Hermann Friedrich Kohlbrugge

Kohlbrugge en Delft hebben met elkaar een bepaalde band. Hij preekte regelmatig op uitnodiging van enkele vrienden in de Waalse Kerk. Later is hier de christelijke afgescheiden gemeente van Delft uit voortgekomen. Deze gemeente kreeg een kerkgebouw aan de Vlamingstraat in Delft (Oosterkerk). Later kwam het in handen van het Leger des heils. In 1892 verenigde de 'afgescheidenen' met de 'dolerenden' (volgelingen van dr. A. Kuyper). De dolerenden hadden hun kerkgebouw staan aan het Achterom (Zuiderkerk). Dit gebouw dateert uit 1888. Tegenwoordig maakt de Evangelische gemeente 'Morgenstond' gebruik van dit kerkgebouw.

Kohlbrugge bracht een ernstige en toch  gelukkige boodschap voor zondaren. Een boodschap die hij zelf diep doorleefd had. Zijn grote nalatenschap  van geschriften worden nog steeds gelezen. Regelmatig verschijnen er herdrukken.  Heel bekend zijn de Schriftverklaringen en een verzameling preken over de Heidelbergse Catechismus: de eenvoudige heidelberger.

Torentje van de Oosterkerk aan de Vlamingstraat te Delft
Torentje van de Oosterkerk aan de Vlamingstraat te Delft
De Zuiderkerk aan het Achterom te Delft
De Zuiderkerk aan het Achterom te Delft

Kohlbrugge:

"Wat is uw enige troost in leven en sterven? Het Evangelie sluit hier niemand uit. De vraag komt tot een, tot twee, tot vier, tot duizend, tot een gehele gemeente, tot een gehele stad, tot het ganse land! Maar alle mensen hebben deze troost (nl. die de Heidelbergse catechismus bedoeld) toch niet? Nee, deze troost heeft niemand van huis uit. Toch moet deze vraag aan allen gesteld worden".

"Wanneer wij het eigendom van Jezus Christus zijn, mogen wij aangaande dit en het toekomende leven zeggen: "De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen, ja, een schone erfenis is mij geworden". (Ps. 16: 6)

"Het gebeurt wel dat de duivel iemand wijs maakt dat hij vergeving van zonden ontvangen heeft. Hij kan zo iemand in de droom een Jezus-figuur voortoveren, hij kan iemand in slaap wiegen met een psalmwoord of een versje.

De Heere maakt de Zijnen echter waarachtige zondaren en dan doet Hij hen zinken op Zijn Woord. Dit Woord ademt Hij in ons hart en of u op dit Woord morgen of overmorgen niet leunen kunt, het ligt toch in uw hart. Dat is het onvergankelijk zaad, waarvan Petrus spreekt in 1 Petrus 1: 23.

Al mijn zonden, zegt de leerling. Hij klaagt zichzelf dus aan, nog meer, hij vervloekt zichzelf, en hij vervloekt volstrekt alles, wat in hem is. Het is een geschenk van de duivel om te geloven aan de vergeving van zonden in het algemeen. U moet weten dat het ook voor u is. Ik moet weten: voor mij! voor mij!"

"Wanneer God tot een zondaar komt brengt hij de vergeving van zonden niet mee, maar dan is er vergeving bij hem zoals wij ook in Psalm 130 lezen: Maar bij u is vergeving opdat Gij gevreesd wordt. Ach, die arme, hulpeloze, genadeloze zondaar, die de Heere opzoekt in Zijn vrije ontferming, ligt immers gebukt onder een onmetelijke last van zonde en schuld, zowel in woorden als in daden, waarover de wet en de duivel hem aanklagen dag en nacht, en wraak en vergelding over hem uitroepen.

O, dat u toch de Heere leerde kennen zoals Hij waarlijk is, dat is als een God, Die de zonde vergeeft en de ongerechtigheid niet toerekent, als een God, bij Wie de vergeving is, opdat Hij gevreesd wordt! De Heere komt tot de zondaar, komt tot ons, die zondaars zijn, uit vrije ontferming. En als er iets is, dat die ontferming kan doen ontbranden, dan is het juist uw armoede, uw naaktheid en hulpeloosheid.

Och, mocht u de Heere leren kennen als zulk een God, Die, waar wij bij aanvang of voortgang alles uit handen moeten werpen, ons dagelijks geestelijk bankroet moet verklaren en uitroepen: ik heb niets; en het met ons bloed ondertekenen, ja niet alleen dat wij de eeuwige dood verdiend hebben, maar die nog voortdurend verdienen door onze zonden, Zijn almachtige arm uitstrekt en tot ons spreekt: Ik wil niet meer op u toornen, noch op u schelden in der eeuwigheid! O, zink dan aan Zijn voeten neer en roep het in blijdschap uit: In mij is niets te vinden, maar al mijn heil is in Hem en grimmigheid is bij Hem niet".


In 1924 kwam er in Delft nog een derde Gereformeerde Kerk bij, namelijk de 'Westerkerk' aan de Hugo de Grootstraat. In deze kerk stond o.a. de bekende dr. K. Schilder. In 1981 werd deze kerk helaas gesloopt.

Dr. K. Schilder
Dr. K. Schilder
De Westerkerk aan de Hugo de Grootstraat Delft
De Westerkerk aan de Hugo de Grootstraat Delft

Onder leiding van de dolerend predikant C.W.J. van Lummel die twintig jaar als predikant aan  de gereformeerde kerk (Zuiderkerk) op het Achterom verbonden was, vond de vereniging met de Christelijke Gereformeerde Kerk plaats (Oosterkerk). De verenigde kerken gingen verder onder de naam Gereformeerde Kerken. In Delft werd de Christelijke Gereformeerde Kerk voortgezet. Men kreeg na verloop van tijd een kerkgebouw aan de Nieuwe Langendijk.

Ds. Van Lummel vervulde een belangrijke plaats in het kerkelijk leven en de Anti-Revolutionaire Partij en had nauw contact met dr. A. Kuyper

De voortgezette Christelijke Gereformeerde Kerk van Delft aan de Nieuwe Langendijk* werd  tussen 1899-1954 gediend door:

L H Beekamp 1902-1906
G Molenaar 1906-1909 (naar art. 3 D.K.O.)
A Jansens 1909-1910
J Bos Hz 1912-1923
J A Riekel 1934-1944
J G van Minnen 1945-1948
H van Leeuwen 1949-1952

In 1954 ontstond onder leiding van ds. J.G. van Minnen in Delft de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland. Enige jaren kerkte men in Gebouw de Verborgen Schat (Verwersdijk). Na die tijd in Gebouw Philalethes en sinds 1971 in Gebouw De Open Deur aan het Achterom.

*Het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Delft bevindt zich momenteel aan de Sandinoweg.