Onze Heidelbergse Catechismus vraagt: Waarom wordt de Zoon van God JEZUS, dat is: ZALIGMAKER, genoemd? Het antwoord luidt: Omdat Hij ons zalig maakt en van onze zonden verlost; daarnevens dat bij niemand anders enige zaligheid te zoeken of te vinden is. Dat is zuivere schriftuurlijke taal (Hand. 4:12). Wij willen niet wijzen op tal van afwijkingen van deze waarheid. Slechts éne zaak houdt ons bezig: Is het waar wat de Catechismus schreef?

Dan is ook waar dat wij verder lezen in de elfde afdeling: Geloven dan die ook aan de enige Zaligmaker Jezus, die hun zaligheid en welvaart bij de heiligen, bij zichzelf of ergens elders zoeken? Neen zij, maar zij verloochenen met de daad de enige Heiland en Zaligmaker Jezus, ofschoon zij Hem met de mond roemen: want van twee één, óf Jezus moet geen volkomen Zaligmaker zijn, óf die deze Zaligmaker met een waar geloof aannemen, moeten alles hebben wat tot hun zaligheid nodig is. Dat is toch duidelijke taal. Ook tegenover Rome. Leeft die geest nog in de nazaten van Calvijn? Wij lazen een poosje geleden dit:

"Het schijnt dat na de tweede wereldoorlog het Protestantisme als een zuiver protest tegen Rome verdwenen is". Wie let op sommige overgangen uit reformatorische kringen naar Rome en wie leest dat dienaren van Rome collegiaal samenspreken met de nazaten van Calvijn, vraagt zch wel eens af of de geest van het Protestantsme is gedoofd?

Maar er is meer. Wij geven nog een citaat. "In het boek van Alphonsus Ligouri: "The Glories of Mary" lezen we heel duidelijk dat Maria de zaligheid van zondaren is en dat er geen zaligheid is buiten haar. Het boek beschrijft het denkbeeldige toneel van een man die beladen is met zonde en die nu twee ladders ziet neerhangen van de hemel. Hij weet dat hij één daarvan zal moeten bestijgen om in de hemel te komen en hij neemt zich voor het te proberen met de ladder waarboven Jezus Christus staat. Hij tracht de ladder op te klimmen, maar het gaat helemaal niet: hij valt weer terug. Hij ziet het vertoornde aangezicht van Jezus, de Rechter. Moedeloos wendt hij zich af, maar dan hoort hij een stem die tot hem zegt: "probeer de andere ladder". En dan, in het verlangen zich van zijn last te ontdoen, probeert hij die andere ladder en tot zijn verbazing, aldus het verhaal, kan hij opklimmen en als hij boven komt brengt de heilige maagd hem de hemel binnen en geeft ze hem over aan Jezus! Het verhaal eindigt ongeveer op deze manier: "Welke zoon zou het verzoek van zijn moeder weigeren?" Dit is een duidelijke illustratie van de leer dat Maria zoveel invloed op Jezus heeft dat zij de zondaar in de hemel kan brengen, ten spijt van het strenge, boze gezicht van Jezus als Rechter". Op dit woord uit een lezing over "Protestantism versus Romanism" door Norman Porter op een congres van de I.C.C.C. in 1958 gaan we niet verder in. Wie bij dergelijke mededelingen niet opgeschrikt wordt, is wel ver weg en diep ingezonken. Onze vaderen hebben in onze belijdenissen degelijk en duidelijk gesproken, zoals we opmerkten. De zaligheid is in geen ander.

Wie levend christendom kent en bij de Schrift leeft, zal verstaan dat de zaligheid alleen in Christus is. Die Maria verheffen tot een soort tweede zaligmaker, verloochenen met de daad de enige Heiland en Zaligmaker Jezus Christus. Jezus is de volkomen Zaligmaker. Nu is het niet genoeg te waarschuwen tegen de dwaling van Rome, wanneer wij deze zaken herinneren. Wij kunnen in de praktijk van ons leven heel wat naar voren brengen in ons naderen tot God. Ook het uitnemendste kind van God, d.w.z. de rijkst begenadigde, moet leren dat de zaligheid alleen in Christus is. Niet Jezus nevens Maria, maar ook niet Jezus nevens heel wat van mij. Het moet in ons geestelijk leven om Hem gaan, om die enige Heiland en Zaligmaker en niet om iets van Hem nevens het mijne. Alleen op de school der genade, waar de Heilige Geest ons ontdekt en de grote Profeet ons onderwijst, zullen wij dit leren verstaan.

Velen onder de kinderen Gods lopen met allerlei onbeantwoorde vragen rond. Zij missen ook de klaarheid en zekerheid der ziel in betrekking tot hun geloof. Zou het niet mogelijk zijn dat een der oorzaken is dat zij de zaligheid niet volkomen, geheel en alleen zoeken in Jezus Christus?

Ik weet wel dat er andere vragen hierbij naar voren gebracht kunnen worden. Niemand kent Jezus van nature. En Jezus is voor het oog van het geloof soms nog lang een verborgen Jezus. Hoe kan zulk een ziel komen tot Jezus op de nodiging, welke wij lezen in Matth. 11? Paulus kon schrijven: Het heeft Gode behaagd . . . Zijn Zoon in mij te openbaren. Maar dat kunnen alle gelovigen zomaar niet zeggen. Worstelende ziel, de Heere werkt nog door Zijn Woord en Geest. Lees biddende de Schrift. De Heere spreekt door Zijn Woord. Hij zet de Christus in het licht voor uw ziel door de genademiddelen en op deze wijze leert ge Hem kennen. De Heilige Geest geeft dan ook te verstaan waartoe ge Hem nodig hebt en hoe gij Hem moogt en kunt omhelzen. Naarmate de ontdekking dieper is zal worden verstaan: de zaligheid is in geen ander. Jezus Christus wordt dan in elk opzicht dierbaar en noodzakelijk en geheel begeerlijk. Het is meer dan nodig in onze tijd ook in dit opzicht ons door de Schrift te laten leiden.

Ds L.H. van der Meiden


Hij is de Weg

Hélène Swarth


Hij is de Weg  -  Hoe kon zover ik dwalen,
Gelokt, verdoold in wanhoops donkre dalen,
Waar 'k eenzaam leefde en de avond-zon verdween.
Tot, parelblank, Zijn lichtpad zag ik stralen?

Hij is de Weg en Hij alleen.
Hij is de Waarheid - Zoekend heb ik ogen
Uit duizend boeken, duizlend ingezogen.
't Bleef duister tot Zijn klaarheid mij bescheen

En 'k lavend dronk de liefde van Zijn ogen,
Hij is de Waarheid, Hij alleen.
Hij is het Leven - Waar de sterren vielen,
Waar de Englen zingend voor Zijn liefde knielen

Ontroerde Hem de roep van ons geween.
Hij daalde neer ter heling aller zielen
Hij is het Leven - Hij alleen.


Stephanie Hélène Swarth (1859-1941) was een bekende Nederlands dichteres.