Deel 1

Gerard Salomons (1890-1975)

Biografische schets

foto boven: Synode Christelijke Gereformeerde Kerk 1934. Linksonder zit ds. G. Salomons (met de hand bij het oor). Daarboven is zichtbaar ds. J.A. Riekel (met de hand bij kin). Recht tegenover hem ds. L.H. van der Meiden.


"Wij zijn zo spoedig uit ons evenwicht, we liggen zo gemakkelijk in uitersten, we kunnen maar zo moeilijk in het midden gaan."

G. Salomons


"Leert een mens met smart zeggen: nu kunnen alle mensen zalig worden behalve ik, dan zegt hij: nu kunnen alle mensen zalig worden en Gode zij dank ook ik." 

G. Salomons


Betekenis van ds. G. Salomons

In het boekje 'Het volk zonder applaus, de receptie van Karl Barth in hervormd-gereformeerde en christelijk-gereformeerde kring' (pag. 91) merkte historicus dr. C.M. (Niels) van Driel op welk een grote betekenis ds. G. Salomons (1890-1975) gehad heeft voor de Christelijke Gereformeerde Kerk in de beginfase van dit kerkverband. Tijdens de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw behoorde hij aldaar tot de meest prominente predikanten. Ook schreef hij tal van artikelen voor het kerkelijk blad De Wekker. Over de veertiendelige serie van ds. Salomons over Karl Barth oordeelt Van Driel: "Het zijn de helderste, meest faire en inzichtgevende artikelen die in de vooroorlogse jaren in hervormd-gereformeerde en christelijk-gereformeerde kring aan Barths theologie zijn gewijd." Van Driel vindt het opmerkelijk en ook onterecht dat de plek van ds. Salomons in de geschiedenisboeken van de Christelijke Gereformeerde Kerk(en) vrijwel is uitgewist. Een verklaring daarvoor is er wel, maar een rechtvaardiging niet. Om deze leemte in te vullen doen wij een poging om het één en ander uit zijn leven en werk samen te vatten.

Wie was ds. Gerard Salomons? Kort samengevat: Een voorbeeld van een onbaatzuchtig dienaar van het evangelie en ook een levend bewijs ervan.

Geboorte en afkomst

Gerard Salomons werd geboren op 18 april 1890 in Baarn, als zoon van de kruidenier en kleermaker Gerrit Salomons en diens echtgenote Johanna Frederika Köhler.

Het gezin behoorde tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, een in die jaren groot toonaangevend kerkverband, in 1892 gesmeed uit 339 afgescheiden gemeenten en 310 doleantiegemeenten onder leiding van dr. A. Kuyper. Salomons groeide op onder de prediking van ds. W. H. Gispen Jr. die in de Gereformeerde Kerk van Baarn stond van 1899 tot 1906. Onder de prediking van ds. W.H. Gispen werd Salomons, naar zijn eigen zeggen, 'getroffen door een pijl van de Heere' waarmee hij wilde uitdrukken, dat hij geestelijk in het hart werd geraakt en tot bekering kwam.

"Velen beginnen met te geloven, dat ze kinderen Gods zijn, begonnen ze eens te geloven, dat ze kinderen des duivels zijn, 't zou beter met hen staan voor God en de eeuwigheid. Zien onze afstand van God, onze vervreemding van Hem, ons ontledigd zijn van Hem zal echter gepaard gaan met en gevolgd worden door het toevlucht nemen tot de gerechtigheid van Christus, het meer of minder bewust aannemen van Christus, en al zijn weldaden."

