Vele wateren - niet kunnen uitblussen

Biografische schets ds. Gerard Salomons (1890-1975)

Biografische schets
Biografische schets

Samenstelling: E. Lodewijk

© 2020 Beheerstichting Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland Delft


Inleiding

Wie was kort samengevat ds. Salomons? Hij zou het zelf niet hebben willen horen, maar we kunnen gerust zeggen: Hij was een voorbeeld van een onbaatzuchtig dienaar van het Evangelie en tevens een levend bewijs daarvan.

Betekenis ds. G. Salomons (1890-1975).

Dr. Niels van Driel wijst er in zijn boek 'Het volk zonder applaus, de receptie van Karl Barth in hervormd-gereformeerde en christelijk-gereformeerde kring' (pagina 91) op, welk een grote betekenis ds. G. Salomons (1890-1975) gehad heeft voor de Christelijke Gereformeerde Kerk in de beginfase van dit kerkverband. In de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw behoorde hij aldaar tot de meest prominente predikanten. Zijn plek in de geschiedenisboeken werd evenwel vrijwel uitgewist; er bleef van ds. Salomons een beeld over als een 'besmet' iemand of zoals hij het zelf eens uitdrukte: ' de rotte appel in het kerkelijke leven'. Beschamend, gezien ds. Salomons zijn misstap eerlijk beleden heeft, rijk heeft mogen getuigen van (na een lange tijd van jaren) vergeving van zonden, en ook de kerkelijke weg tot herstel bewandeld heeft. Daarom is ds. Salomons destijds ook weer (hij heeft dit niet zelf gezocht, maar velen hebben hem hierom steeds gevraagd) als lid in de kerk opgenomen en in zijn ambt hersteld door ds. J.G. van Minnen (1900-1971). Vele van Gods kinderen uit allerlei kerkverbanden zijn hier ook verblijd mee geweest en hebben hiervan getuigd. Anderen bleven staan op afstand met een veroordelende blik en hebben neerbuigend over hem geschreven. Het zij zo. Ds. Salomons heeft nooit teruggeslagen en het alles geduldig willen verdragen. Hij is opgenomen in heerlijkheid en heeft geen verdediging meer nodig. Toch doet het goed wanneer we lezen, dat dr. Van Driel in zijn boek er aandacht voor vraagt, dat het vrijwel ontbreken van ds. Salomons in de geschiedenisboeken niet te rechtvaardigen is. De respectvolle toon die hierin doorklinkt doet hartverwarmend aan. In andere publicaties heeft het daaraan wel eens ontbroken. Veel wat er tot nu toe geschreven is over ds. Salomons - met name in de z.g. kleine kerkgeschiedenis - bevat onjuiste informatie.

Deze pagina voorziet in een biografische schets van ds. G. Salomons waardoor geïnteresseerden de mogelijk hebben hiervan kennis te nemen. Het is een voorlopig overzicht en wordt D.V. verder uitgebreid.

Jeugd en opleiding

Gerard Salomons werd geboren op 18 april 1890 in Baarn, als zoon van de kruidenier en kleermaker Gerrit Salomons en diens echtgenote Johanna Frederika Köhler. Het gezin behoorde tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, een in die jaren groot toonaangevend kerkverband, in 1892 aaneengesmeed uit 339 afgescheiden gemeenten en 310 doleantiegemeenten onder leiding van dr. A. Kuyper. Salomons groeide op onder de prediking van ds. W. H. Gispen Jr. die in de Gereformeerde Kerk van Baarn stond van 1899 tot 1906. Onder diens prediking werd hij, naar zijn eigen zeggen, getroffen door een 'pijl' van de Heere. Dit was voor hem een ingrijpende ervaring, waarna zijn leven een wending kreeg. God wilde Zichzelf in liefde en genade aan hem openbaren.


Wouter Salomons (1740-1803) Landbouwer gehuwd met Maria Geurtsen (1746-1792)

Geurt Salomons 1781-1868 Arbeider gehuwd met Jochemina van Binsbergen (1790-1846)

Geurt Salomons 1833-1915 Kleermaker gehuwd met Anna Maria Gerritsen (1834-1867)

Kinderen:

Geurart Salomons (1859-1940)
Geurart Salomons (1859-1940)

1. Geurat Salomons 1859-1940 Predikant in Nederlands Hervormde Kerk. In 1884 kandidaat geworden in Drenthe, aanvaardde hij 26 April 1885 het predikambt te Willige-Langerak en diende verder de gemeenten Nieuwe Pekela, Wetsinge-Sauwerd en Hengelo (Ov.) 1 Mei 1929 ging hij met emeritaat. Op 81 jarige leeftijd overleed hij in Hengelo (Ov.). Op de dag dat ds. G. Salomons werd begraven waren de Duisters bezig ons land te veroveren in mei 1940. Men maakte zich ondanks de verschijning van de eerste Duitse militairen nog niet heel ongerust. Spoedig was het land echter in een hevige strijd verwikkeld. Ds. Salomons werd geschetst als een herder in zijn hele persoonlijkheid, een eerwaardig man, een deemoedig christen. Afgezant naar geheel zijn hart en wezen van zijn Goede Herder. Zijn collega ds. J.W. van Kooten dankte voor hetgeen ds. Salomons voor de gemeente gedaan had. Speciaal wees de spreker erop hoe ds. Salomons steeds de gemeente aanspoorde 'de schoone psalmen' te zingen, waarin gewezen wordt op de enige steun, als al het andere wegvalt.

Uit: Tubantia Twents Dagblad, dinsdag 14 mei 1940

 

2. Gerrit Salomons 1859-1859

3. Gerrit Salomons 1860-1941 Kleermaker en kruidenier gehuwd met Johanna Frederika Köhler (ouders van ds. G. Salomons).

Wouter Salomons (1862-1958)
Wouter Salomons (1862-1958)
Wouter Salomons circa 1920
Wouter Salomons circa 1920

4. Wouter Salomons 1862-1958 Timmerman en aannemer. Hij had een opleiding aan de Arnhemse ambachtsschool. Als architect was hij autodidact. De ontwerpen die hij als architect maakte, zijn van grote waarde geweest voor de ontwikkeling van het stadsbeeld van Amersfoort. In Amersfoort ontwierp hij diverse villa's op de Amersfoortse Berg en winkelpanden in de binnenstad. In 1914 ontwierp hij de uitbreiding van de Gereformeerde Kerk aan de Zuidsingel. In 1887 hadden de gereformeerden een gedeelte van een oude kazerne aan de Zuidsingel, het Arsenaal, aangekocht. Dit gebouw werd direct afgebroken en er werd een klein kerkgebouw met pastorie gesticht. In 1914 werd besloten tot uitbreiding van de kerk, waarvoor Salomons het ontwerp maakte.

 

5. Nicolaas Salomons 1865-1865



Geref. Kerk Baarn
Geref. Kerk Baarn

Dominee Gispen was een zoon van de bekende ds. W. H. Gispen sr. 1832-1909  die jarenlang in De  Bazuin ontwikkelingen in kerk en samenleving schreef in de vorm van 'Brieven aan een vriend in Jeruzalem'. Hij was tevens de vader van de latere hoogleraar W.H. Gispen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Laatstgenoemde werd op 7 augustus 1900 in Baarn geboren en in 1925 predikant te Hazerswoude. Tussen 1928 en 1945 was hij predikant van de Gereformeerde Kerk in Delft. Op 1 oktober 1945 werd hij buitengewoon hoogleraar in de theologie en gewoon hoogleraar in de faculteit van de letterkunde en wijsbegeerte voor Bijbelse archeologie, Hebreeuws en Aramees, Assyrisch en Arabisch. Dit was hij  tot zijn emeritaat in 1970. Als zodanig heeft hij meegewerkt aan de "Korte verklaring van de Heilige Schrift" en was ook medewerker aan de Bijbelvertaling 1951 van het Oude Testament in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap.

Omdat Salomons het uiteindelijk niet meer kon vinden in de Gereformeerde Kerken door het gemis aan een Schriftuurlijk-bevindelijke prediking, ging hij over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk, een klein kerkverband dat eveneens bestond sinds 1892. Het betrof eigenlijk een smaldeel van de oude Christelijke Gereformeerde Kerk, in 1869 door een vereniging van twee groeperingen voortgekomen uit de Afscheiding van 1834: de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis. Doordat de vereniging van 1892 bij velen achteraf toch niet erg voldeed, bloeide de aanvankelijk zeer kleine Christelijke Gereformeerde Kerk spoedig op. In 1909 werd Gerard Salomons aangenomen, samen met de studenten J. Tolsma (1872-1968)  en J.A. Riekel (1869-1949)  (  ) aan de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerk, toen nog in Rijswijk. Deze opleiding bestond sinds 11 september 1894. De opening vond plaats op een locatie in Den Haag door ds. J. Schotel (1825-1914) (  ) Kort daarop verhuisde men in 1899 naar Rijswijk, totdat de school definitief in Apeldoorn werd gevestigd. De eerste docenten waren ds. F.P.L.C. van Lingen (1832-1913) en ds. J. Wisse Czn. (1843-1921) In 1905 kwam er een derde docent bij in de persoon van ds. P.J.M. de Bruin (1868-1948). In 1909 werd ds. A. van der Heijden (1865-1927) als docent aangesteld in plaats van Van Lingen die zijn arbeid in datzelfde jaar moest neerleggen wegens zijn hoge leeftijd. Later kwamen daar nog ds. H. Janssen (1872-1944) en ds. F. Lengkeek (1871-1932) bij.

Villa Nuova in Rijswijk, Theologische School CGK
Villa Nuova in Rijswijk, Theologische School CGK
Docenten Van der Heijden, Lengkeek en De Bruin
Docenten Van der Heijden, Lengkeek en De Bruin

Onderscheiden behandeling der kranken.

(..) Christus zelf was de grote Pastor tegenover de ellendigen en innerlijk met ontferming bewogen. Toch kan troosten niet voor elke kranken gelden. Er zijn kranken die veel eer[der] in plaats van troost ontdekking nodig hebben van hun jammerlijke toestand en daarom moet [men] bij verschillende kranken ook onderscheiden handelen.

Alleen waar [een] beginsel [van] genade en geloof aanwezig is, daar kan getroost worden. Bij begenadigden die in bestrijding verkeren over hun staat, hier mag de pastor troosten door te wijzen op 't geen de Heere gedaan heeft en op de vruchten des geloofs die openbaar gekomen zijn. Heeft de kranke daaraan niet genoeg, hij wijze er op dat de vrucht des geloofs hoezeer ook grond tot troost geen grond is van de vergeving der zonden welke alleen op Christus Borgwerk gegrond is. De pastor mag alzo het gekrookte riet niet verbreken, maar hij trachtte ook niet het gekrookte ongekrookt te maken, maar wijze op Christus als de volle Zaligmaker. Hij wijze de bekommerde ziel op 't voorwerp des geloofs, die 't goede werk door Hem begonnen, niet laat varen (Fil. 1: 6)

De pastor kan ook komen bij kranken die verzekerd zijn van hun genadestaat, doch op 't ziekbed in verlatenheid of dorheid verkeren. Hij wekke den kranke op tot onderzoek of er ook redenen zijn waarom de Heere Zijn aangezicht verbergt, doch wijze er tevens op dat de Heere vrij is om ook zonder bijzondere oorzaken Zijn volk in duister te doen brengen. Dan mag de pastor troosten, met de verzekering, dat daarna de verwisseling zoveel te heerlijker zal zijn en de beloften uit Gods Woord voorhouden aangaande het toekomende leven. (..)

