Uit de geschiedenis van kerkelijk Delft

Ontstaan van de Christelijke Kerk

Na de stichting van de christelijke kerk in Jeruzalem werden er ook in de omliggende gebieden gemeenten gesticht. Dit gebeurde tijdens de zendingsreizen van Paulus die door de gemeente van Jeruzalem uitgezonden werd. De eerste gemeente buiten Jeruzalem was Antiochië. Van hieruit verspreidde het evangelie zich over de gehele toenmalig bekende wereld. Hoewel de Romeinse overheid de middenklasse met brood en spelen tevreden hield, de rechtspraak rechtvaardigheid bood met oog om oog en tand om tand, bleef er een grote geestelijke onvoldaanheid over. De afgodendienst was als een doorzichtige vorm van bedrog openbaar gekomen. De mensen zochten naar iets unieks. Dit bood het evangelie! Het evangelie dat spreekt van recht, maar ook van genade! 

Later zou wel blijken dat lang niet allen het evangelie van harte omarmden. Er was soms sprake van een misverstaan maar ook wel van moedwillige toevoeging van heidense elementen. De kern van het evangelie vonden sommigen te eenvoudig, of onderdelen daarvan niet geloofwaardig. Bijvoorbeeld de opstanding van Christus uit de dood. Ook externe bestrijding viel de christelijke kerk ten deel. Om niet te spreken van 'met bruut geweld' was het verkeerd voorstellen van het geloof of een onjuiste tegenstelling maken tussen geloof en wetenschap hierbij nogal eens het middel. Toch hebben deze bestrijdingen juist weer voor groei van de kerk en vaststelling van de geloofsleer geleid. Tenslotte heeft binnen de kerk soms ook heerszucht of verwaarlozing van de roeping een 'stad op een berg' te zijn de nodige schade berokkend, 

Reformatie

De kracht van de Reformatie in de zestiende eeuw lag in het bijeen brengen van leer en leven. De kerk beschikte over een zuivere belijdenis, maar de praktijk was ver te zoeken! De prediking was op de achtergrond geraakt. Terwijl het de Heere behaagd heeft juist door dit middel zalig te maken. De waarde van de sacramenten werd overschat en hadden een mystieke lading gekregen. De kerk had haar kracht gezocht in grootsheid. Aan de leer waren elementen toegevoegd die on-Bijbels waren. Bijvoorbeeld de pauselijke onfeilbaarheid. Maar ook bepaalde kernwaarheden van het christelijk geloof waren fundamenteel aangepast, waaronder de leer van de erfzonde. 

Maarten Luther, de monnik die door genade God zocht, begon te gruwelen van de roomse praktijken. Op 10 december 1520 verbrandde hij de pauselijke bul en brak hiermee radicaal met het Roomse kerkinstituut. Hij stelde Gods Woord centraal. Hij vertaalde op de Wartburg het Nieuwe Testament en gaf het volk Gods Woord in handen. 

En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester. En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem.  En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel. En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.  En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet. (Handelingen 9: 1-6)
En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester. En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem. En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel. En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan. En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet. (Handelingen 9: 1-6)


Ook Johannes Calvijn had deze ontwikkeling doorgemaakt, alhoewel voor het oog minder opzienbarend. Hij onderzocht de Bijbel en schreef het boek: Onderwijzing in de Christelijke Godsdienst: de Institutie (1536). Naar het voorbeeld van Calvijn is nog steeds de huidige Gereformeerde eredienst ingericht!

In heel Europa brak de Reformatie door. Door de contrareformatie is in veel landen de roomse godsdienst overeind gebleven, denk aan Italië of grote delen van Frankrijk. Ook in de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België) wist het roomse geloof zich te herwinnen. In Engeland en Schotland is de Reformatie, evenals in ons land, krachtig doorgebroken. Toch was de plaats zoals de gereformeerde kerk in ons land had gedurende de zestiende vrijwel uniek te noemen.

Na 1517 werden in ons land de eerste sporen van de reformatie al snel zichtbaar. Geestverwanten van Luther verspreidde hier het evangelie. Daarna nam de invloed van het calvinisme toe. Ons land kreeg een Bijbelvertaling, een catechismus, een psalmberijming en een kerkorde. In 1561 kwam de Nederlandse geloofsbelijdenis tot stand. Belangrijk is ook het jaar 1568 toen het Convent van Wezel gehouden werd. 

Delft gewonnen voor het protestantisme

Wie Delft zegt, zegt Willem van Oranje, Hugo de Groot, Johannes Vermeer en Jodocus van Lodenstein. Deze namen zijn verbonden aan Delft, de stad die in 1246 de bijbehorende rechten kreeg en zich in de zeventiende eeuw op hoog niveau had weten te ontwikkelingen. In Delft was ook belangstelling voor de leer van Luther. Aanvankelijk verbood het stadsbestuur alle openbare samenkomsten waar de Bijbel gelezen werd. Protestantse diensten moesten in het geheim gehouden worden! Een revolutionaire daad, in de ogen van het stadsbestuur, ondernam de Delftse glasschilder David Joriszn. die tijdens een roomse processieoptocht luid begon te roepen dat de deelnemers van deze optocht zich op een dwaalweg bevonden. David Joriszn. sloot zich later aan bij de zgn. wederdopers, dit was een radicale stroming binnen de Reformatie. Helaas vielen deze wederdopers weer in nieuwe dwalingen, waardoor de reformatoren zich ook tegen hen gekeerd hebben in hun geschriften. Op zaterdag 24 augustus 1566 voltrok zich in de Oude en Nieuwe Kerk een beeldenstorm waarbij alle altaren en beelden aan stukken werden geslagen. De deelnemers werden zwaar gestraft.