G. Salomons


foto's: 3 generaties Gispen. Geheel links ds. W. H. Gispen sr. (1832-1909) die jarenlang in De Bazuin ontwikkelingen in kerk en samenleving schreef in de vorm van 'Brieven aan een vriend in Jeruzalem'. In het midden ds. W.H. Gispen jr. predikant in Baarn. Rechts (kleinzoon) hoogleraar W.H. Gispen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Laatstgenoemde werd op 7 augustus 1900 in Baarn geboren en werd in 1925 predikant in Hazerswoude. Tussen 1928 en 1945 was hij predikant van de Gereformeerde Kerk in Delft. Op 1 oktober 1945 werd hij buitengewoon hoogleraar in de theologie en gewoon hoogleraar in de faculteit van de letterkunde en wijsbegeerte voor Bijbelse archeologie, Hebreeuws en Aramees, Assyrisch en Arabisch. Dit was hij tot zijn emeritaat in 1970. Als zodanig heeft hij meegewerkt aan de 'Korte verklaring van de Heilige Schrift' en was ook medewerker aan de Bijbelvertaling 1951 van het Oude Testament in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap.


Uiteindelijk kon Salomons het niet meer vinden in de Gereformeerde Kerken en ging hij over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk. Dit kleine kerkverband betrof een rest van de oude Christelijke Gereformeerde Kerk, dat in 1869 door vereniging van twee kerkelijke groeperingen was voortgekomen uit de Afscheiding van 1834 (de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis). In 1892 verenigde het overgrote deel van de oude Christelijke Gereformeerde Kerk met de Nederduitse Gereformeerde (dolerende) kerken. De doleantie was in 1886 opgekomen uit de Nederlandse Hervormde Kerk onder leiding van dr. A. Kuyper. Doordat de vereniging van 1892 bij velen achteraf niet erg voldeed, bloeide de aanvankelijk zeer kleine Christelijke Gereformeerde Kerk spoedig weer op.

Theologische school Rijswijk

In 1909 werd Gerard Salomons samen met J. Tolsma (1872-1968) en J.A. Riekel (1869-1949) aanvaard aan de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerk, toen nog in Rijswijk. Deze opleiding bestond sinds 11 september 1894. Sinds 1905 gaf hier ds. P.J.M. de Bruin les en in 1909 werd ds. A. van der Heijden (1865-1927) als tweede docent aangesteld in de plaats van docent F.P.L.C. van Lingen, die zijn arbeid neerlegde wegens zijn hoge leeftijd. Later kwamen er als docent nog bij: ds. H. Janssen (1872-1944) en ds. F. Lengkeek (1871-1932).

Docenten A. van der Heijden, F. Lengkeek, P.J.M. de Bruin
Docenten A. van der Heijden, F. Lengkeek, P.J.M. de Bruin

"Wat verstaat de wereld er van, als een ziel dorst naar God, gelijk het hert schreeuwt naar de wateren? Zij kent het ongeluk van het kind des Heeren niet! Maar - zij kent ook zijn geluk niet! Wat weet zij van de verborgen omgang met God, waarin de Heere de ziel zo liefderijk omhelst! Wat van de vertroosting, die de Heere de ziele biedt, als zij verbroken tot Hem komt?"

F. Lengkeek 


Salomon wouters Salomons (1716-1778) gehuwd met Hendrina Maasen (1714-1781)



Wouter Salomons (1740-1803) Landbouwer gehuwd met Maria Geurtsen (1746-1792)



Geurt Salomons 1781-1868 Arbeider gehuwd met Jochemina van Binsbergen (1790-1846)

Geurt Salomons 1833-1915 Kleermaker gehuwd met Anna Maria Gerritsen (1834-1867



Kinderen:

