Religie en moderne literatuur

Els Florijn

"Waarom schrijven auteurs over het christelijke milieu waarvan ze afstand namen, zoals Jan Siebelink ("Knielen op een bed violen") en Franca Treur ("Dorsvloer vol confetti")? En waarom verkopen boeken over het "algemeen betwijfelde geloof" zo goed? Oscar Wilde schrijft, en dat lijkt voor iemand als Jan Siebelink op te gaan: "We worden gevormd door ons verleden. We kunnen ons er niet van ontdoen." Met een zeker verlangen kan Jan Siebelink spreken over de religieuze ervaring van zijn vader, met een zekere nostalgie over bepaalde gebeurtenissen in zijn jeugd. Al is dat niet het hele verhaal. (…) Waarom zijn boeken van auteurs als Siebelink en Treur zo geliefd? Mijn eerste gedachte is: omdat mensen er iets in herkennen van wat ze losgelaten hebben, iets waarvan het niet erg is als het aan de kaak gesteld wordt. Dat bevestigt hen in het idee dat ze een goede keuze hebben gemaakt. Natuurlijk is dat niet de enige reden. (…)

Franca Treur beschrijft de reformatorische wereld absoluut met een zekere sympathie. Niettemin schrijft ze, bijvoorbeeld in "Hoor nu mijn stem", over veel uiterlijke zaken. Ze noemt heel wat sociologische kenmerken, maar de kern van de zaak komt niet werkelijk naar voren. Ze heeft het over wedergeboren mensen, maar die stralen niet de liefde en vrede uit die God in het hart van Zijn kinderen uitstort. Het gaat niet over Jezus Christus, over hoe het is om werkelijk genade te bezitten. Heel wat reformatorische jongeren en ouderen herkennen zich zeer goed in het beeld dat Franca Treur neerzet. Maar komt dat niet omdat ze even weinig te zien krijgen van wat echt geloof is? Hoe anders schreef Geertruida Bosboom-Toussaint, in een brief aan de bekende literatuurcriticus Conrad Busken Huet: "Gij verwijt mij te blijven staan in het geloof der kinderjaren en van de catechisatiekamer. Ik schaam mij er niet voor te belijden dat ik werkelijk sta in dat geloof en doe U alleen opmerken dat het woord blijven onjuist is. Ik heb dat geloof veroverd onder allerlei smartelijke strijd en worsteling des uiterlijken en des innerlijken levens. Het is nu door Gods genade mijn eigen verkregen goed, en ik heb er de kracht van leren kennen bij ervaring."

Uit: Moderne literatuur kan religie maar niet loslaten, Reformatorisch Dagblad 22 januari 2019

In 'Adieu God' intervieuwt journalist Tijs van den Brink bekende Nederlanders zoals Arjan Lubach, Franca Treur, Youp van 't Hek en Johan Derksen. Zij vertellen waarom zij God vaarwel hebben gezegd. Wat opvalt, is dat veel mensen dat gedaan hebben omdat er dingen in hun leven gebeuren, die ze niet kunnen rijmen met een goede God. 'Als God echt zou bestaan, zou mijn moeder niet zo jong zijn overleden.' En daarom: 'adieu, vaarwel God!' Het gaat heel vaak over de waarom-vraag en het lijden. Die vragen kennen wij allemaal wel, denk ik. Maar je hoort weinig vragen waarom God wél goed voor ons is. Die bewijzen van Gods goedheid vinden we vaak maar gewoon. Gezondheid, voedsel, school, werk, huis, liefde, gezelligheid, lekker weer, mooie bloemen. Vooral: Zijn Woord, Zijn Zoon. Wie heeft het daar moeilijk mee, dat God dat allemaal aan de wereld geeft? Ik ken er één: Jona

Ds. M. Kempeneers in: Bewaar het Pand 22 mei 2020 55e jaargang nr. 10