Leendert Huibert van der Meiden (1882-1962)

Biografische schets

"Hadden de kinderen der Reformatie zich maar altijd aan het Woord van God gehouden. Benauwend is het op te merken hoe de Schrift gedevalueerd wordt door en onder hen, die pal moesten staan voor wat Luther sprak. Maar men doet dit niet. Het gezag van de Heilige Schrift wordt op allerlei wijze aangetast. Het oude thema: Gods Woord staat in de Bijbel, doet op allerlei wijze opgeld. En op die wijze kan men van de Bijbel maken wat men er van hebben wil. Op die wijze stelt men eigen gezag, stelt men de rede, boven de Schrift. Tegen dat devalueren van de Schrift moet ernstig gestreden worden, willen wij het beginsel der Reformatie niet verloochenen. Dat heeft niet alleen zin voor het kerkelijk leven. Natuurlijk moet men in het kerkelijk leven alleen buigen voor de Schrift. Ook in het zoeken naar eenheid van hen, die voor die Schrift zeggen te buigen, moet dit worden bedacht en betracht."

Zal iemand, om slechts enkele voorbeelden te noemen, die het Woord bedient uit Rom. 7, of uit Psalm 32, 51 of 130, dat kunnen doen en zwijgen over het bevindelijke leven? ,'t Is waarlijk niet nodig voor de prediker, naar de vromen zelf te gaan, om de stof voor het bevindelijk deel van zijn prediking uit hen te putten. Hij behoeft niet verder te gaan dan tot de Psalmen; zij geven hem alles, wat hij tot kennis van het werk Gods nodig heeft."