1. Geurat Salomons 1859-1940 Predikant in Nederlandse Hervormde Kerk. In 1884 kandidaat geworden in Drenthe, aanvaardde hij 26 April 1885 het predikambt te Willige-Langerak en diende verder de gemeenten Nieuwe Pekela, Wetsinge-Sauwerd en Hengelo (Ov.) 1 Mei 1929 ging hij met emeritaat. Op 81 jarige leeftijd overleed hij in Hengelo (Ov.). Op de dag dat ds. G. Salomons werd begraven waren de Duitsers bezig ons land te veroveren in mei 1940. Men maakte zich ondanks de verschijning van de eerste Duitse militairen nog niet heel ongerust. Spoedig was het land echter in een hevige strijd verwikkeld. Ds. Salomons werd geschetst als ''een herder in zijn hele persoonlijkheid, een eerwaardig man, een deemoedig christen. Afgezant naar geheel zijn hart en wezen van zijn Goede Herder.' Zijn collega ds. J.W. van Kooten dankte voor hetgeen ds. Salomons voor de gemeente gedaan had. Speciaal wees de spreker erop hoe ds. Salomons steeds de gemeente aanspoorde 'de schoone psalmen' te zingen, waarin gewezen wordt op de enige steun, als al het andere wegvalt. Uit: Tubantia Twents Dagblad, dinsdag 14 mei 1940

2.  Gerrit Salomons 1859-1859

3. Gerrit Salomons 1860-1941 Kleermaker en kruidenier gehuwd met Johanna Frederika Köhler

(ouders van Gerard Salomons (1890-1975)

4. Wouter Salomons 1862-1958 Timmerman en aannemer. Hij had een opleiding aan de Arnhemse ambachtsschool. Als architect was hij autodidact. De ontwerpen die hij als architect maakte, zijn van grote waarde geweest voor de ontwikkeling van het stadsbeeld van Amersfoort. In Amersfoort ontwierp hij diverse villa's op de Amersfoortse Berg en winkelpanden in de binnenstad. In 1914 ontwierp hij de uitbreiding van de Gereformeerde Kerk aan de Zuidsingel. In 1887 hadden de gereformeerden een gedeelte van een oude kazerne aan de Zuidsingel, het Arsenaal, aangekocht. Dit gebouw werd direct afgebroken en er werd een klein kerkgebouw met pastorie gesticht. In 1914 werd besloten tot uitbreiding van de kerk, waarvoor Salomons het ontwerp maakte.

5. Nicolaas Salomons 1865-1865



"Schriftuurlijk-bevindelijk preken moet van boven geleerd worden, dus door Woord en Geest, en die er maar een weinigje van geleerd hebben, achten zichzelf nog maar broddelaars en sukkelaars. (...) Nou, nou dat hadden we van die oude meegaande man toch niet gedacht. Denkt hij soms, dat hij zo goed preekt? Leg die vraag maar aan Gods troon neer, daar zijn afdoende antwoorden te verkrijgen. Een mens denkt soms dat hij gering van zichzelf denkt, terwijl het louter minderwaardigheidsgevoel is, dat hem beheerst."         

G. Salomons


"Adam van der Heijden, [was] onder Gods volk in Rotterdam geen onbekende. Met hem en met ds. [P.J.M.] de Bruin, werd een drietal vrienden gevormd, door meer dan aardse banden. Van dat drietal is eerst van der Heijden, nu ook ds. H.A. Minderman heengegaan."

G.H. Kersten


"Adam van der Heijden werd op 10 mei 1865 in Waddinxveen geboren. Toen hij 18 jaar oud was, mocht hij krachtig ervaren, dat de Heilige Geest zaligmakend in hem werkte. In 1894 werd hij student aan onze School. Tijdens zijn studententijd heeft de Heere hem van een zeer ernstig ziekbed opgericht. In 1900 werd hij kandidaat en nam het beroep van de gemeente Broek op Langendijk aan. In 1904 nam hij de herdersstaf op over de gemeente van Dordrecht. De Generale Synode van 1909 benoemde ds. Van der Heijden tot docent. God had hem door het lot aangewezen. Onze docent van der Heijden heeft, met de gaven, hem door God geschonken, gewoekerd; zeer hard heeft hij gearbeid; hij heeft gewerkt met grote liefde. Deze hoogleraar, we weten het, had het ambt lief, had zijn leerlingen lief, had de Kerk des Heeren lief, had de Heere lief, omdat Deze hem eerst liefhad. De praktische vakken waren aan de hand van deze praktische man goed toebetrouwd. Hij nam een eigen plaats in. Opgewekt, met een tikje humor in alles, verkeerde hij in de kring der broederen. Ook als rector zorgde hij trouw. Tijdens zijn laatste rectoraat nam de Heere hem weg. God sprak van aftreden. De Heere komt op Zijn tijd. Na een ernstig, smartvol lijden ging onze broeder Van der Heijden de eeuwige heerlijkheid in. Hij rust nu van de arbeid en de strijd en de volle zaligheid is zijn deel."


