Pieter Johannes Marie de Bruin (1868-1946)
Biografische schets

deel 2



Docent in Apeldoorn (1905)

Op 18 september 1905 werd De Bruin, door de voorzitter van het curatorium ds. M. den Boer, geïnstalleerd als docent in de ecclesiologische vakken. Op 19 september 1905 aanvaarde hij zijn ambt en het hield zijn inaugurelerede in het Schoolgebouw van Rijswijk en sprak over ''de beoefening der historische theologie'. "Ik zag als een berg tegen deze 'reuzetaak' op en ik had wel gaarne mij willen terug trekken en maar een vergeten burger willen zijn, in plaats van op de voorgrond te treden. Toen toonde de Heere mij, waar in de Bijbel die vergeten burger was te vinden, namelijk in de dienstknecht die ontrouw was en zijn éne talent in de aarde begroef, zonder, als die andere dienstknechten met hun talenten te woekeren. Deze onderwijzing bracht een grote verandering bij mij teweeg en ik werd het eens, om ondanks alle bezwaren de weg des Heeren te gaan en met het oog op Zijn hulp en bekwaammaking mijn taak op de schouders te nemen. Daarin heeft Hij mij nooit beschaamd. Al spoedig kreeg ik de liefde van mijn studenten en genoot ik hun hoogachting." In 1906 volgde een volledige aanstelling als docent. "Zo had de Synode van 1906 mijn werk zeer uitgebreid, zodat ik Apeldoorn moest verlaten." "Op zondag 2 September 1906 preekte ik in Apeldoorn mijn afscheid. Wegens de hitte stonden de voordeuren open en stonden de mensen tot op straat, toen ik mijn afscheidswoord sprak over Hand. 20: 32. Dinsdagmiddag vertrok ik en kwam mijn kerkenraad met een open rijtuig bespannen met twee paarden, om mijn gezin en mij naar het station te brengen. Aan het station stond bijna de gehele gemeente om mij nog eens vaarwel te zeggen en toe te wuiven, totdat de trein uit het gezicht was. Vol van gedachten, zag ik Apeldoorn uit mijn oog verdwijnen." De Bruin vestigde zich nu in Den Haag en betrok een woning aan de Galileistraat.

Toen toonde de Heere mij, waar in de Bijbel die vergeten burger was te vinden, namelijk in de dienstknecht die ontrouw was en zijn éne talent in de aarde begroef, zonder, als die andere dienstknechten met hun talenten te woekeren. Deze onderwijzing bracht een grote verandering bij mij teweeg en ik werd het eens, om ondanks alle bezwaren de weg des Heeren te gaan en met het oog op Zijn hulp en bekwaammaking mijn taak op de schouders te nemen. Daarin heeft Hij mij nooit beschaamd.