Tevens kan de pastor kinderen Gods aantreffen die, al vrezen ze niet om te komen, toch erg tegen het sterven opzien en daardoor de blijdschap des harten missen. Hij troostte dan niet, met de blijdschap die achter het sterven ligt, maar hij wijze dan op Christus, die ook tegen het sterven opzag in Gethsemané en uit die vreze des doods is verhoord Hebr. 5: 7, en dat die verhoring ook vrucht afwerpt voor zijn volk. Ook kan de pastor wijzen op de trouw des Heeren in Psalm 23 door David bezongen, ook als de hij gaat door 't dal van de schaduwen des dood, dat voor hem niet de dood, maar de schaduwen vreze baart en de schaduw zal verdwijnen door 't opgaan in 't volle licht. En op Paulus triomflied 1 Kor. 15: 55-58.

Bij aardsgezinde wordt ook de pastor geroepen. Men wil dan voorbede vooral ter genezing des lichaams. Spoedig zal de pastor na enig spreken duidelijk worden dat het meer behoud des levens dan de nood der ziel naar de pastor deed verlangen. Hier heeft hij moeilijk werk. Hij vindt geen ware boetvaardigheid, zelfs geen ernstige gedachte aan de eeuwigheid, maar slechts verlenging des levens. De pastor wijze erop dat verlenging des levens zo weinig betekent, de dood toch weldra komt en de eeuwigheid aanstaande is. De ernst van het oordeel moet aangezegd worden en de ongenoegzaamheid van uitwendige godsdienst, kerkgaan, christelijk leven zolang onze deugden geen zonden voor God geworden zijn. Dikwijls stemmen de kranken dit toe, maar met de wens om daarom hersteld te worden om dan na genezing God te gaan zoeken. In de grond is dit niets dan uitvlucht der aardsgezindheid, want men wil blijven leven en niet Gode gaan leven. (...)

Bij eigengerechtigden is des pastors taak zeer zwaar. Overtuigen van zonde en ongerechtigheid kan alleen de Heilige Geest. Doch de pastor moet toch als dienaar des Heeren wijzen op de zonde en inzonderheid op de grote zonde van ongerechtigheid. Deze woont in ieders hart. Gods kinderen zijn er zelfs niet van verlost, maar bij sommige onbekeerden is zij hoofdzonde en wel onder schijn van ootmoed. Bij sommigen hoort de pastor bij het naderen van het ziekbed al roepen: O, dominee ik ben zo'n groot zondaar, doch bij onderzoek waarin dit bestaat en nader vragen wat zonden toch wel het geweten bezwaren hoort men al spoedig veel dat naar eigen roem zweemt. Bekend is 't verhaal van de pastor die bij een kranke komende haar hoorde belijden zo'n groot zondares te zijn en die na 't antwoord dat hij zulks van haar buurvrouw had vernomen zich hoorde roepen: Wat heeft dat slechte wijf van mij wel te zeggen. Sommigen zijn zo eigengerechtigd dat zij de pastor hun deugd voorhouden. Hier moet de pastor erop wijzen dat Christus niet voor gezonden, maar voor zieken gekomen is en dat alleen voor armen plaats is in het Koninkrijk Gods.

Anderen zijn fijner in hun eigengerechtigheid. Zij erkennen natuurlijk mensen te zijn, die nooit zich aanmatigden zich onder Gods kinderen te rekenen, niet op valse gronden naar de eeuwigheid willen, daarom bij getrouwe leraars te hebben gekerkt. Gods kinderen gaarne in hun huis ontvingen, afkeer hadden van hen die op deugd en plicht bouwden, veel gelezen in Oude Schrijvers, in één woord zo gereformeerd menen te zijn, dat de pastor hun toch wel enige hoop op de zaligheid zal schenken. Ook hier moet de pastor erop wijzen, dat zulks te licht is in de weegschaal van Gods recht. Hij spreke echter niet te lang, daar zulke zielen door redenering zich toch niet laten overtuigen. Een predikant onzer kerk hoorde zich eens toevoegen: gij zult mij toch niets ontnemen. waarop deze pastor antwoordde, dat is zo, want hier is niets te ontnemen, opdat ge nog niets bezit dat gegrond is. Liever bidde de pastor bij de zieke en legge hem in de mond wat hij eigenlijk in het hart moest hebben, namelijk belijdenis van zonde en bede om ontdekking door de Heilige Geest." (..)

Aantekeningen G. Salomons gemaakt op de Theologische School


's-Gravenhage, 9 juli 1915

Tussen 6 en 9 juli 1915 was het curatorium bijeen en werden de broeders J.A. Riekel, G. Salomons en J. Tolsma geëxamineerd in de vakken van het Theologisch Examen: Natuurlijke Theologie, Inleiding op de Godgeleerdheid, Dogmatiek, Ethiek, Dogmageschiedenis der Gereformeerde Kerken, Homiletiek, Symboliek en Exegese Oude en Nieuwe Testament. Aan dit onderzoek ging vooraf het doen van een korte preek achtereenvolgens over Romeinen 3: 23, 24 "Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is" 1 Korinthe 12: 3b "en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest." 1 Petrus 1: 17b en 18 "Zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning; Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is." Alle broeders werden bevorderd tot kandidaten in de heilige bediening.

"De Koning der Kerk zalve deze broeders met een rijke mate van Zijnen Heilige Geest. Hij stelle hen tot een uitgebreiden zegen voor de gansche Kerk en verheerlijke Zich in en door hen."

Het curatorium der Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerk:

P. de Groot, voorzitter
T.A. Bakker, secretaris

Juli 1915.

Beroepen te Bussum-Naarden, onder leiding van onzen geachten Consulent den WelEerw. Heer Ds. J.J. v.d. Schuit, met bijna algemeene stemmen, den Eerw. Heer. G. Salomons, candidaat tot den H. dienst te Oosterbeek.

Namens den Kerkeraad,

C. Sterk, scriba


Uit: De Wekker, 23 juli 1915


Predikantschap tussen 1915-1932

Bussum.  

Na zijn studie nam kandidaat Salomons het beroep van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Bussum aan. Nadat hij op 28 oktober 1915 met Daatje Driessen, (geboren op 14 april 1891 in Utrecht - zij was een zuster van ds. D. Driessen (1879-1961) in het huwelijk was getreden - ( ) , werd hij enkele dagen daarna, op 31 oktober 1915 door docent A. Van der Heijden als predikant bevestigd in Bussum met een preek uit 1 Korinthe 3: 9a: 'Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw, zijt gij.' Ds. Salomons preekte bij zijn intrede over de tekst Lukas 8 : 5a. 'Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien.'

De gemeente van Bussum werd op 24 oktober 1902 als preekplaats gesticht vanuit Amsterdam. Op 14 november 1904 werd een officiële gemeente geïnstitueerd. Er waren toen twee ouderlingen en twee diakenen. Aan de Nieuwe Englaan werd een kerkgebouw gerealiseerd. Tussen 1908 en 1914 werd de gemeente gediend door ds. M. Schouten (1863-1917). In 1915 kwam ds. Salomons. Tijdens het verblijf van ds. Salomons nam het ledental aanzienlijk toe. ( )

CGK Bussum
CGK Bussum
Ds. A. van der Heijden
Ds. A. van der Heijden
Ds. G. Salomons met de jongelingsvereniging Bussum
Ds. G. Salomons met de jongelingsvereniging Bussum

Amersfoort.

In 1923 nam ds. Salomons een beroep aan naar Amersfoort. Een kleine groep zette in 1893 de gemeente uit 1837 voort, nadat het merendeel zich verenigd had met de doleantiegemeenten rond dr. A. Kuyper. De gemeente was klein. In 1894 namen 12 manslidmaten deel aan de ledenvergadering. In 1915 zijn het er nog niet veel meer. In 1916 kreeg de gemeente in ds. L.H. Beekamp (1872-1960)  een eerste predikant. Het verblijf van ds. Salomons (1923-1929) zorgde voor een forse uitbreiding van de gemeente. Bij zijn vertrek waren er 350 leden. Ds. Salomons ontwikkelde zich tot een echte kanselredenaar. (  ) Als predikant in Amersfoort was ds. Salomons betrokken bij de oprichting van een gemeente in Soest. De eerste diensten in Soest werden gehouden in een koeienstal. Doordeweeks werd een gastpredikant uitgenodigd. Deze gemeente had in de eerste periode van haar bestaan nogal te kampen met financiële problemen. De collecten bleken dikwijls niet toereikend. Genoeg reden dat de kerkenraad besluit: bij voorkeur dominees uit te nodigen die het volk trekken, 'dat zijn dominees die de zuivere en bevindelijke waarheid brengen zoals ds. Salomons, Bijleveld, De Boer, Van Ree, Van der Meiden en Van Brummen.' (  )



Synode Christelijke Gereformeerde Kerk 1934. Linksonder zit ds. G. Salomons (met de hand bij het oor). Daarboven is zichtbaar ds. J.A. Riekel (met de hand bij kin). Recht tegenover hem ds. L.H. van der Meiden.


Bevindelijk en begaafd prediker.

Salomons was theologisch uitstekend onderlegd. Regelmatig verschenen er voor de Tweede Wereldoorlog publicaties van hem in 'De Wekker' over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Ook buiten het kerkverband was hij actief voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Ds. J.H. Velema over Salomons: 'Hij was een begaafd prediker; grondige exegese en bevindelijke toepassing.' (  ) Hij behoorde zonder meer tot de best onderlegde predikanten, die in de kerkelijke pers menige serie over een actuele stroming, sekte of theologie schreef. (  ) In 1924 werd ds. Salomons door de Algemene Vergadering van de 'Staatkundig Gereformeerde Partij' benoemd tot lid van een commissie, die een publicatie moest voorbereiden over de betekenis van artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, naast ds. G.H. Kersten, ds. P. Zandt en ds. W. Den Hengst. (  ) Een verkiezing voor het hoofdbestuur van de SGP nam Salomons niet aan.


CGK Amersfoort
CGK Amersfoort
CGK 's-Gravenzande
CGK 's-Gravenzande
Ds. G. Salomons met catechisanten in Amersfoort
Ds. G. Salomons met catechisanten in Amersfoort

's-Gravenzande.

In 1929 nam ds. Salomons een beroep naar 's-Gravenzande aan. Maandag 16 Mei 1932 nam ds. Salomons afscheid van 's-Gravenzande met een preek over Mattheus 28 : 20 en sprak over 'de belofte van den scheidende Heiland.'

Periode 's-Gravenzande wordt t.z.t. nog uitgebreid

Nieuwe Bijbelvertaling.

Eind 1929 schreef ds. G. Salomons in De Wekker een artikelenreeks over de Nieuwe Bijbelvertaling. Deze vertaling zou uiteindelijk pas in 1951 gereed komen. In het kort iets over de aanloop van deze discussie.

Wordt vervolgd

Ds. Salomons als predikant in Amsterdam

Dinsdag 24 Mei 1932 werd ds. Salomons in Amsterdam-West door zijn collega en vriend ds. A.M. Berkhoff (1885-1944) bevestigd met een preek over Lucas 12: 3 'Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden.' Donderdag 26 Mei 1932 deed ds. Salomons zijn intrede met een preek over Handelingen 8: 35 'En Philippus deed zijn mond open en beginnende van die Schrift verkondigde hem Jezus'. Hoofdgedachte was: 'Philippus' Jezus-verkondiging aan de Moorman.' In deze Amsterdamse periode (1932-1939) waren er goede contacten met Prof. G. Wisse (1873-1957), die toen in Amsterdam-Oost stond. Deze woonde echter niet in Amsterdam, maar reisde per spoor heen en weer. Wisse zei met de hem kenmerkende humor als hij bij ds. Salomons op bezoek kwam: 'Hier komt de dominee op artikel 8 bij professor Salomons.' (  )

Ds. J.J. Buskes (1899-1980).