           L.H. van der Meiden




Jeugdherinneringen

"Het kon er toch wel recht gezellig zijn, des Zondagsavonds in de consistorie van de ,,Snoekstraat-Kerk . ,,Samuel" vergaderde toen destijds nog in de consistorie bezijden den hoofdingang tot het kerkgebouw. De lokaliteit was nu niet zo aantrekkelijk, zo'n lange pijpenla is meestal erg bedompt. Maar de leden van "Samuel" wisten dit gebrek van de vergaderplaats te doen vergeten, 't Is waar, er werd soms geweldig waar geboomd en gewichtig gediscussieerd. Wij zaten natuurlijk vol problemen, en hadden geen problemen, dan maakten we ze eenvoudigweg. Er waren natuurlijk jongens, wier tegenwoordigheid eigenlijk nooit of te nimmer werd opgemerkt, omreden ze nooit iets deden, nooit iets te vertellen hadden, nooit iets hadden te bekritiseren. Zoete jongens, die je eigenlijk irriteerden door hun niets doen. Maar er waren ook een paar rakkers op de vereniging, jongens, die met het speciale doel kwamen om de boel in de war te sturen. Nooit hadden ze hun onderwerp klaar. Of als ze hun onderwerp meenden klaar te hebben en voorlazen, werden er zulke banaliteiten in opgedist, dat de hoorders in een ommezien van tijd hun buik er van vol hadden. Liefst verschuilden deze "broekjes" zich achter een paar brede ruggen, om vanuit hun schuilplaats allerlei projectielen op de lange met groen laken bekleedde tafel te werpen. In mijn tijd mocht ik het genoegen smaken enkele dezer snaken binnen een drietal weken buiten de vergadering te krijgen. Toen wisten deze venuftelingen, dat het tegenwoordig zo' n dooie boel is op de J.V., maar de andere jongens waren erg content met die "dooie boel". Er werden soms zeer mooie onderwerpen geleverd en de bespreking kon erg interessant en leerzaam zijn. Wel dreigde meer dan eens het gevaar, dat de bespreking al te zwaar werd en de hoofdzaak uit het oog werd verloren. Dan was het voor de leider een hele toer om de wagen weer in 't goede spoor te krijgen. Maar er werden dan toch denkbeelden naar voren gebracht, die leefden in het hart van ons jongelui. Soms werden de grootste ketterijen verkondigd, maar dat mocht binnen de muren van onze vergaderplaats. En uit de wisseling en wrijving der gedachten kiemde soms de waarheid op als een heerlijk uitspruitsel. Toen des tijds deden we ook veel aan zendingsstudie, alhoewel er nog geen kijk bestond in onze kerk op daadwerkelijke zendingsactie. Zelden werd er met zulk een interesse geluisterd als dan, wanneer er zendingsgeschiedenis werd behandeld. Ik denk, dat vele jeugdige zendingsvrienden van toen thans warme zendingsmannen zijn, die in onze plaatselijke zendingsverenigingen zitting hebben. (..) Hoe was de verhouding van de J.V. tot de kerkenraad der gemeente? Nu, eerlijk gezegd, die liet wel eens wat te wensen over, wat nl. toezicht van de kerkenraad en anderzijds gehoorzaamheid van de J. V. betreft. Waar zat 'm dat in? Dat zat in onze z.g. Jaarvergaderingen of Jaarfeesten, ziet U. Onze jongelui wilden die jaarfeestavond gaarne opgeluisterd zien door zang en muziek, viool, piano, enz.; ook wilden ze dolgraag allerlei samenspraken ten gehore brengen, liefst met z.g. verkleding er bij. En de kerkenraad? Die wilde juist het andere uiterste. Geen viool, geen piano, geen zangkoor, geen samenspraak, geen luimige voordracht zelfs. (..) Het viel mij als voorzitter niet altijd gemakkelijk om hier de uitersten bij elkaar te brengen. Met veel praten over en weer is toen destijds gelukkig voorkomen een breuk tussen J.V. en kerkenraad, die zeker zeer funest zou gewerkt hebben op onze jonge mensen. Behoudens opgemelde kortstondige onaangenaamheden heb ik echter met veel genoegen mijn plaats op de J.V. te 's-Gravenhage ingenomen."

G. Salomons



's-Gravenhage, 9 juli 1915


Tussen 6 en 9 juli 1915 was het curatorium bijeen en werden de broeders J.A. Riekel, G. Salomons en J. Tolsma geëxamineerd in de vakken van het Theologisch Examen: Natuurlijke Theologie, Inleiding op de Godgeleerdheid, Dogmatiek, Ethiek, Dogma geschiedenis der Gereformeerde Kerken, Homiletiek, Symboliek en Exegese Oude en Nieuwe Testament. Aan dit onderzoek ging vooraf het doen van een korte preek achtereenvolgens over Romeinen 3: 23, 24 "Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is." 1 Korinthe 12: 3b "en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest." 1 Petrus 1: 17b en 18 "Zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning; Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is." Alle broeders werden bevorderd tot kandidaten in de heilige bediening.

"De Koning der Kerk zalve deze broeders met een rijke mate van Zijn Heilige Geest. Hij stelle hen tot een uitgebreide zegen voor de ganse Kerk en verheerlijke Zich in en door hen."

Het curatorium der Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerk:

P. de Groot, voorzitter

T.A. Bakker, secretaris


"Soms werden de grootste ketterijen verkondigd, maar dat mocht binnen de muren van onze vergaderplaats. En uit de wisseling en wrijving der gedachten kiemde soms de waarheid op als een heerlijk uitspruitsel."

Bussum, 23 juli 1915

Beroepen te Bussum-Naarden, onder leiding van onze geachte consulent de Wel Eerw. heer ds. J.J. v.d. Schuit, met bijna algemene stemmen, de Eerw. heer. G. Salomons, candidaat tot de H. dienst te Oosterbeek.