Opbouw gereformeerde kerkelijk leven in Delft

Rond 1566 waren de vervolgingen van de protestanten door de Spaanse overheid in ons land meedogenloos. Toch preekten er diverse 'hagenpredikers' in de ruimtelijke omgeving van Delft. Het keerpunt kwam in 1572. In de naam van Prins Willem van Oranje veroverden de watergeuzen Den Briel. Steden in Holland en Zeeland kozen nu de zijde van de Prins, waaronder ook Delft in juli 1572. De gereformeerde leer kreeg nu ruimte om vrij te ademen. Op 3 augustus 1572 werd in de Nieuwe Kerk de eerste protestantse kerkdienst in het openbaar in Delft gehouden. Het gereformeerde kerkelijke leven kreeg in Delft steeds verder gestalte. In de Waalse Kerk preekte de hofprediker van Willem van Oranje: Jean Taffin (1529-1602). Deze predikant wordt ook wel beschouwd als een voorloper van de Nadere Reformatie. Iemand die ook veel bijgedragen tijdens de beginfase van de gereformeerde kerk in Delft was Arent Corneliszn. Croese (1547-1605). 

Arent Corneliszn. Croese (1547-1605)
Arent Corneliszn. Croese (1547-1605)

(Arnhemsche Dagblad N°. 1037) zegt: "Tegen de Rooms-Katholieke Kerkleer hebben wij zeer vele principiële bedenkingen. Maar dat doet ons ook niet den Christelijken baad vergeten, die ons desniettegenstaande met godvruchtige Roomsen verbindt," Wekt de Encycliek van den Paus onze verontwaardiging op, 't bovenstaande van antirevolutionaire (Gereformeerde) zijde te horen, smart ons zeer - en doet ons onwillekeurig vragen: "Waar gaan wij heen? O indien er al een godvruchtige onder de Roomsen mocht zijn, die door genade met een Jozef kan zeggen: "Ik vreze God", zoo vertrouwen wij ten volle, dat de zodanige de Roomse leer onmogelijk zal kunnen aanhangen, noch die kerk liefhebben, aangezien de aanschouwing van zoveel afgoderij zijn ziel dagelijks een kwelling zou zijn.

Ds. L.H. Beekamp, predikant in Delft 1902-1906

Prins Willem van Oranje (1533-1584
Prins Willem van Oranje (1533-1584


De gereformeerde kerk tijdens de zeventiende eeuw

Met de Unie van Utrecht werden de Noordelijke Nederlanden aaneengesloten en kreeg de gereformeerde kerk in ons land volledige vrijheid. In 1618-1619 werd tijdens de beroemd geworden 'Synode van Dordrecht' de gereformeerde leer in de geest van Calvijn officieel aangenomen en bekrachtigd als zijnde overeenkomend met Gods Woord. De gereformeerde belijdenis is dan ook wel genoemd de meest rijke verwoording van het christelijk geloof en terug te vinden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus. Het is daarom te betreuren als onder christenen een tendens waar te nemen is waar men een stap terug wil doen en met enige afstand spreekt over deze verwoording van het christelijke geloof. De Synode van Dordrecht nam ook stelling tegen de dwalingen van de z.g. 'remonstranten' in de Dordtse Leerregels. Ook werden regels voor het gereformeerde kerkelijke leven vastgesteld (Dordtse Kerkorde). Ten slotte werd opdracht gegeven voor een nieuwe vertaling van de Bijbel uit de oorspronkelijke talen. Dit resulteerde in de Statenvertaling, een vertaling die veel bijgedragen heeft aan onze Nederlandse taal en cultuur! 

Omdat kerk en staat in de zeventiende eeuw nauw met elkaar verbonden waren, had de overheid veel invloed op de kerk. Omgekeerd probeerde de kerk overheid en samenleving ook te beïnvloeden, bijvoorbeeld op het gebied van de zondagsheiliging. Er waren echter ook veel mensen lid van de kerk omwille van de eerbaarheid of persoonlijk gewin. Verschillende predikanten begonnen daarom nadruk te leggen op de persoonlijke levenswandel en de beleving van de geloofsleer. Het was niet zo dat dit in de beginperiode van de Reformatie geheel niet aan de orde kwam of minder belangrijk gevonden werd. Maar toen de beleving begon te ontbreken stelden de predikanten van de Nadere Reformatie deze zaken indringend in hun preken en boeken aan de orde.  

In de periode na ds. Taffin en ds. Croese stond ds. Gideon van Sonnevelt in Delft. Hier kwam in 1625 ds. Dionysius Spranckhuysen bij. Beide predikanten waren overtuigde contraremonstranten en stonden in contact met ds. Gijbertus Voetsius. Andere bekende namen die van grote betekenis voor Delft geweest zijn waren Petrus de Witte (1622-1669) en Guiljelmus Saldenus (1627-1694).