"in Amsterdam gaat het leven altijd door", zo vertelde ds. Salomons eens. De kerkenraad van Amsterdam-West had dan ook hooggespannen verwachtingen van de nieuwe predikant. Ten eerste was daar ds. J.J. Buskes (1899-1980), predikant van de Gereformeerde Kerk in Hersteld Verband van Amsterdam (het kerkverband ontstaan in 1926 naar aanleiding van de kwestie-ds. Geelkerken die de letterlijke lezing van het scheppingsverhaal in twijfel trok) wiens opvattingen de bestudeerde jonge mensen  uit de gemeente wel aansprak.  Ds. Buskes maakte een combinatie tussen het oude gereformeerde geloof en moderne maatschappelijke opvattingen. Hij publiceerde veel en sprak veel voor de radio en later ook voor allerlei tv-programma's en was als politiek linksgeoriënteerd betrokken bij de PvdA. Ds. Salomons moest dus zorgen dat zijn preken actueel genoeg waren om deze jongeren erbij te houden.



Ds. J.J. Buskes
Ds. J.J. Buskes
Ds. A.M. Berkhoff
Ds. A.M. Berkhoff
Karl Barth
Karl Barth

Ds. A.M. Berkhoff en diens opvattingen van een Duizendjarig rijk.

In Amsterdam-West waren verder gemeenteleden die sympathie hadden voor de opvattingen van ds. A.M. Berkhoff (een man die ds. Salomons overigens wel tot zijn persoonlijke vrienden rekende, maar diens opvattingen niet deelde), aangaande de leer van het 'duizendjarig rijk', waarvoor deze predikant uiteindelijk ook vrijwillig in 1933 het kerkverband zou verlaten. De Generale Synode van Christelijke Gereformeerde Kerk die dat jaar gehouden werd in Zwolle oordeelde, "dat er geen Schriftuurlijke grond is voor de leer van een lichamelijke opstanding der gelovigen vóór de algemene opstanding, noch ook voor een regering der heiligen op aarde gedurende duizend jaren, noch ook voor een periodieke aards getinte Christocratie, zoals zij leren, die een duizendjarige regering op aarde stellen". Ds. Berkhoff kreeg de ruimte om predikant te blijven binnen het kerkverband met zijn privé-opvattingen, maar mocht deze opvatting niet in de kerk uitdragen. Hiermee wilde Berkhoff echter niet akkoord gaan. Naar zijn opvatting hield de Christelijke Gereformeerde Kerk met het innemen van dit standpunt op "als de meest zuiverste openbaring van het Lichaam van Christus." (  ) Ds. Berkhoff ging over naar de Vrije Evangelische Gemeenten. Ds. Salomons vertelde hierover in een brief aan de kerkenraad van Delft het volgende: "Hoe heeft wijlen ds. Berkhof, mijn persoonlijke vriend, in zijn afwijkende doodlopende weg zijn ziel in opgemelde gemeenschap gekweld! Ik weet dat persoonlijk van hem, maar er was geen weg meer [terug]." (  ) Kennelijk heeft ds. Berkhoff zich binnen deze groepering dus nooit op zijn plek gevoeld. De kerkenraad verwachtte van ds. Salomons, dat hij de opvattingen van Berkhoff stevig zou gaan bestrijden, maar ds. Salomons besloot dit niet te doen om de boel niet onnodig op scherp te zetten. Binnen korte tijd was er niet veel meer over te horen in de gemeente. Ds. Salomons heeft door zijn optreden veel conflicten kunnen voorkomen in zijn ambtelijke loopbaan.

Karl Barth.

Ds. Salomons heeft onnoemelijk veel geschreven voor 'De Wekker', zo ook een 14-delige artikelen serie over de theoloog Karl Barth.  Dr. N. van Driel schreef over deze serie: 'Het zijn de helderste, meest faire en inzicht gevende artikelen die in de vooroorlogse jaren in hervormd-gereformeerde en christelijk- gereformeerde kring aan Barths theologie zijn gewijd.' (   )

wordt vervolgd



1932. Benoeming als hoogleraar in Apeldoorn

Prof. F. Lengkeek
Prof. F. Lengkeek
Ds. G. Salomons
Ds. G. Salomons
Ds. L.H. van der Meiden
Ds. L.H. van der Meiden

Toen hij slechts vier maanden in Amsterdam-West verbleef kwam er voor ds. Salomons door het overlijden van ds. F. Lengkeek alweer een nieuwe roeping: hij werd als docent aan de theologische School in Apeldoorn benoemd. Deze benoeming sloeg hij echter af. (  )

wordt vervolgd

1934. Internationaal congres van Gereformeerden

In 1934 nam Salomons deel aan de Commissie van Organisatie van het Internationaal congres van Gereformeerden, te houden te Amsterdam van 23-26 oktober, waarbij ook dr. G. C. Berkouwer, prof. dr. L. Bouman te Utrecht, dr. H. Colijn, prof. J.W. Geels, prof. dr. F. W. Grosheide, prof. dr. V. Hepp, ds. H. Janssen, prof. dr. J. Severijn betrokken waren.

1937. Gematigd supra-standpunt

In maart 1937 verschijnt er een ingezonden brief van ds. G. Salomons in 'De Saambinder' waarin hij in zekere zin tegemoet komt aan het supra-lapsarische standpunt.  Ds. G.H. Kersten (1882-1948) is ingenomen met het schrijven van ds. Salomons. Hij ziet het als een steun in de rug vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerk, terwijl hij vanuit dezelfde kerk onder vuur ligt door Prof. van der Schuit (1882-1968) De brief is echter bedoeld ter verzoening, niet om de Christelijke Gereformeerde  Kerk op dit punt af te vallen.

AMSTERDAM, 9 Maart 1937

Den Weleerwaarde heer Ds. G H. Kersten.

Hooggeachte Collega en Redacteur, Uw vraag in De Saambinder aan het eind van uw beschouwing over Efeze 1 : 4 zou ik liefst wat uitvoeriger willen beantwoorden, dan met een simpel "ja". Daarom ben ik zo vrij mijn beschouwing over de bekende kwestie in het kort u mee te delen. De oorsprong van het geschil, infra, supra, ligt naar ik meen in de beschouwing van de verhouding tussen God en de zonde. Sommige infralapsariërs uit de 16e eeuw meenden, dat Gods raad wel over de zaligheid des mensen ging, maar eigenlijk niet over den zondeval des mensen. Bij den val sprak men dan ook het liefst over Gods voorwetenschap en men hing de m.i. zeer matte gedachte van z.g. toelating aan. Ik voor mij zou mij in zulk een beschouwing geheel niet kunnen vinden. M.i. leert de Heilige Schrift duidelijk, dat èn verkiezing èn verwerping een daad is louter van Gods souverein welbehagen. Later is, zoals u weet, een uitgewerkt systeem gekomen omtrent infra en supra, waarin op den voorgrond trad de orde der verschillende besluiten Gods. De dingen, zoals ze in God zijn gedacht, laten echter niet toe te spreken van eerste, tweede en derde besluit, omdat er in Hem geen opeenvolging van ogenblikken is. Maar als het supra niet mag spreken van eerste en tweede en derde, dan mag toch ook het infra dit niet doen. En dan geloof ik, dat de gedachte van het supra toch de meest Schriftuurlijke is, omrede zij verkiezing en verwerping uit het soeverein welbehagen ziet opkomen, werken en doel bereiken ter verheerlijking Gods. Wel zult u het ongetwijfeld met mij eens zijn, dat de verkiezing in de Heilige Schrift niet slechts in abstracto, maar veeleer in concreto ons geopenbaard is (ook de verwerping), n.l. in verband gebracht wordt met onze mensheidsgeschiedenis en de geschiedenis des heils.

De Heilige Schrift spreekt nu eens over Gods eeuwig welbehagen meer a priori, d.i. de lijn van boven naar beneden, laat ik het even supra noemen en dan meer a posteriori, d.i. de lijn van - beneden naar boven, zeg infra, doch ze scheidt deze lijnen niet. Nooit zou het spreken over verkiezing a posteriori, dus van achteren naar voren, vanuit de geschiedenis des heils, zin hebben, als er niet eerst is de lijn van boven naar beneden, dus a priori gedacht, van God uit.

Nu staat het supra met beide voeten op de lijn van het a priori, terwijl het infra meent meer oog te moeten hebben voor de andere lijn. Ik zeg niet, dat ze de eerste lijn, loslaat, want dan bracht ze zichzelf om hals, verloor den vasten bodem onder de voeten. Zoo willen het trouwens in onze kerk de infralapsariërs ook niet. Bogerman, een volbloed supra-man heeft men wel eens verweten, dat hij voor die tweede lijn geen oog had, maar dat is niet waar, want in zijn sententiae zegt hij o.m.: .. .als zodanig kan gezegd, dat wij als ellendige, verdoemelijke zondaren in Gods Zoon zijn uitverkoren. Mij dunkt u aanvaardt met mij opgemelde uitspraak en toch meen ik, evenmin als Bogerman, daarmee het supra-standpunt te hebben verlaten. Wat Efeze 1 : 4 aangaat, ja daarover zou heel wat te zeggen zijn. Ik ben tot deze conclusie gekomen: e zien, ook in Efeze 1 : 4 eerst de lijn van boven naar beneden, dus louter welbehagen in Christus, maar als we verder lezen over het middel, dat God gebruikt om de verkiezing te realiseren, lees vers 6: begenadiging in den Geliefde", dan vinden we hier'' de andere lijn, of nog beter gezegd, dan zien we die eerste en allesbeheersende lijn, die neerdalende lijn ombuigen naar boven, lees vers 6 en 9: welbehagen naar Zijn wil".. "hetwelk Hij voorgenomen had in Zichzelve". Moge deze tekst al niet bij uitstek bewijsgrond voor het supra zijn, of het infra nu zoveel doen kan hiermee begin ik sterk te betwijfelen. De verkiezing is een verkiezing in Christus als het Hoofd der gemeente of nieuwe mensheid. Deze verkiezing beheerst volkomen het genadeverbond, zowel naar constitutio als conventie, d.i. wezen, inhoud en beleving. En wat onze belijdenisschriften betreft? Op de Dordtsche Synode werd terwille van de eenvoudigen in de canones niet systematisch wetenschappelijk geredeneerd; de canones zeggen de dingen omtrent verkiezing en verwerping meer redenerend a posteriori dan a priori, maar sluiten daarom de supra-lapsarische voorstelling toch geenszins uit. Als onze belijdenis voor de volle honderd procent infra was, zou ze hebben moeten zeggen: God heeft van eeuwigheid verkoren, degenen, die Hij voorzag, dat ze zich in het verderf zouden storten. Maar ''t object der praedestinatie wordt in de belijdenis niet nader gedefinieerd. Misschien illustreert zich in de redactie van de canones ook iets van de vrees onzer vaderen voor de karikatuur-voorstelling, welke de Arminianen vóór en óp de Dordtsche Synode gaven van het supra gevoelen. Infra en supra behoren m.i. in de kerk niet tegenover elkander te staan, ze staan naast elkander, vullen elkander aan, kunnen elkander in het evenwicht houden. Daarom moet het infra ook nooit zeggen tot het supra: "Nu ja, gij wordt nog geduld, maar....? " Want dan heeft het supra het valste recht om te zeggen: gij, infra moet toch omtrent motief van verkiezing en verwerping bij mij weer terecht komen, n.l. om Gods eeuwig welbehagen te erkennen, wilt ge niet den weg op gaan, die u zou voeren in de armen van "Armijn". Inmiddels u dankend voor de verleende plaatsruimte, verblijf ik met ''br. gv. en heilb.