Namens de Kerkenraad, C. Sterk, scriba


"Bussum met zijn mooie lanen, prachtige parken, herinnert aan Gods grootheid en aan het psalmvers "Dat al wat d' aard bewoont, Het werk eens Scheppers toont, Zo gunstrijk als almachtig." In dit schone Bussum preekte ik op Zondag 30 September 1934, maar ook maandagavond ter gedachtenis aan het voorbijgevlogen jaar een oudejaarsavondpreek en Dinsdagmorgen een Nieuwjaarspreek hield. Zodat ik daar vier maal optrad. De Maandag gebruikte ik voor het afleggen van bezoeken aan enige vrienden aldaar, vergezeld door br. K. Sikking, die jaren lang de gemeente trouw gediend heeft als ouderling en nu reeds juicht voor de troon. Het was voor mij een bijzonder genot, het volk des Heeren aldaar te bezoeken en alzo in het leraarsambt, maar ook in het herdersambt werkzaam te zijn. Toen ik in 1906 er voor het eerst optrad, was het in het vriendelijk kerkje in de Englaan, later werd de gemeente door aankoop eigenares van de monumentale Gereformeerde kerk en pastorie, waarin ik nog kort geleden gepreekt en gelogeerd heb. Ik heb in Naarden-Bussum vele broeders en zusters ontmoet, die nu reeds ontslapen zijn, en aan wie ik nog altijd met liefde gedenk. De Zondagavonden als ik aldaar gepreekt had, waren in waarheid feestavonden als dan ten huize van br. K. Sikking vele kinderen Gods samenkwamen om te spreken over de zegen des Heeren. Dan was de kamer zó vol, dat de deur uit de scharnieren werd weggenomen, om meer plaats te hebben en schikten de bezoekers zo dicht mogelijk bij elkaar, totdat eindelijk de tijd tot scheiden drong en sommigen nog zelfs naar Naarden gingen, dat een uur bijna van Bussum aflag. Nu is Naarden een afzonderlijke gemeente, welke aldaar in een lokaal vergadert en waar ik ook al enige malen mocht voorgaan in de Bediening des Woords en nog bijzondere vrienden en vriendinnen ontmoeten, die mij van vroeger uit Bussum bekend waren. (..)In 1935 mochten wij nog eens in Bussum optreden en wel op Zondag 1 December. Aan de avond van die dag des Heeren bezochten wij na de dienst de zieke br. Voorneveld, vroeger ouderling in Amsterdam, later in Bussum. Hij lag in de Roomse stichting Majella en daar werden wij twee ervaringen rijk. Ten eerste hoe rijk het kind van God is als de aardse tabernakel wordt afgebroken en het denkvermogen begint te verzwakken, maar ook hoe arm de wereld is al draagt zij ook een godsdienstig kerkelijk kleed. Want toen ik met ouderling Sikking in de Majella stichting aankwam, werd in dat ziekenhuis juist en nog wel op zondagavond St. Nicolaas gespeeld. Een man, als St. Nicolaas verkleed bezocht de ziekbedden en maakte allerlei grappen. Een nonnetje kwam lachend en vol opwinding op mij toe met de uitroep: O mijnheer, het is toch zo mooi. Nu het leek meer op een kermis dan op een ziekenhuis en ik ondervond, dat men gekleed in kloostergewaad toch de wereld niet kan ontvlieden en dat genade alleen leert de wereldse genoegens te ontvluchten. Gezeten aan het ziekbed van br. Voorneveld, die mij eerst niet herkende, begon hij daarna te spreken over de heerlijkheid die aanstaande, was en de vrede die hij mocht smaken. Wij mochten toen samen bidden en die lieve broeder opdragen aan de troon der genade. Enkele dagen daarna ging hij in, in de rust die er overblijft voor het volk van God. Ook hij behoorde tot de vele Sionieten, die weg genomen zijn vóór de dag des Kwaads.Nu ik dit schrijf is het alsof ik hem nog hoor spreken in zijn Amsterdamsen dialect over de genade-weldaden, die hij van de Heere had mogen genieten. Daarvan moet toch iets gekend worden in dit leven, want zonder wedergeboorte zal niemand het koninkrijk Gods beërven. Mochten er in deze zware tijden nog maar vele jonge mensen in Sion geboren worden, want het oude geslacht gaat heen en zo velen van het jonge geslacht worden meegevoerd met de ijdelheden der wereld.Toch is er ook in dezen tijd, zoals de Apostel zegt, nog een overblijfsel naar de verkiezing der genade en dat doet ons hopen: "Want God zal aan Zijn Sion hulp bewijzen, En Juda's steen behouwen uit het stof."


P.J.M. de Bruin

Bussum

Na zijn studie nam kandidaat Salomons het beroep van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Bussum aan. Nadat hij op 28 oktober 1915 met Daatje Driessen, (geboren op 14 april 1891 in Utrecht - een zus van ds. D. Driessen (1879-1961) - in het huwelijk was getreden, werd hij enkele dagen daarna, op 31 oktober 1915 door docent A. van der Heijden als predikant bevestigd in Bussum met een preek uit 1 Korinthe 3: 9a: "Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw, zijt gij." Ds. Salomons preekte bij zijn intrede over de tekst Lukas 8 : 5a. "Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien."


