Het briesend paard moet eind' lijk sneven

Uit de geschiedenis van een familie vanaf het begin van de twintigste eeuw

U die God vreest en zo vaak bezet bent ook met het lot van uw zaad, vraag veel om gebed, om ze aan Zijn voeten te mogen brengen, want: Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht. Daarom niet bij de pakken neerzitten, maar vermenigvuldig het gebed..."  A.W. Langstraat


In Hof van Delft* een gebied, dat tegen de gemeente Delft aanligt, vond Arie een nieuwe betrekking als veiling schipper. In het naburige Den Hoorn ontwikkelde zich aan het begin van de twintigste eeuw een tuinbouwgebied, dat veel werkgelegenheid opleverde voor de omgeving. Vader Langstraat wordt ingezet om de producten van de tuinderij met de schuit naar de veiling te brengen. Het is zwaar en verantwoordelijk werk. Met een vaarboom moet de schuit door mankracht worden voortgeduwd. Eenmaal op de veiling moet hij ervoor zorgen, dat hij met de hoogste mogelijke prijs voor de lading kan terug keren naar de tuinderij.




Kattenkwaad

Daar ging het niet altijd zonder kattenkwaad aan toe. Eens was Jan Langstraat* op het idee gekomen (er was nog geen elektrisch licht) om de lamp in de consistorie uit te blazen. Dominee Bastiaanse wachtte namelijk bij de ingang van de kerk zijn catechisanten op. Toen hij terugkeerde met de laatste catechisant zaten de anderen in het donker te wachten. De catecheet bood daarop zijn leerlingen verontschuldigingen aan omdat hij dacht verzuimd te hebben de lampen vooraf aan te steken. Toen hij echter de lamp vastgreep om dit alsnog te doen brandde hij lelijk zijn handen...Ondanks alle kattenkwaad was het de meester van de School-met-den-Bijbel opgevallen, dat de jongens van Langstraat op school best goed presteerden. Daarom was meester eens op bezoek gekomen bij vader Langstraat. Meester vond, dat er nu maar eens één moest gaan doorleren, voor onderwijzer bijvoorbeeld. Maar bij vader Langstraat kreeg hij geen gehoor. Die zei: "Geen witte boorden tussen allemaal boerenkielen." Daarmee was de discussie beëindigd. De jongens van Langstraat werden voorlopig allemaal tuindersknecht.

Spaanse Griep

Ds. P. Zandt

Als Bileam




Naar de Nieuwe Langendijk

Weduwe Langstraat mocht met zegen opgaan onder de prediking van ds. Riekel. De Heere gaf haar hoop in het hart voor het nageslacht. De Heere zou in haar nageslacht verder gaan werken, dit mocht ze van harte geloven. Eens kwam ds. Riekel haar opzoeken. Het was die zondag bediening van het Heilig Avondmaal geweest. Ds. Riekel zei: "Jij hebt gisteren avondmaal gehad!" Ze zocht ook naar de vervulling van de hoop die haar gegeven was. Daarom bleef ze bij de Heere aanhouden in het gebed. Zo kwam het dat ze tussen de werkzaamheden door wel eens op het zoldertje te vinden was. Een ontroerend ogenblik beleefde één van haar kinderen, Rocus - de jongste - toen hij van school eens thuiskwam en tevergeefs in de ouderlijke woning naar zijn moeder zocht. Nergens was ze te vinden, totdat hij zijn hoofd over de rand van de zoldervloer stak, en zijn moeder daar zag liggen, in gebed verzonken; worstelend met God om de bekering van haar nageslacht. Dat moment is hij nooit meer vergeten. En bovendien heeft de Heere dat roepen en smeken van deze weduwe willen verhoren. In het leven van haar zoon Pieter* voltrok zich eveneens een ingrijpende verandering.

Pieter was toen inmiddels al 35 jaar. Hij leefde tot die tijd tamelijk los van God. De Heere zette hem echter krachtdadig stil op zijn levensweg. Er voltrok zich een innerlijke verandering, die zich ook naar buiten toe heel sterk openbaarde.  Pieter Langstraat werd een 'geestelijke vader' voor zijn omgeving, hoewel hem de vijandschap ook niet bespaard is gebleven. Zelf ging hij jarenlang gebukt onder de schuld, die hij bij de Heere gemaakt had. Zijn ziel kromp ineen door het: "Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen." Toen de Heere tot hem overkwam, was het wonder voor hem te groot.

