Komen tot Jezus Christus

Ds. L.H. van der Meiden

Velen belijden dat Jezus Christus is de Zaligmaker van zondaren. Zij erkennen ten volle dat alle heil alleen in Hem is; zij strijden zelfs voor die waarheid en zouden niet graag gaan luisteren naar een prediking, welke niet Jezus Christus, de Gekruiste, de Borg van zondaren. Schriftuurlijk verkondigt. Waarom komen zij niet tot het geloof in Christus ? Wanneer u hun vraagt of Jezus hun Zaligmaker is, dan huiveren zij een bevestigend antwoord te geven; veeleer zeggen zij, soms ook met ontroerde ziel, dat zij Hem nog missen. Ook zijn er, die wat koud zeggen dat zij onbekeerd zijn; dat er eerst heel wat anders met hen moet gebeuren, eer zij Jezus nodig hebben; dat het zo maar niet gaat om in Hem te geloven en dat zij niet behoren tot die lichte groep van kerkmensen, die altijd geloven kunnen. Maar al met al, zulke mensen komen niet tot het geloof in Christus.

De oorzaken er van zijn verschillend. De Schrift leert ons duidelijk dat Jezus de Zaligmaker is. Daaraan behoeven wij niet te twijfelen. De volle zaligheid is in Hem en in geen ander; de zaligheid is in geen ander, want er is ook onder de hemel geen andere naam, welke onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden. Hand. 4:12. Het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden, 1 Joh. 1:7. Al de profeten geven getuigenis dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangt in Zijn naam. Hand. 10:43. In Hem is de volle verzoening met God, Rom. 5:10 en in Hem hebben de kinderen Gods vrede bij God en toegang door Hem tot de Vader, Rom. 5:1, 2; Efez. 2:18. Voor hen, die in Hem zijn ingelijfd, is er geen oordeel der verdoemenis, Rom. 8:1, en in Hem zijn zij nieuwe schepselen, 2 Cor. 5:17. Zij hebben in Hem een eeuwige verlossing, Hebr. 9:12; zijn zij ook verlost van de toekomende toorn, 1 Thess. 1:10. Veel meer is te noemen, maar het is genoeg aan enkele teksten te herinneren om te staven hetgeen beleden wordt door de kerk dat Jezus is de volkomene Zaligmaker, buiten Wien geen zaligheid te vinden is, Heid. Catech. Zondag 11; Ned. Geloofsbel. art. 21-23.

Het staat dus volgens de Schrift vast dat allen, die zonder het geloof in Christus leven en sterven, verloren zijn; die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is (als een niet-gelovige blijft), die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. Joh. 3:36. Daarom is het zo noodzakelijk dat een ieder dit bedenke en zal worstelen om door het geloof in Christus geborgen te worden, opdat hij uit Zijn volheid ontvange genade voor genade. Joh. 1:16. Steeds kunnen wij vernemen de "verontschuldiging" dat een mens niet door eigen kracht kan geloven, maar u hoort er niet bij belijden dat Christus almachtig en genadig is om zondaren alle weldaden deelachtig te maken.

Waarom vlucht men dan niet met zijn onmacht tot Hem, door Wien Paulus alle dingen vermocht te doen? Hij heeft een Saulus gegrepen op de weg naar Damascus; Hij kan het meest verharde hart breken en vertederen; Hij kan dat hart vervullen met geloof en liefde door Zijn Geest; Hij kan uit de strikken van satan verlossen en vrijmaken van de zonde en de dood. Hij opent de ogen der blinden en leert doven luisteren naar Zijn Woord; Hij roept de doden ten leven en doet de lammen huppelen in zielenvreugd. Voor Hem is geen ding onmogelijk. Het is volkomen waar dat wij zonder Hem niets vermogen. Joh. 11:5, maar het is eveneens waar dat wat bij ons onmogelijk is, mogelijk is bij God; daarom kunnen wij zalig worden, Matth. 19:25, 26.

Christus is niet alleen de almachtige Zaligmaker, maar ook de bereidwillige Redder. Hij is de goede Herder, Die het verlorene zoekt; met innerlijke ontferming is Hij bewogen over het ellendige, Matth. 9:36. Hij biedt de volkomene zaligheid aan; Hij laat verkondigen dat alle dingen gereed zijn. Lukas 14:1; Hij nodigt hongerigen en dorstigen, Jesaja 55:1-3; Openbaringen 22:17, en laat bidden: Laat u met God verzoenen, 2 Korinthe 5:20.

In dit alles is de liefde Gods geopenbaard, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, 1 Johannes 4:9; Johannes 3:16.

In onze Dordtse Leerregels staat te lezen: En opdat de mensen tot het geloof worden gebracht, zendt God goedertierenlijk verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil; door wiens dienst de mensen geroepen worden tot bekering en het geloof in Christus de Gekruiste, Romeinen 10: 14, 15.

Die dit Evangelie niet geloven, op die blijft de toorn Gods. Maar die het aannemen en de Zaligmaker met een waarachtig en levend geloof omhelzen, die worden door Hem van de toorn Gods en van het verderf verlost en met het eeuwige leven begiftigd. Markus 16: 16. Dordtse Leerregels I, 3, 4.


Bij ons ligt de schuld van het ongeloof, maar het geloof in: Jezus Christus en de zaligheid is door Hem; dat is een genadegave, een werk door de Heilige Geest, Efez. 2:8; Filipp. 1:29. Die geroepen worden door het Evangelie, worden ernstig geroepen. Want God betoont ernstiglijk en waarachtig in Zijn Woord, wat Hem aangenaam is, namelijk dat de geroepenen tot Hem komen. Hij belooft ook met ernst allen, die tot Hem komen en geloven, de rust der zielen en het eeuwige leven. (D.L.R. III en V, 8).

Duidelijk is dus wel dat de nodiging door het Evangelie welgemeend is. Wij kunnen er op aan dat de boodschap van God waar is; wij mogen pleiten op Zijn Woord. Dat alles moet onze grootste verwondering te boven gaan en ons dringen met haast die zaligheid te zoeken (...)