Het vlees geworden Woord


Het vleesgeworden Woord

'En het Woord is vlees geworden (...) en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd' Joh. 1:14a

4 minuten leestijd

Wat zal de verwondering in Johannes groot zijn geweest, toen hij, door de Heilige Geest geleid, deze woorden neerschreef. Wie kan de diepte van Christus menswording peilen? Gedreven door een eeuwige, onbevattelijke liefde tot Zijn Vader en de Zijnen, die Hij van de Vader ontving, nam Hij vlees en bloed uit de maagd Maria aan. Hij is de mensen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde.

Maar Zijn komst in het vlees betekende voor Hem de weg van de diepste vernedering. De Eeuwige kwam in de tijd, de Bezitter van al wat leeft, werd in een kribbe gelegd, de Wetgever plaatste Zich volkomen vrijwillig en bereidwillig onder de wet, voor de Schepper van hemel en aarde werd het losoffer gebracht. Wat heeft de Vader bewogen Zijn Zoon te verbrijzelen en krank te maken? Wat heeft die heerlijke tweede Persoon in het Goddelijk Wezen, bekleed met dezelfde macht en heerlijkheid als de Vader, bewogen om af te dalen naar de aarde die zucht onder de vloek vanwege de zonde? O, waarom heeft het Woord, de Logos, de eeuwige Wijsheid, onder ons gewoond? Dan is maar één antwoord mogelijk: Goddelijke liefde.
De Drie-enige God heeft van eeuwigheid een volk liefgehad, maar dat volk is met alle anderen door de zonde vlees geworden, dat wil zeggen: onder de macht van satan en dood, hun verstand is verduisterd, hun hart onrein, hun wil verkeerd.
Maar hoor nu, o zondaar, die aan deze zaken is ontdekt en moet uitroepen: Hoe word ik zalig, hoe wordt die hemelhoge schuld verzoend? Kerstfeest predikt dat het Woord, Vaders Zoon in Wie Hij al Zijn welbehagen heeft, vlees is geworden. Vlees om Borg en Zaligmaker te zijn en te kunnen staan op de plaats van een verkoren, maar in zichzelf verloren zondaar. Zo is het afgesproken in de Raad des Vredes. Zo moet het geschieden. Zó, op die wijze, heeft God de wereld liefgehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon daartoe gaf. Hij Die geen zonde heeft gekend, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem, zo roemt Paulus.
Welk een dierbaar Evangelie ligt er in de vleeswording van Christus verborgen voor hen die leren vlees te zijn en inleven dat die in het vlees zijn, Gode niet kunnen behagen. Die Psalm 130 innerlijk onderschrijven: 'Zo Gij HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?' Zij leren buigen onder het heilig recht van God en worden het met God eens dat Hij de zonde straffen moet. Maar dan wordt zalig worden aan hun kant zo onmogelijk.
Is dat uw taal? Verstaat u de adventsroep: 'Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt'? Hoor dan: het Woord, de Logos, de hoogste Wijsheid is vlees geworden om te kunnen lijden en sterven. Hij zorgt ervoor dat God in Zijn volmaakte deugden op het hoogst wordt verheerlijkt en Zijn volk zalig wordt. Het is door de weg van de Borgtocht. De openbaring door de Geest van dat heilgeheim brengt bij de kribbe. Dan wordt het Kerstfeest in het hart en komt er een aanschouwen van Zijn heerlijkheid.
Maar klopt dat wel met de werkelijkheid? Welke heerlijkheid heeft een Kind in de kribbe? O zeker, ongetwijfeld heeft Johannes toen hij deze woorden neerschreef niet alleen gedacht aan Christus' geboorte. Voor hem was het leven van Jezus hier op aarde één doorlopende openbaring van Zijn heerlijkheid. Maar het aanschouwen van Zijn heerlijkheid begint bij de kribbe. Aanschouwen, dat is: aandachtig zien, er over mediteren. 'En wij', zo schrijft Johannes. Wie zijn dat? We kunnen denken aan de herders, Simeon en Anna, de bloedvloeiende vrouw, Bartiméüs, Paulus. O, het is dat volk dat ook nu met een oog des geloofs gebracht wordt bij de kribbe.
Dierbaar geloofsgezicht op Jezus, het vleesgeworden Woord. Het doet zingen: 'Beminlijk Vorst Uw schoonheid, Uw heerlijkheid, hoog te loven, gaat al het schoon der mensen ver te boven'.
Nu is nog veel van Zijn heerlijkheid verborgen. Maar als Hij wederkomt zal die heerlijkheid ten volle worden aanschouwd. Dan zal het voor de Kerk eeuwig Kerstfeest zijn. Hoe groot zal dan Zijn heerlijkheid zijn.
Lezer(es), Kerstfeest is ten diepste Christusfeest. Wees met minder niet tevreden. In Hem is een eeuwige volheid. In Zijn bloed ligt zoveel kracht dat de grootste van de zondaren er in gewassen kan worden. Geen schuld is te groot, geen hart te zwart of te oud. Valt Hem toch te voet.
Kerk des Heeren, de Heere geve een geloofsgezicht in de kribbe. Het doet in aanbidding en verwondering uitroepen: Het Woord is vlees geworden en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd. Dan is het Kerstfeest.
Alblasserdam, ds. B. van der Heiden