SALOMONS

Prof. van der Schuit haast zich om in 'De Wekker' van 7 mei 1937 het stuk van ds. Salomons ook te plaatsen voorzien van enig commentaar. "Ik heb met ds. Salomons zeer broederlijk gesproken, en wij kunnen elkander best begrijpen. Wel heb ik hem gezegd, dat ik het liefst gezien had, dat hij dit stuk in 'De Wekker' had geschreven en niet eerst in 'De Saambinder'.  Echter wil ik ook voor zijn zienswijze ruimte open laten. Het zij mij vergund hier en daar een kleine opmerking te maken die ik door nummers zal aangeven, opdat al onze lezers begrijpen, hoe dicht ik bij ds. Salomons sta.  Want laat ik hier maar rond en eerlijk uitspreken: als dit supra is, wat ds. Salomons hier beschrijft, dan ben ik ook supra, en dan is onze belijdenis ook supra." (  )

Prof. J.J. van der Schuit
Prof. J.J. van der Schuit
Ds. G.H. Kersten
Ds. G.H. Kersten
Ds. G. Salomons
Ds. G. Salomons

Ds. Salomons gaf eerst een korte verklaring hoe het toch kon, dat er zomaar van hem nota bene in 'De Saambinder' een artikel verschenen was. Dit was gekomen naar aanleiding van een correspondentie die hij met ds. G.H. Kersten had opgevat over Efeze 1: 4.  Hij wilde weten hoe ds. Kersten over deze tekst dacht en dit rijmde met het supra-standpunt. Ds. Kersten had Salomons daarop geantwoord met de vraag om daarop weer terug te reageren. Dit heeft ds. Salomons gedaan en met diens toestemming heeft ds. Kersten deze laatste reactie vervolgens in de Saambinder geplaatst. De beide kemphanen, zowel Prof. Van der Schuit als ds. Kersten, konden zich dus allebei ten volle in de beschouwing van ds. Salomons vinden! Van der Schuit merkte op aan het slot van het artikel: "Tenslotte ben ik blij, dat ds. Salomons dit schrijven tot duidelijkheid heeft willen  brengen, en dat hier inderdaad geen verschillen zijn." (  )

Ds. Salomons als persoon

Hoe was ds. Salomons als predikant in zijn jonge jaren? Een oud-gemeentelid die ds. Salomons uit deze periode nog kon herinneren schreef na diens overlijden aan de kerkenraad van Delft het volgende: (...)

'Neen, wijlen ds. Salomons kan ik nimmer vergeten, maar ik spreek dus van de tijd dat hij nog jong christelijk-gereformeerd predikant was. Hij was toen geen man van een gemakkelijk karakter (wat ik er zo nog van weet), maar zijn prediking was lieflijk, duidelijk en klaar, uitnodigend, onderwijzend, vertroostend, wat ik als jongeman heb ondervonden.

Deze herinneringen binden mij dus op de één of andere wijze nu aan u allen, daar de overleden leraar zich de laatste jaren van zijn leven in uw midden heeft bevonden en heeft mogen getuigen. Een kind van God en een knecht des Heeren ook, dat is duidelijk.'(  )

Tijdens de donkere oorlogsjaren

Uit dit bericht blijkt duidelijk dat het neerleggen van zijn ambt door ds. Salomons voor iedereen volkomen onverwachts was. Het was zijn eigen initiatief en werd hier niet van buitenaf toe gedwongen.

In 1939 legde ds. Salomons op eigen initiatief en voor iedereen onverwachts zijn ambt neer. Hij werd hier dus niet door anderen toe gedwongen. (  )  Ds. Salomons zei later: 'Ik stond te schreeuwen op de preekstoel, maar van binnen was ik zo dood als een pier.' (  ) Op 3 januari 1940 werd zijn eerste huwelijk met Daatje Driessen ontbonden. Op 21 augustus 1940 hertrouwde hij met Neeltje van Ree, geboren op 11 oktober 1898 te Hilversum. Geestelijk volgde er voor ds. Salomons een zeer donkere periode. Het  oud-gemeentelid van ds. Salomons - die later zelf dominee geworden is -, deelde per brief aan de kerkenraad van Delft direct na het overlijden van ds. Salomons in 1975 hierover het volgende mee: 'In de oorlogsjaren heb ik ds. Salomons eens teruggezien en ontmoet op een station perron in het Gooi, toen hij daar uit dezelfde trein stapte als ik en ik hem als tegen het lijf liep. Ik greep zijn hand en zei: 'dag ds. Salomons'. Maar mij niet meer kennende, antwoordde hij: ik ben niet ds. Salomons. Spontaan zei ik: U bent en blijft voor mij ds. Salomons. Toen hebben we daar op het station ergens in een hoek een langdurig en diepgaand geestelijk gesprek gehad en heb ik hem in zijn hopeloosheid en strijd, die hij mij vrij openbaarde mogen bemoedigen. Hij zei o.a.: het komt nooit meer goed, en het kan niet meer...'(  )


Ds. L.S. den Boer
Ds. L.S. den Boer
Ds. Joh. van der Poel
Ds. Joh. van der Poel
Ds. G. Salomons
Ds. G. Salomons

Maar de Heere zocht Zijn kind en knecht op. Hij gebruikte hiervoor een preek van ds. L.S. den Boer (1898-1979). (  ) Deze predikant die hier normaal gesproken niet veel moeite mee had, kon zijn preek nu in de week naar de zondag toe maar niet 'af' krijgen. Wat hij ook probeerde, de dominee kon er niet inkomen, totdat hij bepaald werd bij Psalm 40 het 2de en 3de vers. Over deze tekst besloot hij zijn preek te houden. Bij het betreden van de kansel viel de blik van ds. Den Boer op iemand die hij onmiddellijk herkende: ds. Salomons. En onder deze preek over Psalm 40: 2, 3 'Ik heb de HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot Mij geneigd, en mijn geroep gehoord. En Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld', kwam de Heere over. Ds. Salomons heeft vervolgens ook zijn schuld beleden in de kerk waarin hij die schuld gemaakt had, in Amsterdam, in Utrecht, voor de consulent en ouderling Lindeboom uit Soest. (  )  Ds. Salomons had de kerkelijke weg van schuldbelijdenis bewandeld en had dus weer in de kerk als lid opgenomen moeten worden. Dit gebeurde echter niet. De Christelijke Gereformeerde Kerk en in bijzonder Prof. Van der Schuit stelde: "dat zulk een man  geen ander (tweede) huwelijk mag aangaan". Afgezien nog van de hooghartige en ondankbare toon, was hetgeen wat Prof. Van der Schuit hier naar voren bracht volkomen onterecht. Dit eerste huwelijk was (hoe droevig ook) wettig ontbonden. De voorwaarde van Prof. van der Schuit  om wederom in de kerk opnieuw opgenomen te worden zou een tweede echtbreuk hebben betekend. Deze weg was voor ds. Salomons onmogelijk. Ds. van Minnen en anderen waren het met deze mening van Prof. Van der Schuit niet eens: "De Roomse kerk die leert dat het huwelijk een sacrament is, zegt dat het huwelijk in geen geval ontbonden mag worden. Maar zelfs Calvijn en Voetsius, hoe hoog ook door mij geacht, hebben niet het laatste woord, als Gods Woord het duidelijk anders zegt." (  )

De Heere heeft hem eruit gehaald!

Salomons zat nadien eens bij de oudgereformeerde ds. Joh. van der Poel (1909-1981) in de kerk. Deze dominee met een eigen authentieke stijl had weinig opleiding genoten en kon amper schrijven. (  ) Hij had echter een groot hart en kerkmuren bestonden voor hem niet. Voor ds. Salomons had hij een zwak en daarom zei hij zomaar opeens vanaf de preekstoel: 'Hier zit er één mensen, die diep gevallen is, maar de Heere heeft hem eruit gehaald!' (  ) Ds. Salomons had de bekwaamheid van een theoloog, maar kon spreken met het meest eenvoudige volk van God. Bij dat volk werd ds. Salomons dan ook niet afgeschreven. Vanuit de Christelijke Gereformeerde Kerk werd grote vijandschap getoond met name door Van der Schuit in de Wekker. Van der Schuit schreef in De Wekker van 26 september 1952: "Wie nog een karakter te verliezen heeft zal dezen weg nooit kunnen gaan. Wie zegt God terug gevonden te hebben moet niet alleen roemen in vergeving, maar ook herstellen, wat hij stuk gebroken heeft, vooral, wanneer het geldt de tedere band van de huwelijksrelatie, die immers zo heilig is als Christus en Zijn gemeente. En wie dat niet kan, die drage de gevolgen van zijn zondige daad, met smart voor God en de mensen, maar die stappe niet over alles heen om toch zijn zin te krijgen. Hier weet men niet meer, wat Kerk is." Toch waren er ook predikanten en heel wat gewone gemeenteleden, die wel inzagen dat ds. Salomons groot onrecht was aangedaan. Ds. van Minnen zei: "Voor geen één ding, groot of klein, eer of geen eer, laster of geen laster, het aanraden van het werk Gods, in het oprichten van een gevallen kind Gods is dit vreselijk vooral in de Christelijke Gereformeerde Kerk. En dan maar bidden en preken om Christus beeld even gelijk te worden."

Iemand die ook veel contact heeft gehad met ds. Salomons en later ook op diens begrafenis tot de aanwezigen behoorde was de man uit het gezelschapsleven: Kobus van den Bovenkamp, geboren op 14 augustus 1905 in Veenendaal. Hij kerkte in de Christelijke Gereformeerde Kerk in Veenendaal waar toen ds. J.A. Riekel (1869-1949) predikant was. Over de omgeving waarin hij opgroeide vertelde hij ooit: 'In mijn jongensjaren was er in die straat niet één huis of er was de vreze des Heeren aanwezig. In sommige huizen wel bij meer dan één. Je hoorde daar op zondagavond de liederen Sions tot wijd in de omtrek. Het waren bloeiende tijden wat betreft het oprechte geestelijke leven.' Met heimwee kon hij erover vertellen, zoals over de grootmoeder van zijn vriend Drikus Geurtsen, die nooit vrijmoedig had kunnen vertellen voor rekening van een Ander te liggen, maar die op haar sterfbed mocht getuigen: 'Ontsluit, ontsluit voor mijne schreden, de poorten der gerechtigheid; door deze zal ik binnentreden, en loven 's Heeren majesteit.' (10)

In het ambt hersteld

Ds. Salomons heeft zelf geen pogingen ondernomen om opnieuw in een kerkverband dominee te worden (  ). Toch heeft ds. Salomons wel weer gepreekt en is ook in zijn ambt hersteld, zo vertelde ook de briefschrijver in het vervolg: 'Maar 's-Heeren wegen met zijn kinderen en knechten zijn nu eenmaal wonderbaar. Jaren later, kort in Nederland vertoevende, heb ik hem mogen beluisteren in een kerkdienst in Bussum. Hij herkende me en knikte me vanaf zijn kansel, hij was weer predikant en samen hebben we na die dienst de Heere gedankt, hem die in arme zondaarsharten wonderen werkt, Israël zijn volk versterkt en zijn dienstknechten roept en bekwaam maakt en ondersteunt waar ds. Salomons, in zekere zin als mijn leermeester, en ik als leerjongere, beide voor- en onderwerp, levende getuigen van waren. Deze laatste ontmoeting was naar ik meen in 1953, dus 22 jaar geleden...' (  )