Ook bij zoon Jan kwam er een ommekeer. Op een zekere dag werd Jan op zijn werk niet goed. Hij zakte in elkaar en moest naar huis gebracht worden. Terwijl Jan op de lorrie weggereden werd, hoorde hij iemand zeggen: "Hij zal wel hetzelfde als zijn vader hebben. Die is aan een tumor overleden." Deze woorden sloegen bij Jan in als een bom. Hij dacht te moeten sterven, maar kon niet sterven. De Heere bewoog hem echter langs deze weg tot waarachtige bekering. Dat deze bekering echt was, is wel gebleken in zijn latere leven, hoewel Jan Langstraat nooit gepolijste bewoordingen gebruikte om zich uit te drukken over zijn leven ten opzichte van de Heere. Hij zei nogal eens: "We vertrouwen God voor geen cent!" of: "We zijn verrot" en dit was dan ook de beleving van zijn hart, en zijn grootste smart. Heilig voor God te willen leven, maar het niet te kunnen. Zijn omgeving dacht dat Jan niet goed geworden was. Zij begrepen de taal die Jan van de hemel had mogen leren niet. Men dacht dat het met hem zou eindigen in een huis voor krankzinnigen. Graag was Jan in Gods huis waar de waarheid nog gepreekt werd. Dan moest hij echter vrijwel altijd alleen opgaan. Jan Langstraat heeft veel gebeden of de Heere ook de ogen van zijn huisgenoten zou willen openen.

Wonderlijk bewaard

De Tweede Wereldoorlog was aangebroken. Arie Langstraat leerde, via de verkering van zijn broer Rocus, Willempje den Dunnen kennen, Willempje was met haar twee andere zussen en drie broers kerkelijk oppervlakkig opgevoed. Het gezin woonde destijds in de omgeving van Overschie. Een grootmoeder van vaderszijde, Willempje van Lomwel, die wel trouw kerkelijk meelevend was, woonde bij hen in. Zij was reeds op jonge leeftijd weduwe geworden van haar man Frank den Dunnen, die op 6 mei 1890 overleed op 35-jarige leeftijd. Iedere zondag ging zij in Delft naar de Hervormde Kerk, als daar ds. Zandt, ds. Leenmans of ds. Lekkerkerker preekte. Haar beide kleindochters, Lena en Wil, besloten op eigen initiatief om mee te gaan. Toen ds. Riekel naar Delft kwam, ging deze grootmoeder ook over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk. Zo kwamen twee zussen onder het gehoor van ds. Riekel. Broer Rocus Langstraat huwde de ene zus, Helena Wilhelmina (Lena) Den Dunnen. Arie trouwde in maart 1941 met de andere zus, Willempje Den Dunnen.  

In december 1941 werd Arie gekozen tot diaken, later tot ouderling. Intussen vond, na de bezetting van ons land, het gewone leven grotendeels gewone voortgang, maar al gauw begon de bezetter zich agressiever op te stellen. Vele Nederlandse jonge mannen moesten naar Duitsland om daar te gaan werken voor de vijand. Toen dit bekend werd, stuitte Arie Langstraat juist op een groepje Duitse soldaten die bij een brug op wacht stonden. De angst sloeg hem om het hart, want omkeren kon niet meer. Deze Duitse soldaten zouden dan zeker de achtervolging inzetten. In zijn binnenste rees een gebed tot de Heere op. Daarna vervulde een wonderlijke kalmte zijn hart. Bij de brug lieten de Duitsers hem ongemoeid passeren. Arie mocht hier de bewarende en beschermende hand van de Heere ervaren.

Op 20 december 1945 deed ds. Van Minnen zijn intrede in Delft als opvolger van ds. J.A. Riekel. Hij was een andere persoonlijkheid dan zijn voorganger ds. Riekel, maar kreeg niet minder een gewaardeerde plaats in Delft. Ds. Van Minnen was een literaire persoonlijkheid, maar kon zich ook heel direct uitdrukken.  Hij kon heel scherp zijn als het over 'vrome' godsdienst ging,  maar was ook heel teer als het ging over het ware (beginnende) geestelijke leven.

Op 21 mei 1948 overleed Louwtje Langstraat. Louwtje was het tweede kind van Rocus Langstraat en Lena Langstraat-den Dunnen. Hij was door een fout van de verloskundige geboren met een hersenbeschadiging. Op wonderlijke wijze toonde de Heere, dat het verstand Hem niet in de weg staat om Zijn genade te verheerlijken. Dit kindje stierf op twee-jarige leeftijd onder een geopende hemel.

Pieter Langstraat kwam onder een preek van ds. Van Minnen tot meerdere ruimte, als het ging om zijn geestelijke staat. In die tijd liep Pieter Langstraat voor zijn eigen waarneming nog met een onverzoende schuld. Tijdens een preek klonken plotseling de woorden: "En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde." De Heere paste deze woorden aan de ziel van Pieter Langstraat toe. Maar toch kon hij het nog niet zomaar ten volle omarmen. Het was voor hem te groot. Daarom vroeg Pieter in stilte aan de Heere of deze woorden nog een keer tot hem mochten komen. Toen klonk er voor de tweede maal van de kansel "En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde."

Noten

Gegevens uit:

De Open Deur, Geschiedenis Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland te Delft

H. 1.1.

Laatst herzien en uitgebreid 2020

Samenstelling E. Lodewijk

Complete lijst van bronnen en literatuur: