Standen in genadeleven

Ds. M. Baan

(...) Er zijn verschillende standen in het geestelijke leven. Hoe verschillend, en hoe wisselend deze standen ook mogen zijn, de staat van al Gods Kinderen ligt toch eeuwig vast! Zij ligt vast in de verkiezende liefde des vaders; in de verlossende liefde des Zoons; en in de verzegelende liefde des Heiligen Geestes. Daar is alzo geen afval der heiligen. Vallen in bijzondere zonden is wel mogelijk. Denk maar aan David en Petrus. Vervallen, verachteren in de genade is ook mogelijk. Zó vervallen kan het geestelijk leven soms zijn, dat de Schrift spreekt over "een rokende vlaswiek", waarvan gezegd moet worden, daar is meer rook dan licht! Nochtans houdt de Heere Zijn eigen werk in stand. Hij laat niet varen énig werk van Zijn handen. Gekrookte rietstengels richt Hij op; rokende vlaswieken blaast Hij aan. Hij zoekt het verlorene en het weggedrevene; Hij verbindt het gebrokene en versterkt het kranke. Zouden Gods kinderen aan eigen krachten overgelaten worden, zo zegt onze belijdenis, zij zouden uit oorzake van de overblijfselen der inwonende zonden, en ook vanwege de aanvechtingen der wereld en des satans niet kunnen volstandig blijven."Maar God is getrouw, die hen in de genade, hun eenmaal gegeven, barmhartiglijk bevestigt, en ten einde toe krachtiglijk bewaart." (D.L. H. 5 Par. 3) Zo valt in het stuk van de geestelijke volharding, niets in de mens, maar alleen in God te roemen. Zouden Gods kinderen in het genade-leven aan zichzelf worden overgelaten, zij zouden van het geloof en de genade uitvallen, ja zelfs verloren gaan. "Doch ten aanzien van God", zegt onze belijdenis, "kan het ganselijk niet geschieden, dewijl noch Zijn raad veranderd, noch Zijn beloften gebroken, noch de roeping naar Zijn voornemen herroepen, noch de verdienste, voorbidding en bewaring van Christus, krachteloos gemaakt, noch de verzegeling des Heiligen Geestes verijdeld of vernietigd kan worden." (D.L. h. 5. par. 8).

In de kracht Gods bewaard.
Wat een troost ligt hierin bij alle wisselingen en donkerheden, die er kunnen Zijn in het geestelijke leven. Onze belijdenis zegt: God de Vader stelt zich garant voor Zijn eigen werk, krachtens Zijn raad, Zijn beloften en Zijn roeping. God de Zoon stelt zich garant, krachtens Zijn verdienste, Zijn voorbidding en Zijn bewaring. En God de Heilige Geest stelt zich garant in Zijn verzegeling, die niet verijdeld of vernietigd kan worden. Spreekt de Schrift over deze verzegeling, dan zegt zij: "In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt, in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden, met de Heilige Geest der belofte. Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid." (Efeze. I: 13 en 14). Deze verzegeling zet het stempel van echtheid op het genade-leven. Deze verzegeling garandeert de inwoning des Geestes in het zondaarshart. Zij garandeert de bewaring van Gods genadewerk, en brengt ook tot verzekering daarvan. Zo kon Paulus getuigen: "Ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag." Nu is deze bewaring weer niet los te denken van het persoonlijk geloofsleven. God Drieënig bewaart namelijk het genade-leven van Zijn kinderen, door het geloof in hen te bewaren. Zo zegt Petrus: "Die in de kracht Gods bewaard wordt... door het geloof! tot de zaligheid, die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd." Zo kent het geestelijk leven dus de volharding des geloofs! Dreigde Petrus op de zeef van satan, Zijn geloof te verliezen, Christus had echter voor hem gebeden, dat Zijn geloof niet zou ophouden. Verschillende middelen wil de Heere gebruiken tot deze volharding des geloofs. Onderwijzing en besturing door het Woord; Vertroostende en levendmakende beloften; Opwekkende vermaningen; Bestraffende bedreigingen; Kastijdende roeden; Verzegeling door de Sacramenten. In dit verband spreekt de Schrift ook over een steeds voortdurende strijd des geloofs! "Strijd de goede strijd des geloofs, zo lezen wij, grijp naar het: eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen."

Het einde beter dan het begin.
Deze strijd des geloofs geeft vaak vele teleurstellingen te boeken. Zó groot kunnen de teleurstellingen soms zijn, dat men vreest in de strijd om te zullen komen. Hoe kan het vlees heersen over de geest; de zonde over de genade; de oude mens over de nieuwe mens, en dan de macht van de wereld en de vorst der duisternis... Toch zorgt Gods Geest voor de volharding des geloofs, en "die volharden zal tot het einde, die zal zalig worden." Dat einde zal dan beter Zijn dan het begin. Stelt de Heere bij het begin van de strijd de kroon in uitzicht; bij het einde van de strijd wordt de kroon ter hand -gesteld, en zal het woord der schrift bevestigd worden: "Kom in gij gezegende des Vaders, en beërft het Koninkrijk, dat voor u is weggelegd "van de grondlegging der wereld." Dan komt het grote begin der eeuwigheid, van het volmaakt God dienen, dag en nacht in Zijn tempel.

Het begin beter dan het einde.
Dat grote begin der eeuwigheid, zal dan nóg beter zijn, dan het einde van de strijd op aarde. 't Lichaam der zonde is dan afgelegd, de macht van de wereld en van de vorst der duisternis, is dan voor goed te niet gedaan, dan zal het nieuwe leven zich pas goed kunnen gaan ontplooien, in het volmaakt kennen van God, in het volmaakt dienen van God, in het volmaakt liefhebben van God, in het volmaakt verheerlijken van God! Dan zal het standelijke leven zich hebben opgelost in het eeuwig statelijke leven van de verzoende gemeenschap met een Drieënig God, en zal onder begeleiding van gouden harpen, tot in der eeuwen eeuwigheid vertolkt worden, het nieuwe lied der aanbidding en dankzegging:
"Drieënige God, U zij al de eer!"

De Wekker