Hoe was dit mogelijk geworden? In 1950 werd ds. Salomons gevraagd de kerkdiensten van een vrije Gereformeerde Gemeente van Arnhem te leiden. Deze gemeente was ontstaan naar aanleiding van de schorsing van ds. R. Kok (1890-1982) (  ) in de Gereformeerde Gemeenten. Salomons stemde daarin toe en begon met de behandeling van de Heidelbergse Catechismus. Later keerde deze gemeente weer terug naar het verband van de Gereformeerde Gemeenten.  Ds. Salomons schreef daarover het volgende: 'Ik denk nog wel eens aan mijn eerste optreden in Arnhem, na jarenlang ambteloos te zijn geweest in een kring die aansluiting wilde zoeken met de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Maar nadat ik eerst de verschillende voorgangers dier kerk beluisterd had, kwam ik tot de conclusie dat ik mij nooit thuis zou gevoelen op hun eilandje. Ik brak dan ook volkomen met die groep om aansluiting bij opgemelde kerken te zoeken. Dominee van der Poel vond dat heel jammer, al wilde hij c.s. die groep ook niet meer aanvaarden. Ik stond toen weer buiten alle kerkverband, maar bezwaarde christelijke gereformeerden uit Bussum nodigden mij uit, zonder dat ik direct of indirect om gevraagd had, bij hen voor te gaan, en u weet dat ik toen op raad van ds. Van Minnen, na instituering van opgemelde groep weer in het ambt ben gekomen.' (  )

Ds. J.G. van Minnen
Ds. J.G. van Minnen

Een groep bezwaarde leden uit Bussum die hun oud-herder en leraar kennelijk niet vergeten waren (Ds. Salomons was zijn ambtelijke loopbaan onder hen begonnen), vormde een Christelijke Gereformeerde Gemeente en ds. J.G. van Minnen bevestigde hem hier op 9 september 1952 opnieuw in het ambt. Ds. Salomons deed intrede met een preek uit Johannes 3: 29 "Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden." Van buitenaf kwam hierop de nodige kritiek. "Het mag zich geen kerk noemen die zo'n man aanvaard", reageerde Prof. van der Schuit in 'De Wekker.' Ds. Van Minnen verklaarde over zijn optreden het volgende: "Ik heb stille vrede over het bevestigen van ds. Salomons. De zegen op de prediking van ds. Salomons in zijn gemeente, de eerbied hem betoond door het beslag dat God geeft en veel meer nog een bevestiging des Heeren van zijn wederbevestiging in de gunste Gods. Een bevestiging waarvoor de Heere mij een objectieve grond in Zijn Woord deed vinden een personele drang en opdracht ook door Zijn Woord en Geest mij gaf. Een bevestiging na een waar schuld belijden, dat men zelden hoort in deze tijd. Een bevestiging na een zeer lange tijd, waarin de vrucht van zijn schuld openbaar kwam in het belijden voor God en de mensen." (  ) "In de hemel was geen blijdschap, toen gij almaar sprak over uzelf "wij calvinisten", "wij gereformeerden" "wij stoere belijders." Geen engel in de hemel heeft toen een citer gespeeld van blijdschap. Gij hebt gevallenen - maar door Gods onwederstandelijke genade weer opgericht - vertrapt. Gij hebt het opzoekende werk van Christus gehoond. Gij zeide met de Farizeeën van Christus, de Reine, Heilige en Onbesmette: "Deze ontvangt zondaren en eet met hen." Gij hebt er over gepreekt, maar als ze naast u geplaatst werden, schoof ge weg, als door een adder gebeten, als door een melaatse aangeraakt..."

Levenseinde

Ds. Van Minnen heeft ds. Salomons in volle overtuiging in de kerk opgenomen en in zijn ambt hersteld. Later heeft men in breed verband (dus inclusief de voltallige gemeenten van ds. H. Visser Mzn. (1911-1970)  evenals de predikanten ds. C. Smits (1898-1994), ds. F. Bakker (1919-1965) en ds. N. Jong (1899-1980) erkent, dat dit herbevestigen van ds. Salomons door ds. van Minnen volkomen gerechtvaardigd en op een wettige wijze naar Gods Woord gebeurd was. Na enige tijd in Bussum werkzaam geweest te zijn, was ds. Salomons nog enige jaren predikant in Hoofddorp. "Hier zat de kerk altijd mooi vol, want ds. Salomons kon zo prachtig preken" aldus een getuige. Op de classisvergadering van 9 september 1961 te Rotterdam-Zuid waar vertegenwoordigers aanwezig waren uit Urk, Gouderak, Delft, Vlaardingen, Hoofddorp, Rotterdam-Zuid, Drachten en Werkendam, werd aan ds. G. Salomons eervol emeritaat verleend. Hij ging hierna in Terneuzen wonen.

Ds. G. Salomons op de preekstoel in Hoofddorp
Ds. G. Salomons op de preekstoel in Hoofddorp

Hoofddorp, 11 juni 1955

Waarde broeder Harperink,

Het verheugt mij uit uw brief dat u weer aan de beterende hand bent. Ja geachte br. Dankbaarheid en eenswillendheid wordt bij ons niet gevonden; ook ziekte en tegenslag kunnen ons niet brengen op die knieën voor God. Maar de Heere is machtig ons hart te verbrijzelen zowel in tegenspoed als in die van voorspoed. En als wij dan weer beschaamd uitkomen met onszelf, ja dan een oog mogen krijgen voor den persoon en het werk van de biddende en dankende Hogepriester, dat is groot. Moge de Heere u dat maar schenken uit Zijn genade. U schrijft over een zondagsbeurt; nu dat zou kunnen D.V. 17 juli. Maar..er is een voorwaarde aan verbonden. Ik weet niet waar tegenwoordig de predikanten logeren, en aangezien ik de laatste tijd niet wel ben zou heel ver lopen voor mij bezwaarlijk worden; indien het echter niet verder is dan naar u, dan zou het net gaan, doch woont br. Langstraat niet te ver weg? Let wel, ik heb er niets op tegen als het bij u niet kan, bij br. Langstraat te logeren, maar als dit wat verder weg is zal het voor mij ondoenlijk zijn, naar ik vrees. Ik wil ook wel bij een niet kerkenraadslid logeren - het allereenvoudigste is mij zelfs uitstekend, maar mocht u voor mij geen logeeradres hebben, dan had ik toch gaarne, dat u mij dat p.o. schreef, want dan ben ik van plan 17 juli aan Bussum te geven. Kan het echter geschikt worden, dan kom ik 17 juli liever te Delft. Ontvang met uw vrouw, inmiddels de hartelijke groeten en toewensing van Gods genade en nabijheid.

Uw toegenegen ds. G. Salomons.  

Br. J. Harperink was destijds woonachtig aan de Coenderstraat, achter station Delft. Foto: situatie De Coenderstraat in Delft begin 1950
Br. J. Harperink was destijds woonachtig aan de Coenderstraat, achter station Delft. Foto: situatie De Coenderstraat in Delft begin 1950

Gezien de grote waardering voor de arbeid van Salomons deed de kerkenraad van Delft het voorstel of de predikant niet met zijn vrouw in Delft wilde komen wonen. Op 11 mei 1971 berichte ds. Salomons dat hij de pastorie in Delft niet meer meende te moeten betrekken, vanwege zijn gezondheid. De pastorie aan de Hof van Delftlaan werd daarom verkocht. Tot het einde van zijn leven heeft ds. Salomons nog in de Delftse gemeente gepreekt. In mei 1971 schreef hij: 'Lichamelijk gaat het nog niet al te best met mij, het suikergehalte in mijn bloed is zo toegenomen, dat ik dikke voeten en benen heb en mijn ogen het daglicht niet kunnen verdragen, maar de Heere geeft mij genade om Gode te zwijgen en soms heb ik het zo goed voor mijn hart, dat ik me maar verwonderen moet, dat God in de grote Zaligmaker zo ontfermend Zich nederbuigt naar zo'n schuldig en walgelijk zondaar als ik ben. (..) Hoewel er nu nog geen schijn van kans is, dat we naar Delft kunnen komen om er een zondagje het Woord te bedienen is het toch mijn verwachting, dat de Heere mij nog in de gelegenheid zal stellen om het sacrament des doops te bedienen.' (  ) In oktober 1974 preekte ds. Salomons nog over Hooglied 8:6-7 'Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem te enenmale verachten.' Hierin was het leven van ds. Salomons getekend. Deze liefde heeft hij door genade mogen leren kennen in zijn leven. Een grote zorg was de toenemende dementie van mevrouw Salomons, waardoor ze soms in het donker door Terneuzen dwaalde. Uiteindelijk kon hij niet meer voor haar zorgen. Ds. Salomons rekende het zichzelf alles tot schuld. Hij zei ervan: 'Dat de Heere zijn boosheid op zijn hoofd deed wederkeren.'  Ook moeilijkheden op het kerkelijk erf betrok ds. Salomons op zichzelf:  'Wat mijn zielsgesteldheid betreft; ik spreek niet zo dikwerf en vlot over mijzelf. Vroeger wel, maar sinds jaren niet meer. Altijd doemt het donker verleden bij mij op en dat beneemt mij alle blijmoedigheid. Als de vergeving mijner zonden, hierin moet bestaan, dat men, na inkeer en herstel voortaan weer blijmoedig door het leven gaat, dan vrees ik, dat mij de zonde niet is vergeven. En ja, dan komen ook nog daarbij de bange vragen: had je wel weer je in het ambt moeten begeven; (...) Werkelijk dan kan ik er niet uitkomen. In gesprek en preek houd ik dit alles achter mijn kiezen, want ik vind dat de gemeente Delft daardoor niet gesticht wordt, maar van binnen....?' (  )

Terneuzen, 4 maart 1971

Waarde brs,

Volgens afspraak hoop ik D.V. 21 maart te Delft wederom een paar preekjes uit te spreken; aangezien we in de lijdensweken zijn en het gevaar kan bestaan, dat er tweemaal over een dezelfde stof zou gelezen en gepreekt worden, haast ik mij u mee te delen dat ik des morgens denk te preken over: 'het kruis van Christus en Simon van Cyrene.' Volgens afspraak hoop ik dan des zondagsavonds een z.g. 'bidstond voor gewas en arbeid' te leiden. Wat kan een mens gemakkelijk in zijn eigen zwaard vallen. Destijds heb ik te Hoofddorp nog al wat aanmerkingen op de steeds toenemende gewoonte om de biddag te verkorten tot een biduur. En dat men het zelfs durfde te bestaan, dat biduur maar naar de zondag te verplaatsen, dat vond ik wel zulk een veroordeling van de gewoonten onzer godvruchtige vaderen, dat het de spuigaten uitliep. Nu gaan we dat ook doen en ik stem zelfs met het voorstel van uw kerkenraad volkomen in. Wat zullen die Hoofddorpers, als ze dat vernemen het hoofd schudden en zeggen: wat is die Salomons toch de oppervlakkige kant opgegaan; had je dat ooit van hem gedacht? Maar ze weten ook niet, dat de lichamelijk omstandigheden van mij daartoe noodzaken nietwaar? Trouwens, wie ons oordeelt is de Heere, afgelopen!

