zijn eb en vloed, met zijn trappen schakeringen, verschijningsvormen, zie...dat wordt tegenwoordig niet meer beschreven Trouwens, daaraan schijnen de meeste christelijke lezers, ook uit onze kringen, niet de minste behoefte te hebben.

Dat blijkt ook wel uit de gesprekken Als het gaat over allerlei beuzelachtige dingen, desnoods over politiek en kerkelijke dingen, ja, dan komt men nog even in actie, maar.... spreek eens over het zalige en zoete omgangsleven met God! Opeens staat de wagen stil, ''t gesprek verstomt, en men ziet u aan, alsof je een mens uit de vorige eeuw bent.

Is het wonder, dat zulke kringen de oude schrijvers niet kennen en ze maar ''t liefst niet willen kennen daarbij? Nog eens, het gaat niet aan, ons maar avond aan avond over die zware folianten gebogen te zitten. Daar hebben onze jonge mensen geen tijd voor. De voorbereiding voor de komende levenstaal eist al zo ontzaglijk veel.

Vergeet echter niet, dat vele stichtelijke werken reeds uit een oudere druk in de tegenwoordige spelling zijn overgezet: dat er toch ook dunnere boeken zijn, die je in een avond of wat gemakkelijk kunt uitlezen. Werkjes van Gray, van Boston, van Binning, van Bunyan, enz. enz. zijn er toch ook. Ze lezen prettig en geven je iets kostelijks voor de ziel.

''t Is waar, je zinnen worden niet geprikkeld, je hartstochten niet opgezweept je nieuwsgierigheid naar z g. nieuwtjes en sensatie niet voldaan. Indien je echter een nieuw mens bent geworden, zult je, toch waarlijk gesticht worden door onze oude schrijvers. Behoudens enkelen, die wat de ziekelijke kant opgaan, bieden ze je gezonde kost. Zeker je kunstzin wordt niet voldaan, je dorst naar wetenschap niet gelest. Het is mij trouwens opgevallen, dat zij, die wel enige letterkundige smaak hebben, juist wel iets van onze ouden gelezen hebben; maar zij, die alleen lezen om maar wat geboeid te worden, weten van onze oude schrijvers helemaal niets af.

Ik heb hierboven geschreven, "indien gij een nieuw mens zijt geworden", maar daarmede een vraag opgeworpen, die wij even onder de ogen moeten zien. Als onze jonge mensen nu nog geen nieuwe mensen zijn geworden, dus nog onbekeerd zijn, moeten we ze dan toch maar een oude schrijver onder de ogen duwen en zeggen: weg met die romannetjes, leest dit eens, een boek van Marshall, over de evangelische heilligmaking?

Wat zal ik daarop antwoorden? Dergelijk optreden acht ik geheel verkeerd. Dan wordt het een gedwongen werk. Dan hebt u kans, als ze u gehoor geven, omdat ze niet anders durven, dat u vrome broekjes kweekt. Als iemand geen trek heeft in de oude schrijvers, moet u ze nooit aan hem opdringen; laat hem de nieuwere schrijvers, mits ze niet schadelijk voor de ziel zijn gerust lezen.

Alleen maar...stelt ze wel in de gelegenheid om de ouderen te lezen; laat uw verenigingsbibliotheek ze toch vooral niet opdoeken: als u jeugdleider bent, leg een keur voor ze aan, onder de oude schrijvers en spreek met de jonge mensen over ''t nut, dat u ziet in die boeken. Toon ze aan, waarom en in welke zin de oude wijn boven de nieuwe te verkiezen is. Er mocht in onze kringen wel wat meer liefde gekweekt worden voor het boek der ouden.

Ten slotte nog één opmerking. Op sommige lijsten stond ook nog vermeld, dat de Bijbel gelezen werd. Ik dacht eerst, dat is nog al natuurlijk. Toch was die gedachte zeer oppervlakkig van mij. Want het is werkelijk niet zo''n gewone zaak. Zeker, op de vereniging, in de huizen wordt Gods Woord op gezette tijden gelezen. Daaraan valt niet te twijfelen.

Maar wordt de Bijbel ook op de nietgezette tijden ter hand genomen? Ook door de lezers van de oude schrijvers? Grijpen sommigen niet liever naar Philpot dan naar Gods onfeilbaar getuigenis? Verslinden anderen niet de werken van Runia, terwijl ze naar Gods Woord niet talen? Jonge mensen, al wat u leest is mensenwerk, dus hoe goed ook, onvolmaakt, vol gebreken, maar het Boek der boeken is Gods werk, volmaakt: Gods getuigenis, dat eeuwig zeker is en slechten (onwetenden) wijsheid geeft.

Het is mij op alle catechisaties gebleken, dat men van de bijbelse geschiedenis bedroefd weinig afweet. De catechisanten, die pas van de christelijke school komen, zijn er vrij wat beter in thuis, dan zij die den leeftijd van 17 tot 20 jaar bereikt hebben. Ik heb menige bijbelbespreking op Jongelingsvereniging hier en elders bijgewoond en eerlijk gezegd dikwerf viel ''t mij tegen.

Onze jonge mensen zijn aardig thuis in allerlei urgente vraagstukken, weten wel een woordje mee te praten over radio, electriciteit; lezen ook wel iets over de geestelijke stromingen van onze dagen, maar de bijbelse geschiedenis!! Zondagschoolkinderen weten er soms meer van dan onze rijpere jeugd!

Ziet, vrienden dat vind ik nu zo jammer! Dat verraadt (honderd maal meer, dan het lezen van oude schrijvers) gebrek aan geestelijke diepgang, gemis aan geestelijk leven! Misschien is mijn grievenceel je erg onaangenaam, Zij, die niet zo schuldig staan zullen zich niet ergeren, veeleer mij gelijk geven. Ik moet echter de vinger op de wondeplek leggen! Mijn doel is niet af te stoten, maar te behouden. Maar dat behouden geschiedt zeker niet door net te doen, alsof de kwaal niet ernstig ware.

Mocht Gods Geest in de gelederen van onze jonge mensen komen met zijn zaligmakend verlichtend werk. Mocht het getuigenis des Geestes Gods Woord je als Gods Woord doen kennen, dan zal ''s Heeren Woord je dierbaar worden als nooit te voren. En met de man naar Gods hart zult je ook  mogen getuigen, steeds meer: Ik zal Uwe bevelen overdenken, en op uwe paden letten. Ik zal mijzelve vermaken in uwe inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

Jonge vrienden! Wat lees je? Gods Woord?


Amersfoort, Ds. G. Salomons