Hoe lief heb ik Uw woning

Uit de plaatselijke kerkgeschiedenis van Delft

Samenstelling: E. Lodewijk

© 2020 Beheerstichting Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland Delft


Inleiding

Op deze pagina willen we de plaatselijke geschiedenis van Delft wat uitgebreider aan de orde stellen. Dit zal zich niet slechts gaan beperken tot de familie Langstraat, ook niet tot de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland ter plaatse, maar we willen er, om het wat persoonlijker te maken, ook niet helemaal omheen.

Arie Langstraat en Willemijntje Langstraat-Spruijt

Het was het jaar 1906 toen Arie Langstraat en zijn broer Jan (respectievelijk geboren op 8 juni 1876 en 4 december 1879 in Hoogvliet) op zoek moesten naar een nieuw bestaansmiddel. Beiden verdienden de kost als zalmvisser in de omgeving van Hoogvliet, maar tegen het eind van de negentiende eeuw was de zalmvisserij in ons land sterk teruggelopen. Dit had volgens de overheid te maken met de overbevissing, maar volgens de vissers met de voortdurende aanpassingen van het rivierennetwerk. In 1888 was het 'Zalmverdrag' van kracht gegaan, met als doel het tij voor de zalm nog te keren, maar de toestand verslechterde almaar verder. Omdat het zo slecht ging met de zalmvisserij, werd Arie Langstraat gedwongen om óók op zondag te gaan werken. Maar hieraan wilde hij geen gehoor geven. De zondag was voor hem een dag aan de dienst van de Heere geheiligd.

v.l.n.r. Arie Langstraat, een kleinzoon, Simon Langstraat, Simon Langstraat
v.l.n.r. Arie Langstraat, een kleinzoon, Simon Langstraat, Simon Langstraat

In Hof van Delft (  )  een gebied, dat tegen de gemeente Delft aanlag, vond Arie een nieuwe betrekking als veiling-schipper. In het naburige Den Hoorn ontwikkelde zich aan het begin van de twintigste eeuw een tuinbouwgebied, dat veel werkgelegenheid opleverde voor de omgeving. Vader Langstraat werd ingezet om de producten van de tuinderij met de schuit naar de veiling te brengen. Het was zwaar en verantwoordelijk werk. Met een vaarboom moest de schuit door mankracht worden voortgeduwd. Eenmaal op de veiling moest hij ervoor zorgen, dat hij met de hoogste mogelijke prijs voor de lading kon terug keren naar de tuinderij.

Kerkelijk behoorde de familie Langstraat tot de Nederlands Hervormde Kerk, al generaties lang. In de kerkelijke boeken van Pernis wordt de familienaam vermeldt als Langestraet of Langstraet. Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw als Langstraat. Tussen 1705-1706 was er ene Ary Langstraet diaken van de Nederlands Hervormde gemeente van Pernis. 

In Hof van Delft sloot de familie Langstraat zich aan bij de Nederlands Hervormde gemeente van 't Woudt. Dit kerkje staat nog altijd te midden van het platteland tussen het Westland en het van oorsprong tuinders dorpje Den Hoorn. De kinderen van Langstraat gingen bij ds. C.W. Bastiaanse (  )  naar de catechisatie.

Spaanse griep

Hervormde Kerk 't Woudt
Hervormde Kerk 't Woudt

Op 9 november 1918 overleed dochter Elizabeth (Betje) aan de Spaanse Griep, een virus, dat wereldwijd vele slachtoffers maakte. In Nederland stierven er dat jaar ongeveer 27.000 personen aan. Betje werd begraven achter het kerkje van 't Woudt. Op 5 mei 1927 overleed na een ernstige ziekte ook vader Langstraat. Ook hij werd begraven achter het kerkje van 't Woudt.

Het sterven van haar man werd voor Willemijntje Spruijt een keerpunt in haar leven. Later zei ze van dit moment: "Het briesend paard moest eind' lijk sneven."  Er waren in die tijd nog weinig sociale voorzieningen voor weduwen en wezen. Toch was gebrek aan inkomsten haar grootste zorg niet. Haar grootste zorg was dat verschillende van haar kinderen nog onbekeerd voortleefden.

Onder een preek in de Nieuwe Kerk van Delft was de Heere in het leven van Lijntje gekomen. Ze was net als ook haar zussen niet zo'n prater over haar binnenste. Dit kwam gedeeltelijk door haar karakter, maar ook door het moeilijke leven dat zij kreeg toen de Heere haar hart veranderde. Met hartelijke banden werd ze verbonden aan haar moeder en zussen: Neeltje, Jaantje en Pietje. Dit was een band die door de Heere gelegd was. 