Uit een brief van Ds. G. Salomons


Ds. P. Sneep

Ds. P. Sneep
Ds. P. Sneep

Nadat ds. Salomons als emeritus predikant in Terneuzen was gaan wonen leefde hij mee met de Christelijke Gereformeerde Kerk van Zaamslag. Vanuit Terneuzen reden hij en zijn vrouw mee met mevrouw Bakker - Dieleman, de weduwe van ds. F. Bakker en zo bezochten zij meestal de morgendiensten in Zaamslag. Daar was destijds (1965-1970) ds. P. Sneep predikant. Met ds. Sneep was er goed contact. Predikant worden leek voor deze predikant aanvankelijk onmogelijk. Hij werkte voor zijn roeping als schilder.  Hij kwam evenals ds. Van Minnen, ds. De Jong en ds. Van Vliet oorspronkelijk uit Vlaardingen. Hij volgde enige tijd hier de catechisatie bij ds. G.W. Alberts die daar  destijds ambtelijk werkzaam was. In 1958 werd Sneep gekozen tot ouderling in Vlaardingen in de periode van ds. D. Driessen. Via artikel 3 van de DKO kreeg ouderling Sneep toestemming tot het spreken van een stichtelijk woord. Op 6 april 1965 werd hij geëxamineerd en naar artikel 8 van de kerkorde beroepbaar gesteld als predikant. Op 9 september 1965 werd hij door ds. M.C. Tanis bevestigd in Zaamslag. Ds. Sneep verrichte getrouw bezoekwerk. Als zodanig kwam hij ook bij ds. Salomons. Er waren hartelijke contacten en ze konden met elkaar spreken over het leven met de Heere. Op zondag 5 april 1970 nam ds. Sneep afscheid van Zaamslag. Op 6 april 1970 schreef ds. Salomons aan de kerkenraad van Delft in een brief het volgende: "Ds. Sneep is bij ons geweest. Hij kwam afscheid nemen van ons en we hebben samen een zeer aangenaam gesprek gehad over de eeuwige dingen in ons persoonlijk leven. Een oud mens wordt wel eens achterdochtig en meent, dat alle mensen hem maar vergeten, omdat hij oud en gebrekkig is, maar dat wantrouwen was verkeerd van mij. Maar was is er nu eens niet verkeerd van mij? Trouwens, het is een geheilige zaak om ons vertrouwen op geen enkel mens te stellen, maar dan ook tegelijk de Heere volkomen te vertrouwen voor tijd en eeuwigheid. Ik schreef verleden week aan een vriend van mij in Amersfoort, die zijn vrouw heeft verloren, dat ik maar oud roest ben als echter de grote Magneet Jezus Christus weer 't verweerde ijzer van mijn hart tot zich trekt, ja dan mopper ik niet, dan ontwaar ik zoveel ruimte om zalig te worden en gemeenschap met de Heere te hebben, dat de hele wereld weer voor mij vergaan is. Vat u dat? Ik hoop van wel. Leert een mens met smart zeggen: nu kunnen alle mensen zalig worden behalve ik, dan zegt hij: nu kunnen alle mensen zalig worden en Gode zij dank ook ik."

Op 24 februari 1975 overleed ds. Salomons. De begrafenis vond plaats op zaterdagmiddag 1 maart 1975 in Terneuzen. De begrafenis werd geleid door ds. D.J. van Vuuren,  predikant van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zaamslag. Waarom ds. Van Vuuren? Dit was hem gevraagd door de kerkenraad van Delft. Geheel onbekend was hij niet. Hij had al eens een lezing in Delft gehouden voor de JV. Na vertrek van ds. Sneep  naar Alphen aan de Rijn werd ds. Van Vuuren diens opvolger. Ook deze kwam regelmatig thuis bij ds. Salomons. Ds. Van Vuuren sprak op de begrafenis van ds. Salomons de aanwezigen toe uit Romeinen 8: 31 tot 39. 'Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Gelijk geschreven is: Want op Uwentwil worden wij de ganse dag gedood; wij zijn geacht schapen der slachting. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.' Velen hadden hierna nog een woord willen spreken, maar dit was op verzoek van de overledene niet toegestaan. Alleen ouderling A.W. Langstraat van Delft sprak de aanwezigen nog toe. In zijn toespraak benadrukte hij dat ds. Salomons niet als een dominee is gezaligd, maar als een zondaar. (   )


Fragmenten uit brieven van ds. Gerard Salomons (1890-1975)

Du fond buskruit

Als ik soms zo rekkelijk en verdraagzaam schijn, is dat niet volgens mijn karakter, maar vanwege mijn schuldig verleden ik de moed mis om zelf flink op te treden, waar dit wel moest. En denk nu niet, dat zoiets prijzenswaardige ootmoed van mij is, zoals wijlen ds. Van Minnen en misschien Arie Langstraat van mij dacht en denkt, dat is louter mijn minderwaardigheidsgevoel dat mij parten speelt en met genade niets te maken heeft. Du fond [ten diepste] ben ik louter buskruit! (  )

De grote Magneet

Ds. [P.] Sneep is bij ons geweest. Hij kwam afscheid nemen van ons en we hebben samen een zeer aangenaam gesprek gehad over de eeuwige dingen in ons persoonlijk leven. Een oud mens wordt wel eens achterdochtig en meent, dat alle mensen hem maar vergeten, omdat hij oud en gebrekkig is, maar dat wantrouwen was verkeerd van mij. Maar wat is er nu eens niet verkeerd van mij? Trouwens, het is een geheilige zaak om ons vertrouwen op geen enkel mens te stellen, maar dan ook tegelijk de Heere volkomen te vertrouwen voor tijd en eeuwigheid. Ik schreef verleden week aan een vriend van mij in Amersfoort, die zijn vrouw heeft verloren, dat ik maar oud roest ben. Als echter de grote Magneet Jezus Christus weer 't verweerde ijzer van mijn hart tot zich trekt, ja dan mopper ik niet, dan ontwaar ik zoveel ruimte om zalig te worden en gemeenschap met de Heere te hebben, dat de hele wereld weer voor mij vergaan is. Vat u dat? Ik hoop van wel. Leert een mens met smart zeggen: nu kunnen alle mensen zalig worden behalve ik, dan zegt hij: nu kunnen alle mensen zalig worden en Gode zij dank ook ik." (  )

Achterom zien

Nu lazen we laatst een meditatie van wijlen ds. L. Vroegindeweij. [Dit] trof ons toch heel bijzonder: op voor hem heel tere manier schetste hij de blijvende droefheid over de begane afwijkingen. En dan wijst hij op wat Christus zegt van die man, die daar achterom te zien scheve voren in de akker trekt, en Vroegindeweij raadt aan de hand van de tekst, om toch niet immer naar een donker verleden om te zien, maar biddend berouwvol opwaarts te zien en hoopvol uit te zien naar voren over de akker Gods en alzo de ploeg te hanteren. Een onderwijzend, waarschuwend en toch weer bemoedigend woord was dat voor ons als ik in de put zat dat telkens weer boven en bewaart mij voor doffe onheilige wanhoop. Ja, dan kan ik toch weer voort en D.V. met de paasdagen ook in Delft preken!! (  )

Mildelijk geeft

'Weest allen hem bevolen, Die mildelijk schenkt en niet verwijt. Want, ja, wat heeft Hij ons te verwijten, onze ontrouw, aardse bekommering, jeugd en ouderdomszonden, ongeloof en ondankbaarheid. Er staat in de Jacobusbrief, dat hij eigenlijk "zo maar geeft" voor mildelijk, dus zonder ons te laten beloven, dat we beter op zullen passen, zonder ons de pin op de neus te zetten en te zeggen: "dit is de laatste keer hoor, dat Ik je help en doorhelp". Is dat niet groot, is dat niet rijk?' (  )

Lichaam van Christus niet begrensd door het instituut

We moeten niet denken als zelfs het bestaande instituut der gemeente zou verdwijnen, daarmee Gods Kerk als organisme weg zou zijn. Het 'lichaam van Christus' wordt toch niet begrensd door het instituut. Toen wijlen ds. Van der Schuit jong was heeft hij mij deze voorstelling kwalijk genomen, maar op zijn oude dag is hij dezelfde gedachte gaan voeden. (  )

Vrij-evangelischen

Ik kreeg ongevraagd en onverwacht van bevriende zijde weer het een en ander te horen over ds. Arntzen. [ dr. Marinus Johan Arntzen, (1912-2014) ] Eigenaardig, hij legt zijn ambt neer, maar blijft voorlopig lid van de Gereformeerde Kerken, raadt de bezwaarden in de Gereformeerde Kerken desnoods te gaan kerken bij de Gereformeerde Gemeenten, Gereformeerd Vrijgemaakten Christelijk Gereformeerden, Gereformeerde Bonders en ..... vrij evangelischen. Nu zijn er lieve zielen onder, die bij hun dood vast bevorderd worden tot heerlijkheid, maar van 'personele verkiezing' en 'radicale doodstaat des mensen' moeten zij meestal niet veel hebben. Althans hun meeste voorgangers niet. Ik heb destijds een leeruitspraak van een van hun voormannen gelezen, die wel wilde weten van een z.g. 'volksverkiezing', maar niet van een 'personele verkiezing', net als de remonstranten uit de dagen van Dordt. Ik heb een ds. [W.E.] van Petegem eens zo sterk horen fulmineren tegen de verkiezing, dat zelfs de meest lichte christelijk-gereformeerde ambtsdrager zijn afzetting zou gevraagd hebben.

"Als ds. Hegger, werkelijk niet één van de [meest] z.g. zware broeders geopende zielsogen krijgt komt hij in Argentinië [Brazilië] naar ik meen in aanraking met leden van de vrije evangelische gemeenten. Buitengewoon hartelijke christenen. Dat boeit hem een tijdlang, maar toch voelt hij zich in die kring op de duur al minder en minder thuis, tenminste in die zin om tot hun kerkgenootschap over te gaan."

"Hoe heeft wijlen ds. Berkhof, mijn persoonlijke vriend, in zijn afwijkende doodlopende weg zijn ziel in opgemelde gemeenschap [vrij-evangelische gemeenten] gekweld! Ik weet dat persoonlijk van hem, maar er was geen weg meer [terug]. En de heer Artnzen?? Hij raadt, nog wel desnoods bij die dwaalgeesten ter kerke te gaan. (..) Hij is toch geen onkundige zoekende ziel, die zelfs wel een tijdlang het in het heilsleger kan uithouden?" (  )

Roeping en genadestaat

"In hart en nieren blijf ik van z.g. 'vier en dertig' al kan ik tot op zekere hoogte waardering voor andere kerken opbrengen. En vooral na 1892 werd eerst en allermeest gevraagd naar genadestaat en roeping, dat deden we zelfs bij de overkomst van wijlen ds. G. Wisse." (  )

Van boven geleerd

"Kan (...) als hij eenmaal in onze kerkelijke kring is opgenomen (...) van ons niet leren hoe hij bevindelijk preken moet? Dat heeft men destijds ook van een zekere dominee Thymes [ds. J. Thijmes, in 1936 overgekomen vanuit de Gereformeerde Kerken E.L.] gezegd en ook van anderen. Maar de hoorders, die horen konden, hebben het ook wel gemerkt, dat het ook op z.g. bevindelijk gebied maar wauwelaars en papegaaien waren."

"Schriftuurlijk bevindelijk preken moet van boven geleerd worden, dus door Woord en Geest, en die er maar een weinigje van geleerd hebben, achten zichzelf nog maar broddelaars en sukkelaars. (...) Nou, nou dat hadden we van die oude meegaande man toch niet gedacht. Denkt hij soms, dat hij zo goed preekt? Leg die vraag maar aan Gods troon neer, daar zijn afdoende antwoorden te verkrijgen. Een mens denkt soms dat hij gering van zichzelf denkt, terwijl het louter minderwaardigheidsgevoel is, dat hem beheerst." (  )

Wetenschapsvragen

"Vanmorgen ontving ik van bevriende zijde een bundeltje tijdschriften, kerkbladen etc.. Daarin trachten wetenschappelijke mensen op wetenschappelijke gronden aan te tonen, hoe onhoudbaar die z.g. wetenschappelijke conclusies zijn van geleerden om het bijbels verhaal omtrent schepping, enz. in twijfel te trekken. Toen ik er een poosje in gelezen had heb ik het maar aan de kant gelegd; dat alles interesseert mij niet meer. Als oud man leef ik veelmeer bij het verleden, dan bij het heden: het gevolg daarvan is, dat mijn preken veel minder dan destijds in Amsterdam, waar [ds.] Buskes nog al wat van onze bestudeerde mensen jonge mensen trok, up-to-date zijn. De kerkenraad moet maar goed voor ogen stellen, dat jongelui van andere kerken in mijn preken geen enkel antwoord op hun wetenschapsvragen krijgen (..) dat misschien de niet ontwikkelde oudjes nog wel wat gesticht kunnen worden." (  )

Nieuwe Vertaling

"Ik merk uit uw schrijven, dat u de betogingen van sommigen inzake de m.i. gegronde bezwaren tegen de Nieuwe Vertaling nu niet met zo'n groot genoegen geluisterd hebt, nu dat zou ik ook niet gedaan  hebben. Ik heb ds. van der Poel en Mieras e.a. wel meermalen horen preken, en dan verliet ik de kerk, zeg maar met gemengde gevoelens. Er wordt van die zijde door sommigen wel wat al te veel geschetterd met grote woorden en afkeurende gezegden, die ook geen kant nog wal raken, maar opgemelde sprekers doen zelfs met hun beste bedoelingen m.i. niet veel goed aan de zaak. Verder moeten we maar denken: ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is en het gehoor moet proberen met onderscheidingsgave te luisteren, zowel naar de voorstanders als naar de tegenstanders van de Nieuwe Vertaling. Of het gehoor, dat in die kerk aanwezig was, dat kon opbrengen weet ik niet. Ja de Gereformeerde Gemeenten, vooral synodaal hebben de wind in de zeilen en m.i. is echter ook het gezegde van toepassing: wie de naam heeft van vroeg opstaan, komt nooit te laat." (  )

Verschillen

'Het is waar dat zelfs in kringen en in kerken die zo dicht bij elkander moeten staan groot wantrouwen en verdeeldheid heerst. Hier in Terneuzen is een grote gemeente van de richting Dr. Steenblok en een kleinere van de z.g. synodale Gereformeerde Gemeenten. In Woord en geschrift bestrijden ze elkander zo hevig en met zoveel hartstocht, dat de eene kerk van de andere zegt dat ze een dwaalleer aanhangt en zelfs de zaligmakende genade aantast. Ze zijn heel blij, dat ze gescheurd zijn (*), ze spreken van verkapte drieverbonders, n.l. dat zijn de synodalen andersom verwijten ze elkander ziekelijkheid en doordrijverij. Van hoe andere gezindheid was toch wijlen ds. [F.] Bakker. Alhoewel oorspronkelijk van de Gereformeerde Gemeenten, die nu onlangs hebben uitgesproken, dat vereniging met de Christelijke Gereformeerde Gemeenten [Kerken] niet kan, omdat die kerk de drieverbondenleer aanvaard was ds. Bakker een uitgesproken drie-verbonder en daarom bleef hij liever Christelijk-Gereformeerd dan ooit naar de Gereformeerde Gemeenten over te gaan. In onze veelvuldige gesprekken was hij het met ons gematigd twee-verbonder zijn niet eens en toch bleven wij... vrinden. Inzake de korte-haar kwestie was hij het niet met ons eens, want hij zag in [1] Korinthe [11] geen absoluut gebod van de Heere aan Zijn kerk, wat ook de Gereformeerde Gemeenten niet doen en toch bleven wij vrinden. Hier in Terneuzen [in de Gereformeerde Gemeente] zitten veel jongere en oudere vrouwen met soms zeer kort haar in de kerk, maar met een hoedje op. Daar draait het in deze kerk weer om dat hoedje. De oude blinde ds. Juch van de Kruisgemeenten van weleer, zei eens in een preek, inzake al die verschillen: best mogelijk dat de gezaligden in de hemel elkander glimlachend aankijken en zeggen: waar hebben we ons druk over gemaakt?"(  )

Pluriformiteit

Nog altijd krijgen wij in de zomermaanden veel bezoek van oude kennissen en vrienden; onlangs is oud-zendeling Geleijnse  nog een maandagmorgentje geweest. Des zondags preekte hij in Zaamslag en we hebben hem met genoegen beluisterd; een bevindelijk spreker, maar helemaal niet z.g. doorgezakt. Wat heeft die man daar in Celebes ontzaglijk veel meegemaakt. Hij en zijn vrouw, drie jaar in het Jappenkamp gezeten, ver van elkander verwijderd en in zeven jaar elkander niet gezien. Hij is menigmaal door rebellen met de dood bedreigt en toch wonderlijk door de Heere uit gered en bewaard. Hij is nu al boven de zeventig en preekt nog fors en opgeruimd. De schotjesgeest tussen kerken en kerkjes zoals hij dat in ons land waarneemt trekt hem niet aan, al is hij wel sterk voor een kerkelijk geordend leven. Maar daar op de zendingsvelden verdraagt en waardeert men elkander meer en zoekt voor zover dat kan ook naar gemeenschap. Eerlijk gezegd, net een man naar mijn hart, erkennend de pluriformiteit in de openbaring van het ene lichaam van Christus. (  )

Eenheid van Gods kinderen

Ik ben het eens met wat wijlen Ds. De Lind van Wijngaarden [**] ergens schreef: met vele lieve kinderen van God zullen we eenmaal in de hemel gezamenlijk Gods lof verkondigen, maar hier op aarde met ze samen te leven, ook kerkelijk, dat is nu eenmaal vanwege het feit der zonde gewoonweg onmogelijk. (  )

In de zee van Gods ontferming

Zie ik ben zelf ook niet zo'n hoog-kerkelijk mens; ik geloof zelf dat de Heere wonen en werken wil in kerken en kringen, waar ik mij niet thuis zou voelen (...) Ik denk altijd maar weer aan mijn preek als student in Amersfoort, verschillende kerken en groepen van uitgesproken rechtzinnige belijdenis hebben als eilandjes in de oceaan gezamenlijk een zelfde bodem, diep, heel diep in de zee van Gods ontferming.(  )







Noten

( ) Zie voor een korte beschrijving ds. J.A. Schotel de pagina: De bedroefden om der bijeenkomst wil, de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland)
( ) Uit het huwelijk van ds. Salomons en Daatje Driessen werden 7 kinderen geboren:
Johanna Frederika, geboren 14-8-1916 in Bussum
Berendina, geboren 18-11-1917 in Bussum
Gerrit, geboren 17-11-1919 in Bussum
Christophelina, geboren 31-05-1921 in Bussum
Paul Gerard, geboren 30-04-1923 in Bussum
Daatje, geboren 20-10-1926 in Amersfoort
Gerarda, geboren 30-11-1929 in Amersfoort
( ) Herdenkingsboekje Terugblik CGK Bussum (1904-2003), pagina 5
( ) J.E. Biesma e.a. Amor Fortis, honderd jaar Christelijke Gereformeerde Kerk Amersfoort, pagina 33 "De periode ds. G. Salomons is volgens een nu nog levende zuster der gemeente een bloeitijd geweest. Ds. Salomons was een kanselredenaar. Wie nu nog iets wel ervaren van zijn boeiende, beeldrijke taalgebruik, leze zijn bijdrage aan het gedenkboek der Afscheiding, 1934"
( ) D. van Arkel, Ds. J. Slagboom, J.C. Westeneng, Van Trouw en Genade, Herdenkingsboekje Chr. Geref. Kerk Soest ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de gemeente (1998)
( ) Oude Paden, 01 juni 2000
( ) C.M. van Driel, Het volk zonder applaus: De receptie van Karl Barth in hervormd-gereformeerde en christelijk-gereformeerde kring, pagina 166.
( ) In het Spoor, nr. februari 2012, Artikel over ingestelde SGP commissie artikel 36
( ) Gereformeerd Weekblad, 16 september 1933
( ) De Waarheidsvriend, 6 maart 2015
( ) Zie voor een beschrijving van de hoogleraarsbenoeming in de vacature Lengkeek C.M. van Driel 'Consolidatie en crisis, De Christelijke Gereformeerde Kerk tussen 1918 en 1945, pagina 187-203
Sike Bax oud-redacteur van het Reformatorisch Dagblad schreef in zijn 'Terugblik op enkele decennia Christelijke Gereformeerde Gemeenten' in het Reformatorisch Dagblad 18 februari 1984. "Aan die gemeente Hoofddorp werd echter wel in de jaren dertig prominente Christelijke Gereformeerde ds. G. Salomons verbonden. Deze predikant stond zelfs op de nominatie hoogleraar te worden in Apeldoorn, maar een schorsing verhinderde dat."
Bax geeft onjuiste feitelijke informatie omdat:
1. Ds. Salomons werd in 1932 benoemd als hoogleraar maar bedankte hiervoor uit eigen overweging.
2. Ds. Salomons is nooit geschorst maar heeft zijn ambt vrijwillig neergelegd.
3. Dit speelde niet in 1932 maar 7 jaar later in 1939. Had dus niets met die hoogleraarsbenoeming te maken zoals Bax beweerde.
( ) Brief, 1 maart 1975
( ) Predikanten en oefenaar deel 3, bijdrage H. Hille pagina 176): "In 1939 moest hij vanwege zijn levenswandel zijn ambt in de Christelijke Gereformeerde Kerk neerleggen".
E.G. Bosma 'Oude waarheid en nieuwe orde. Bevindelijk gereformeerden en het nationaalsocialisme 1920-1950' (pagina 97) "Daar Salomons tijdens de oorlog, na in 1939 als predikant afgezet te zijn vanwege zijn levenswandel werkzaam was als corrector bij het exameninstituut PBNA"
Beide auteurs geven een onjuiste omschrijving van de feiten want: ds. Salomons werd niet afgezet maar legde op eigen initiatief onverwachts zijn ambt neer. Hij werd hier dus niet van buitenaf toe gedwongen. Dit is een niet onbelangrijk verschil.
( ) Brief, 1 maart 1975
( ) Lieven Stoffel den Boer, geboren 30 april 1898 in Middelharnis. Werd predikant in 1931 in Leerdam. In 1934 werd hij predikant in Arnhem en in 1940 werd hij de opvolger van ds. Salomons in Amsterdam-West. Hier verbleef hij tot zijn vertrek in 1946 naar Den Haag. Zijn laatste gemeente was Sassenheim. Hij overleed in het Bethel-ziekenhuis in Delft in 1979. Door de jaren heen veranderde ds. Den Boer theologisch enigszins van kleur. Evenals Prof. Wisse wist hij van zichzelf dat hoogmoed hem regelmatig behoorlijk parten speelde. Ds. Den Boer had een verstandelijk beperkt kind. Als hoogmoed hem kwelde bracht God hem door middel van dit kind weer aan de grond naar zijn eigen zeggen.
( ) Mededeling door dhr. M. Dankers die opgroeide bij ds. Joh. Van der Poel.
( ) Persoonlijke mededeling ds. G. Salomons aan B. Lodewijk (Ds. Salomons logeerde als hij in Delft preekte regelmatig bij diens gezin thuis)
( ) Brief ds. Van Minnen aan ds. Visser Mzn. (1959)
Terzijde opgemerkt is er een voorbeeld van een predikant die na eveneens lange tijd van jaren en schuldbelijdenis in zijn ambt hersteld werd: ds. M. Van der Ketterij (1905-1988). Deze dominee heeft echter nooit de kerkelijke weg bewandeld door schuld te belijden in de kerk waarin hij deze schuld gemaakt heeft, nl. in de Gereformeerde Gemeente in Nederland, zieL ds. J. Brons, Licht en Schaduw van het Urker kerkelijk leven, pagina 85) Ds. Salomons heeft dat wel gedaan en had dus weer in de kerk als lid opgenomen moeten worden. Dit gebeurde echter niet. De CGK bij monde van Prof. J. van der Schuit alsmede de synode van de Amerikaanse zusterkerk sprak uit dat ds. Salomons, dat hij geen lid, laat staan ambtsdrager meer mocht worden omdat hij een tweede huwelijk was aangegaan.
( ) In: Oude Paden, 1 december 2012
( ) L. Vogelaar, In koninklijke dienst, deel I pagina 162. Vogelaar schrijft: "Er ging een verzoek om aansluiting bij de Oud Gereformeerde Gemeente in Nederland" [n.l. van vrije groep in Arnhem E.L.]. Vervolgens schrijft Vogelaar die zich baseert op Hille in Predikanten en Oefenaars, deel 3 Houten 1987: "Salomons werd daar in februari 1952 afgewezen."
Deze informatie komt niet overeen met hetgeen ds. Salomons zelf heeft verklaard. Het idee op zichzelf is vrij ongeloofwaardig dat ds. Salomons die in 1932 geheel vrijwillig het hoogleraarschap in Apeldoorn aan zich voorbij liet gaan, rond 1950 via de achterdeur zou gepoogd zou hebben zich in te dringen bij de Oud Gemeenten in Nederland als voorganger. Dit komt ook totaal niet overeen met zijn aard en karakter. De informatie die hier geboden wordt klopt ook niet. Toen ds. Van Minnen hem herbevestigde "Was hij (volgens ds. Van Minnen) nog altijd een gebroken man, die zich niet uitte in demonstratief praten en preken zonder aan mensen schuld belijden, maar te beluisteren was het duidelijk nog altijd zijn gebrokenheid voor God en de mensen." "De tucht is gehandhaafd en na schuldbelijdenis is hij weer opgenomen in de kerk en in het ambt bevestigd [namelijk door ds. Van Minnen in Bussum]"
H. Hille schrijft in zijn boek 'In de Schaduw van het kerkelijke leven', pagina 180 "Anders lag het te Bussum, Daar onttrokken zich in 1952 65 personen aan de Christelijke Gereformeerde Kerk en vormden een Christelijke Gereformeerde Gemeente. Deze gemeente beriep ds. G. Salomons, die voorganger was van een Vrije Gereformeerde Gemeente in Arnhem"
E.G. Bosma 'Oude waarheid en nieuwe orde. Bevindelijk gereformeerden en het nationaalsocialisme 1920-1950' (pagina 97) baseert zich op Hille. Hij schrijft: "In 1952 werd Salomons opnieuw predikant, nu in de vrije gereformeerde gemeente van Arnhem."
Beide auteurs geven hier onjuiste informatie weer want:
Salomons was geen officieel voorganger in Arnhem. Hem werd in 1950 alleen gevraagd om de diensten de vrije Gereformeerde Gemeente van Arnhem te leiden. Deze groepering was buiten de Gereformeerde Gemeenten komen te staan naar aanleiding van ds. R. Kok (1890-1982) (zie voor de toedracht: L. Vogelaar: In Koninklijke dienst, pagina 161-162) Salomons behandelde slechts de Heidelbergse Catechismus maar was hier niet als predikant. De groep in Arnhem zocht aansluiting bij de Oud Gereformeerde Gemeente. Tussen ds. Van der Poel en Salomons (die toen dus geen dominee was) is er wel een persoonlijk gesprek geweest. (Zie: J.M. Vermeulen, Het wonderlijkste wonder, pagina 125.) Ds. Salomons heeft ook enige tijd gekerkt binnen de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland waaronder bij Van der Poel en Mieras, maar verklaarde zich hier niet thuis te gevoelen (Brief ds. Salomons).
C.M. van Driel geeft wel een correcte weergave van de feiten: "Salomons raakt in 1939 op een zijspoor van de kerkgeschiedenis. Hij scheidt in 1939, hertrouwt het jaar daarop en voorziet in zijn onderhoud met onder meer correctiewerk. Vanaf 1952 wordt hij opnieuw predikant [namelijk in Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland te Bussum na herbevestiging door ds. J.G. van Minnen E.L.]" Consolidatie en crisis De Christelijke Gereformeerde Kerk tussen 1918-1945, pagina 204
( ) Ds. Reinier Kok, geboren 13 oktober 1890 in Hoenkoop. Overleden 16 december 1982. Ds. Kok werd in de Gereformeerde Gemeenten geschorst in 1950. Hij zou het aanbod van Gods genade en de beloften van het evangelie vereenzelvigen. Die laatste zouden alleen voor de uitverkorenen bestemd zijn, terwijl de eerste tot alle mensen uitgaat. In 1947 waarschuwde ds. G.H. Kersten voor de Remonstrantse leer van ds. R. Kok. Dit was opmerkelijk, omdat men in vroeger dagen elkaar goed kon verdragen.
( ) Brief, 1 maart 1975
( ) Brief,
( ) Brief, ds. Van Minnen aan ds. H. Visser Mzn. (1959)
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) Verslag begrafenis ds. Salomons
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) Brief, 4 maart 1970
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) Brief, 4 maart 1971
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) Brief, 4 maart 1971
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) Brief,
( ) W.E. van Petegem, 3 december 1906 Groningen, was aanvankelijk werkzaam bij het kantongerecht in Utrecht. Op grond van bijzondere gaven werd hij in1947 vrij-evangelisch predikant, aanvankelijk te Groningen, vanaf 1958 te Bussum. Van 1965 tot 1971 was hij predikant in algemene dienst voor de binnenlandse zending. Hij werkte toen onder meer in Utrecht-Noord, Scherpenzeel en Bennekom. In 1971 ging hij weer naar Groningen waar hij in 1972 met emeritaat ging. Ds. Van Petegem is vele jaren bestuurslid geweest van de Bijbelkioskvereniging en kreeg bekendheid door zijn acties voor het Zoeklicht.
( ) Herman Johannes Hegger, geboren 19 februari 1916 Lomm (Limburg). Op 24-jarige leeftijd werd hij tot priester in de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) gewijd, waarna hij een jaar wijsbegeerte doceerde in Brazilië. In 1948 trad hij uit de Rooms-Katholieke Kerk. Dit besluit legde hij uit in zijn boek "Mijn weg naar het licht". Hegger richtte in 1960 de stichting In de Rechte Straat op. Hij wilde hiermee priesters die uit de RKK waren gestapt hulp verlenen. Nadat hij zelf gebroken had met de RKK werd hij in 1951 predikant van de Gereformeerde Kerken. Vanwege toegenomen vrijzinnigheid in die kerk vertrok hij in de jaren 70 naar de Nederlandse Hervormde Kerk.
( ) Jacob Juch 1819-1883. Groeide op in Den Helder, waar hij op 28 mei 1850 werd aangesteld als catechiseermeester en krankenbezoeker. Op de Algemene Vergadering van de Gereformeerde Gemeenten onder het Kruis op 7 oktober 1851 in Oosterend werd Juch volgens artikel 8 van de D.K.O. toegelaten tot het ambt van herder en leraar, Zie 'Predikanten en Oefenaars', deel I pagina 113-116. Bijdrage J. Mastenbroek.
( ) Maarten Geleijnse, geboren 17 maart 1893 te Zierikzee geboren. Op 11 november 1930 werd ds. Geleijnse te Hoogeveen in het ambt van missionair dienaar des Woords bevestigd. Vanuit Hoogeveen werd hij uitgezonden naar het eerste zendingsterrein van de Christelijke Gereformeerde Kerken: Torajaland.



Bronnen en literatuur: 

Primaire bronnen:  

Notulen kerkenraad Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland Delft
Notulen classis Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland
Correspondentie uit Archief Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland Delft

Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens

De Wekker, Orgaan der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland
Open Vensters, Maandblad Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland
Acta van de Generale Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland
De Saambinder, Correspondentieblad der Gereformeerde Gemeenten in Nederland

Geraadpleegde literatuur:

Saskia Schrijer, Wouter Salomons, architect

Dr. C.M. van Driel, Consolidatie en crisis, De Christelijke Gereformeerde Kerk tussen 1918 en 1945
Dr. C.M. van Driel, Het volk zonder applaus: De receptie van Karl Barth in hervormd-gereformeerde en christelijk-gereformeerde kring

In het Spoor, De Staatkundig Gereformeerde Partij en de handhaving van Artikel 36 NGB, februari 2012
Oude Paden, Kerkhistorisch Tijdschrift diverse artikelen

Dr. E.G. Bosma, Oude waarheid en nieuwe orde. Bevindelijk gereformeerden en het nationaalsocialisme 1920-1950

Herdenkingsboekje Terugblik CGK Bussum (1904-2003)
D. van Arkel, Ds. J. Slagboom, J.C. Westeneng, Van Trouw en Genade, Herdenkingsboekje Chr. Geref. Kerk Soest ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de gemeente (1998)
J.E. Biesma e.a. (red.) Amor Fortis, honderd jaar Christelijke Gereformeerde Kerk van Amersfoort (1893-1993)

Ds. J. Brons, Licht en schaduw van het Urker kerkelijk leven
Ds. H. van der Ham, De minste der broederen, levensschets ds. P. Sneep (1916-1976) pagina 141-164

H. Hille en J.M. Vermeulen, In de schaduw van het kerkelijk leven, uit de geschiedenis van de kleinste kerkverbanden binnen de gereformeerde gezindte in de twintigste eeuw
S.C. Bax, Terugblik op enkele decennia Christelijke Gereformeerde Gemeenten, in: Reformatorisch Dagblad 18 februari 1984
A. Bel, Predikanten en Oefenaars deel 4, Bijdrage H. Hille, Gerard Salomons (1890-1975) pagina 75-76
L. Vogelaar In koninklijke dienst deel 1, Bijdrage L. Vogelaar, Krijn Noels (1909-1982) pagina 162
A. Bel, Predikanten en Oefenaars deel I, Bijdrage J. Mastenbroek, ds. J. Juch (1819-1883) pagina 113-116
J.M. Vermeulen, Het wonderlijkste wonder, Uit het leven van Johannes van der Poel (1909-1981)






Geschriften:

Lijst met publicatie ds. G. Salomons volgt nog


Deel II

Terneuzen, april 1968

Reeds een halve eeuw na de afscheiding van 1834 gingen er stemmen op om in de erediensten ook gezangen te zingen. Mannen als wijlen ds. L. Lindeboom (1845-1933) e.a. betreurden het, dat er in de samenkomsten der gemeente geen Nieuw Testamentische liederen gezonden werden. Deze drang heeft zich voortgezet in de loop der tijden en gaat uit van de gedachte, dat we er met de Oud-Testamentische Psalmen maar beklagenswaardig aan toe zijn. De kerk van Christus wordt met die oude psalmen maar verhinderd de Naam van haar Heere Jezus Christus in haar lied te noemen. Als dat zo hinderlijk is, dan heeft onze gezegende Zaligmaker aan deze z.g. verhindering zelf meegewerkt. Want van wie zijn de Psalmen? O, denkt de lezer, van David en Asaf en Jeduthun enz. enz. Dat is goed gedacht, maar 't kon nog beter. Al de Oud Testamentische psalmen zijn eigenlijk van Christus Zelf! Van Christus zelf? Ja hoor maar wat in 1 Petrus 1: 11 staat...nl...dat de Geest van Christus, die in de profeten van het Oude Testament was dus ook in David, Asaf, Jeduthun enz. enz. duidelijk van te voren getuigde het lijden dat op Christus zou komen en de heerlijkheid van Christus. Petrus zegt hier dus dat Christus eigen Geest gewerkt heeft in de Profeten-zangers-dichter als de grote auteur der psalmen. Als Christus en zijn discipelen in de synagogen en in de Tempel aanwezig waren bij de openbare eredienst, zongen Christus en zijn discipelen zeker mee en Christus inzonderheid met bewustheid, dat hier Zijn eigen geïnspireerde liederen gezongen werden.

wordt vervolgd