Deel 4

Gerard Salomons (1890-1975)

Biografische schets

"Het is waar dat zelfs in kringen en in kerken die zo dicht bij elkander moeten staan groot wantrouwen en verdeeldheid heerst. Hier in Terneuzen is een grote gemeente van de richting Dr. Steenblok en een kleinere van de z.g. synodale Gereformeerde Gemeenten. In Woord en geschrift bestrijden ze elkander zo hevig en met zoveel hartstocht, dat de ene kerk van de andere zegt dat ze een dwaalleer aanhangt en zelfs de zaligmakende genade aantast. Ze zijn heel blij, dat ze gescheurd zijn, ze spreken van verkapte drieverbonders, n.l. dat zijn de synodalen andersom verwijten ze elkander ziekelijkheid en doordrijverij. Van hoe andere gezindheid was toch wijlen ds. [F.] Bakker. Alhoewel oorspronkelijk van de Gereformeerde Gemeenten, die nu onlangs hebben uitgesproken, dat vereniging met de Christelijke Gereformeerde Gemeenten [Kerken] niet kan, omdat die kerk de drieverbondenleer aanvaard was ds. Bakker een uitgesproken drie-verbonder en daarom bleef hij liever Christelijk-Gereformeerd dan ooit naar de Gereformeerde Gemeenten over te gaan. In onze veelvuldige gesprekken was hij het met ons gematigd twee-verbonder zijn niet eens en toch bleven wij... vrinden. Inzake de korte-haar kwestie was hij het niet met ons eens, want hij zag in [1] Korinthe [11] geen absoluut gebod van de Heere aan Zijn kerk, wat ook de Gereformeerde Gemeenten niet doen en toch bleven wij vrinden. Hier in Terneuzen [in de Gereformeerde Gemeente] zitten veel jongere en oudere vrouwen met soms zeer kort haar in de kerk, maar met een hoedje op. Daar draait het in deze kerk weer om dat hoedje. De oude blinde ds. Juch van de Kruisgemeenten van weleer, zei eens in een preek, inzake al die verschillen: best mogelijk dat de gezaligden in de hemel elkander glimlachend aankijken en zeggen: waar hebben we ons druk over gemaakt?"


G. Salomons


Scriba J. Harperink was destijds woonachtig aan de Coenderstraat, achter station Delft.
Scriba J. Harperink was destijds woonachtig aan de Coenderstraat, achter station Delft.

Hoofddorp, 11 juni 1955

Waarde br. Harperink,

Het verheugt mij uit uw brief te vernemen, dat u weer aan de beterende hand bent. Ja geachte br. dankbaarheid en eenswillendheid wordt bij ons niet gevonden; ook ziekte en tegenslag kunnen ons niet brengen op die knieën voor God. Maar de Heere is machtig ons hart te verbrijzelen zowel in tegenspoed als in die van voorspoed. En als wij dan weer beschaamd uitkomen met onszelf, ja dan een oog te mogen krijgen voor de persoon en het werk van de biddende en dankende Hogepriester, dat is groot. Moge de Heere u dat maar schenken uit Zijn genade. U schrijft over een zondagsbeurt; nu dat zou kunnen D.V. 17 juli. Maar..er is een voorwaarde aan verbonden. Ik weet niet, waar tegenwoordig de predikanten logeren, en aangezien ik de laatste tijd niet wel ben zou heel ver lopen voor mij bezwaarlijk worden; indien het echter niet verder is dan naar u, dan zou het net gaan, maar woont br. Langstraat niet verder weg? Let wel, ik heb er niets op tegen, als het bij u niet kan, bij br. Langstraat te logeren, maar als dit wat verder weg is zal 't voor mij ondoenlijk zijn, naar ik vrees. Ik wil ook wel bij een niet kerkenraadslid logeren - het allereenvoudigste is mij zelfs uitstekend, maar mocht u voor mij geen logeergelegenheid hebben, dan had ik toch gaarne, dat u mij dat p.o. schreef, want dan ben ik van plan 17 juli aan Bussum te geven. Kan het echter geschikt worden, dan kom ik 17 juli liever te Delft. Ontvang met uw vrouw, inmiddels de hartelijke groeten en toewensing van Gods genade en nabijheid.

Uwe toegenegen ds. G. Salomons

Na zijn emeritaat vestigde ds. Salomons zich met zijn echtgenote in Terneuzen. Regelmatig preekte hij tot zijn overlijden nog in Delft, maar wanneer hij Terneuzen bleef bezocht hij meestal de morgendiensten in de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zaamslag. Vanuit Terneuzen reden hij en zijn vrouw mee met mevrouw Bakker-Dieleman, de weduwe van ds. F. Bakker. Hier stond destijds ds. P. Sneep waarmee hij goed kon opschieten. Soms hoorde hij ook wel andere predikanten en die brachten soms bij vertrek nog even een bezoekje aan ds. Salomons.

Ds. M. Geleijnse met zijn gezin
Ds. M. Geleijnse met zijn gezin

"Nog altijd krijgen wij in de zomermaanden veel bezoek van oude kennissen en vrienden; onlangs is oud-zendeling Geleijnse nog een maandagmorgentje geweest. Des zondags preekte hij in Zaamslag en we hebben hem met genoegen beluisterd; een bevindelijk spreker, maar helemaal niet z.g. doorgezakt. Wat heeft die man daar in Celebes ontzaglijk veel meegemaakt. Hij en zijn vrouw, drie jaar in het Jappenkamp gezeten, ver van elkander verwijderd en in zeven jaar elkander niet gezien. Hij is menigmaal door rebellen met de dood bedreigt en toch wonderlijk door de Heere uit gered en bewaard. Hij is nu al boven de zeventig en preekt nog fors en opgeruimd. De schotjes-geest tussen kerken en kerkjes zoals hij dat in ons land waarneemt trekt hem niet aan, al is hij wel sterk voor een kerkelijk geordend leven. Maar daar op de zendingsvelden verdraagt en waardeert men elkander meer en zoekt voor zover dat kan ook naar gemeenschap. Eerlijk gezegd, net een man naar mijn hart, erkennend de pluriformiteit in de openbaring van het ene lichaam van Christus."


G. Salomons



[*] Maarten Geleijnse werd op 17 maart 1893 te Zierikzee geboren. Na enkele jaren als scheepstimmerman werkzaam te zijn geweest, meldde hij zich aan voor het zendingsadmissie-examen. Op 11 november 1930 werd ds. Geleijnse te Hoogeveen in het ambt van missionair dienaar des Woords bevestigd. Vanuit Hoogeveen werd hij uitgezonden naar het eerste zendingsterrein van de Christelijke Gereformeerde Kerken: Torajaland. Samen met ds. A. Bikker heeft ds. Geleijnse gewerkt aan de opbouw van de kerk, de Geraja Toraja Mamasa. In 1963 ging ds. Geleijnse met emeritaat. Op 92-jarige leeftijd is te Hilversum overleden.

Terneuzen, 4 maart 1970

Waarde br.

Het heeft mij verblijd, dat de kerkenraad mij nog gaarne voor de gemeente Delft het Woord wil laten bedienen, al bekruipt mij soms de vrees, dat ik er o.m. te oud voor word. Maar biddag of biduur te komen leiden is voor mij toch ondoenlijk. Ik zou als het weer wat gunstiger is dan thans toch met de auto gehaald en gebracht moeten worden; des middags vroeg gehaald, des avonds preken en de volgende dag weer des morgens weggebracht. Ik besef levendig, dat de wil te Delft daartoe wel gelegen is, maar dat zoiets toch een onmogelijke opgaaf is; laten we zoiets dus maar volkomen uit ons hoofd zetten. Met de a.s. paasdagen liggen de zaken toch wat anders. Men kan ons des zaterdagmiddags per auto komen halen en des maandagsmiddags, nadat we ergens bij de vrinden te Delft gegeten hebben, weer met de auto thuis brengen. Wellicht is het in verband met familiebezoek voor u niet zo aantrekkelijk om de geoorloofde gezelligheid te moeten missen, maar misschien kan de zoon van br. [J.] Kroon [Schipluiden] ons dan weer thuis brengen; als zijn vader tenminste daarin toestemt en de zoon daarin ook bewilligt. Met trein, boot en bus gaan durf ik nog niet aan. Temeer, omdat ik nu gewaar word, dat ik een tamelijke klap gekregen heb met mijn ongesteldheid. Ik ben een paar keer, toen het hier wat zachter was, even om de hoek een boodschap wezen doen, maar ik moest dat weer bezuren met pijnlijke steken in borst en rug. In verwarmde huis en studeerkamer gaat het gelukkig wel goed, maar dat gure weer...!

U kunt begrijpen, hoe ik er naar verlang, dat het weer met de a.s. paasdagen wat milder zal zijn, al acht ik het een groot plus, dat ik dan naar en van Delft en te Delft zelf niet veel buiten behoef te
zijn. En wat mijn zielsgesteldheid betreft; ik spreek niet zo dikwerf en vlot over mijzelf. Vroeger wel, maar sinds jaren niet meer. Altijd doemt het donker verleden bij mij op en dat beneemt mij alle
blijmoedigheid. Als de vergeving mijner zonden, hierin moet bestaan, dat men, na inkeer en herstel voortaan weer blijmoedig door het leven gaat, dan vrees ik, dat mij de zonde niet is vergeven. En ja, dan komen ook nog daarbij de bange vragen: had je wel weer je in het ambt moeten begeven; is het niet mede indirect door jouw verleden, dat het met het kerkelijk leven zo droevig af schijnt te lopen? Werkelijk dan kan ik er niet uitkomen. In gesprek en preek houd ik dit alles achter mijn kiezen, want ik vind dat de gemeente Delft daardoor niet gesticht wordt, maar van binnen....? Nu lazen we laatst een meditatie van wijlen ds. L. Vroegindeweij. Alhoewel ik doorgaans met zijn schrijven niet zo wegloop, trof ons toch dit heel bijzonder: op voor voor hem heel tere manier schetste hij de blijvende droefheid over de begane afwijkingen. En dan wijst hij op wat Christus zegt van die man, die daar achterom te zien scheve voren in de akker trekt, en Vroegindeweij raadt aan de hand van de tekst, om toch niet immer naar een donker verleden om te zien, maar biddend berouwwol opwaarts te zien en hoopvol uit te zien naar voren over de akker Gods en alzo de ploeg te hanteren. Een onderwijzend, waarschuwend en toch weer bemoedigend woord was dat voor ons als ik in de put zat dat telkens
weer boven en bewaart mij voor doffe onheilige wanhoop. Ja, dan kan ik toch weer voort en D.V. met de paasdagen ook in Delft preken!! Groet de kerkenraad, uw vrouw en kinderen en de andere toegenegen vrinden van ons,

uw toegenegen

ds. Salomons en echtgenote