Aan het begin van de twintigste eeuw was de hervormde gemeente van Delft sterk verdeeld in een ethische richting, een confessionele richting en een gereformeerde richting. Moeder ging vooral naar de Hervormde Kerk van Delft als daar ds. P. Zandt preekte. Ds. Zandt was in 1919 naar Delft gekomen. Hij bracht een prediking waarin moeder Langstraat zich geheel kon vinden. Ds. Zandt maakte zich sterk voor het gereformeerd karakter van de Delftse hervormde gemeente.

Ds. Pieter Zandt

Ds. P. Zandt
Ds. P. Zandt

Pieter Zandt werd geboren op 6 mei 1880 in het dorp Stedum in Groningen en studeerde aan de universiteit van Utrecht theologie. Wat hij miste was echter een roeping van Godswege en een nieuw hart. Tijdens zijn opleiding kwam hij in aanraking met allerlei ongeloof theorieën. "Als gymnasiast en jong student geloofde ik de wereldwijzen, die zeiden, dat door toeneming van de verlichting en de beschaving de heuglijkste tijd te wachten stond, en het dwaasheid was om van toekomstige oordelen te spreken." Rond 1903 werd hij echter als in een ogenblik overtuigd van de nietigheid en beperktheid van alle menselijk verstand. Hij boog nu onvoorwaardelijk voor de Bijbel als de door God geschonken openbaring. Maar het betrof aanvankelijk vooral een verstandelijke overtuiging:

''Ik verhuisde van de goddeloze wereld naar de vrome wereld. En daar zou ik het wellicht wel gevonden hebben, had de Heere mij niet voor Hem, de rechtvaardige en goeddoende God, als een zondaar, ja een doodschuldige goddeloze, ontdekt.''

In die weg mocht hij Christus leren nodig krijgen als enige Middelaar: "Geleidelijk aan ging mijn eigen licht uit, en de Zonne der gerechtigheid, Christus, bescheen met Zijn stralen mijn hart.'' Rond 1925 nam ds. Zandt voor de Staatkundig Gereformeerde Partij plaats in de Tweede Kamer. Op zondag 13 september 1925 nam hij afscheid van de Delftse gemeente. Maar ds. Zandt bleef wel in de stad wonen. Voorgesteld werd om hem aan te stellen tot hulppredikant van de gemeente. Hiervan is echter nooit gekomen. In 1925 ging door samenwerking van de ethische kiesvereniging en de confessionele kiesvereniging de meerderheid van de gereformeerde richting verloren. Dit had gevolgen voor het beroepingswerk. De gereformeerden besloten tot het stichten van een 'Gereformeerde Evangelisatie'. Ds. Zandt was voorzitter van het bestuur. De eerste dienst werd gehouden op zondag 8 mei 1927 in het gebouw van 'Christelijke Belangen' en geleid door ds. Zandt. (  ) Deze evangelisatie is na de Tweede Wereldoorlog opgeheven toen de situatie voor de hervormd-gereformeerden in Delft verbeterd was. (  )


Als Bileam

In Delft waren meer samenkomsten waar een prediking te beluisteren was van bevindelijk-gereformeerde signatuur. Zo sprak in Delft ook regelmatig ds. D. Rustige. (  )  Deze dominee was niet geheel onomstreden. Weduwe Langstraat heeft met haar gezin enige tijd bij hem gekerkt, maar uiteindelijk voelde zij zich hier toch niet helemaal thuis.  Niettemin is een preek van deze dominee gebruikt tot bekering van haar zoon Arie Langstraat, geboren in 1914.  Arie bewandelde tot die tijd de brede weg en had gezegd tegen zijn moeder: Als ik eenentwintig ben zie je mij niet meer in de kerk! Hij was echter negentien toen de Heere hem 'in zijn kippennek' greep (zoals hij dat zelf uitdrukte) om hem op de smalle weg te brengen. De Heere gebruikte hiervoor een preek van ds. Rustige over Bileam. In die preek ging het over degenen die wel met Gods volk willen sterven maar niet willen leven. Arie's ogen werden geopend en toen zag hij, dat ook hij wel naar de hemel wilde, maar de weg daar naartoe, die smalle weg ten leven, daar moest hij niets van hebben. Maar dat werd nu dus anders.


Ds. A. Verheij
Ds. A. Verheij

Behalve de Nederlands Hervormd (Gereformeerde) Evangelisatie en de Christelijke Gereformeerde Kerk, was er in Delft destijds ook een zeer kleine Oud Gereformeerde Gemeente. Deze gemeente had haar wortels liggen in de arbeid van ds. A. Verheij (1821-1913). Van deze predikant is een boeiende levensgeschiedenis van zijn eigen hand in druk verschenen, alsmede verschillende preken en brochures. De Oud Gereformeerde Gemeente van Delft werd aan het einde van de Tweede Wereldoorlog opgeheven. H. Hille heeft over deze predikant alsmede over deze gemeente ook het een en ander gepubliceerd. Onder andere het boekje 'De zilversmid van Schoonhoven'.

Naar de Christelijk Gereformeerde Kerk van Delft

Weduwe Langstraat zocht een geordend kerkelijk leven en heeft alles in het gebed neergelegd waar ze nu kon kerken. Het kerkelijk leven in de Hervormde Kerk waarin geen eenheid is, en vrijzinnigen en gereformeerden op één kansel kunnen staan, zag ze steeds meer als tegen Gods Woord. In 1933 kwam ds. J.A. Riekel naar Delft die het beroep naar de Christelijke Gereformeerde Gemeente (Nieuwe Langendijk) had aangenomen, een in die tijd noodlijdende gemeente. Ze kreeg daarop de vrijmoedigheid om zich bij de Christelijke Gereformeerde Kerk van Delft aan te sluiten. Dit heeft ze met volle overtuiging gedaan en niet met in het achterhoofd de gedachte om slechts tijdelijk in de Christelijke Gereformeerde Kerk te verkeren vanwege een dominee. Zondag aan zondag liepen de Langstraten nu van Hof van Delft naar de Nieuwe Langendijk. Met de komst van ds. Riekel kwamen er uit allerlei kerken veel mensen over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk. In korte tijd groeide de gemeente aanzienlijk. Er waren mensen bij die kwamen om iets bijzonders te horen, maar ook die kwamen vanuit de nood die in hun hart geboren was. Vanwege de prediking naar Gods Woord. Ds. Riekel had daarnaast een groot pastoraal hart. Zo kwam hij bij Adriaantje Langstraat (Jaantje), nadat de Heere in haar leven gekomen was. Jaantje was in de strikken van de boze geraakt, die haar wijsmaakte, dat ze de zonde tegen de Heilige Geest bedreven zou hebben. Ds. Riekel besloot haar op te zoeken en zei: "Jaantje, geloof jij dat ik een dienstknecht van de Heere ben?" Daarvan was ze wel overtuigd en ze antwoordde: "Ja dat geloof ik." "Dan zeg ik als dienstknecht van de Heere, dat jij die zonde niet bedreven hebt", liet ds. Riekel erop volgen. Later mocht ze ook uit deze strik bevrijd worden! Toen ds. Riekel haar tegenkwam riep hij haar op de weg tegemoet toe: "Ik heb van je verlossing gehoord!"

Ds. Riekel

Wie was ds. Riekel? Johannes Riekel werd op 31 juli 1869 geboren in Groningen. Van huis uit was hij rooms. Hij groeide dus onbekend met de gereformeerde leer op. Op 26-jarige leeftijd kwam hij onder de prediking naar Gods Woord. Het middel hiervoor was zijn meisje die protestants was. Zijn meisje weigerde rooms te worden, dus Riekel besloot daarom maar protestants te worden. Later zei hij: "Nu had ik een ander pakje aan, maar diende nog steeds dezelfde koning." Hij bedoelde: ik was nu in uitwendige vorm veranderd, maar met mijn hart diende ik nog steeds mijn eigen vlees. De Heere begon echter te werken in het leven van Johannes Riekel. De woorden uit de Bijbel "Heilig, Heilig, Heilig is de HEERE der heirscharen" hadden een onuitwisbare uitwerking in zijn hart. Hij leerde zijn zondig bestaan kennen en Wie de Heere daar tegenover was. Zijn meisje die met haar uitwendige godsdienst tevreden was, begreep Johannes eerst niet. Maar later mochten ook haar ogen geopend worden, dat zelfs onze gerechtigheden voor de Heere zijn als een wegwerpelijk kleed. Toen Johannes Riekel wat verder geleid werd, kwam ook het verlangen om Gods Woord naar anderen uit te dragen. Hij voelde echter de onmogelijkheid hiervan. Hij had slechts de lagere school genoten. Intussen ging het naar het uitwendige niet al te best met hem. Zijn winkel begon steeds meer achteruit te lopen. De Heere gebruikte echter deze weg om hem van alles los te maken. Hij meldde zich bij de kerkenraad en ontving een attest. Maar nu moest hij nog verschijnen voor het curatorium. Dat bleek mee te vallen. Eén van de curatoren was zo ontroerd door het eenvoudige verslag van de jongeman, dat hij uitriep: "We hebben een geestelijk bad gehad!"

Ds. J. A. Riekel
Ds. J. A. Riekel

In zijn intredepreek op 22 maart 1934 merkte ds. Riekel op: "Mij dunkt, er is blijdschap in uw hart. Want een eigen herder en leraar zal u nu leren. Nu leren? Immers mensenkinderen kunnen u niets geven. Een prediker kan het niet verder brengen dan het gehoor. We spreken wel eens van voorwerpelijk en onderwerpelijk. Maar dat bestaat niet. Het is altijd Gods Woord dat gebracht moet worden. Welke prediker ook, met veel of weinig gaven, wel bespraakt of met grote geleerdheid, verder dan het gehoor, dan aan het oor, kan een prediker het niet brengen. God de Heilige Geest moet het in uw ziel brengen." Ds. Riekel zei verder: De leer over Christus maakt u niet zalig, praten over Christus voert u niet tot God. Christus is de onmisbare schakel tussen God en een arm volk." Ds. Riekel vervolgde: "Als u met uw blik eens in de hemel kon zien en dan het rond der aarde aanschouwde, wat zag u dan? Immers de gezaligden in de hemel en de godvrezenden op de aarde.

Maar er is niet één die van nature zichzelf heeft gebogen in geest en waarheid voor Jezus Christus. Dan moet dat hart overwonnen worden, door genade, dat Christus Jezus dat hart te sterk is geworden, om van een vloeker een bidder, van een spotter een ernstige houding, van een vreselijke vijand een heerlijke vriend te maken.

Ds. Riekel was een markante persoonlijkheid. Hij hield niet van gemaakte 'vroomheid.'  Toen een daarvoor doorgaande 'bekeerde en doorgeleide vrouw' hem eens vroeg of hij ook die bewuste dominee kende, die door haar en velen met haar zo bewonderd werd, [een z.g. drijver van de rechtvaardigmaking], gaf ds. Riekel te kennen weinig met zulke leraars op te hebben. De vrouw werd hierdoor boos en weigerde nog iets tegen hem te zeggen. Ds. Riekel was echter ook een buitengewoon zachtmoedig mens. Hij vond de boosheid van deze vrouw zo bezwaarlijk, dat hij via iemand anders liet weten een andere dominee bedoeld te hebben. Op een keer zei een man tegen ds. Riekel: "Als ze bij ons in de kerk bekeerd worden krijgen ze een zwart petje op!" Ds. Riekel zei tegen de man: "Als ze bij ons bekeerd worden krijgen ze een nieuw hart." Dat Riekel een hekel had aan discussies over politieke voorkeur bleek daaruit, dat hij de bladen die hij op tafel had liggen nogal eens verwisselde: bij de ene gast liet hij 'De Standaard' het lijfblad van de Antirevolutionaire Partij liggen en bij de andere gast 'De Banier' het blad van de Staatkundig Gereformeerde Partij.

wordt vervolgd

Noten

(   ) Hof van Delft
(  ) Ds. Bastiaanse
(   ) Zie: het lezenswaardige boek van H. Hille, 'Als een vogel uit de boom geschoten'.
(  ) Er is geen enkel historisch verband tussen deze Hervormd-Gereformeerde evangelisatie die ondermeer bijeenkwam in het Philalethes-gebouw aan het Achterom en de huidige beheerstichting die eveneens (in het naburige pand) gevestigd is aan het Achterom (mocht iemand hierover vragen hebben), het is ook niet te bedoeling dit te beweren. Wel is er een lijn (naar we hopen) qua boodschap en gaan ervan uit dat dit op meer plaatsen in Delft gebeurt.
(  ) Ds. D. Rustige
(  ) In het boek Predikanten en Oefenaars deel 4 blz. 137-139, levensschets A.W. Langstraat (1914-1993), bijdrage H. Hille staat dat Langstraat tot ruimte kwam onder een preek van ds. Rustige. Deze informatie klopt niet. Deze preek werd het middel tot zijn bekering.  


Gegevens uit:

De Open Deur, Geschiedenis Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland te Delft (2010)

Hoofdstuk 1.1, 1.2, 3.3, 3.2, 4.1, 4.2, 4.3.

Laatst herzien en uitgebreid 2020

Samenstelling: E. Lodewijk

© Beheerstichting Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland Delft


Bronnen en literatuur:

Primaire bronnen:

Notulen classis Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland
Archief Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland (correspondentie)

Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

Secundaire bronnen en literatuur:


Literatuurlijst wordt nog uitgebreid