De gemeente van Bussum werd op 24 oktober 1902 als preekplaats gesticht vanuit Amsterdam. Op 14 november 1904 werd een officiële gemeente geïnstitueerd. Er waren toen twee ouderlingen en twee diakenen. Aan de Nieuwe Englaan werd een kerkgebouw gerealiseerd. Tussen 1908 en 1914 werd de gemeente gediend door ds. M. Schouten (1863-1917). In 1915 kwam ds. Salomons. Tijdens het verblijf van ds. Salomons nam het ledental aanzienlijk toe.

"Niet de geschiedenis van de verloren zoon in een filmopname hebben we nodig, maar wel die geschiedenis herhaald en geschreven in ons hart. Mochten we, bij aanvang of voortgang, maar veel wederkeren uit dat verre land, naar Gods Vaderhart heen."

G. Salomons

Ds. G. Salomons met de JV in Bussum
Ds. G. Salomons met de JV in Bussum

1915-1916

Bij het einde van 1915 wensen wij evenals andere jaren een ogenblik stil te staan en het voorbij gevlogen jaar nog even in herinnering te brengen. Wat al herinneringen gaan dan aan onze geest voorbij, aangename en onaangename, blijde en droevige, en in menig huisgezin wordt een traan uit de ogen weggepinkt bij de gedachte aan geliefde betrekkingen, die door de dood werden weggenomen. Ook in kerkelijk opzicht zijn er dit jaar weer droeve herinneringen. Dordrechts gemeente verloor op zondag 14 november haar geliefde leraar ds. M. den Boer en op 8 December haar beminde ouderling P. van Herwijnen. Op 1 juni ging de emeritus-predikant H. M. van der Vegt de eeuwige rust in. Reeds het eerste nummer van "De Wekker" in 1915 berichtte het heengaan van ouderling L. L. de Boer van Urk, die nog vóór de jaarwisseling werd weggenomen. Op 17 januari moest Maarssen Jacobus Lith als ambtsdrager missen, terwijl ook in die zelfde maand Evert Bakker, diaken te IJmuiden werd weggenomen, 's Gravendeel berichtte het ontslapen van de oud-ouderling Willem Baars op 29 januari. Op 11 maart stierf in Ulrums gemeente de ambtsdrager J. Boonstra, op 14 maart nam de Heere de ouderling H. Pannekoek te Deventer tot Zich en drie dagen later ontsliep ouderling A. Visser te 's Gravendeel. Een half jaar lang werd de kerk nu gespaard in haar ambtsdragers, maar 7 september kwam de droeve tijding uit Utrecht's gemeente, dat haar ouderling M. J. van den Ende was opgeroepen. Vervolgens werden nog de oud ouderlingen B. L. Bijleveld te Leeuwarden op 15 Juni en P. Kroon te Den Helder op 12 September uit de strijdende kerk weggenomen. De laatste maand des jaars bracht, gelijk wij hierboven reeds mededeelden, het doodsbericht van br. P. van Herwijnen te Dordrecht. De sterflijst is dit jaar, wat de ambtsdragers betreft, heel wat groter dan een vorig jaar. Ook toen werd geen enkel dienstdoend predikant door de dood ons ontnomen. Doch ook hier past ons Gode te zwijgen. Ook blijde berichten lazen wij in "de Wekker", Drie broeders verkregen de begeerte van hun hart en werden in de kerk beroepbaar gesteld. Op 31 oktober zag Veenendaal in ds. J. A. Riekel en Bussum-Naarden in ds. G. Salomons de belofte vervuld: "Uwe oogen zullen uwe leraars zien" en op 14 November viel de gemeente te Aalten in Ds. J. Tolsma dat voorrecht ten deel. De Theol. School zag het met drie verminderd getal studenten weder met drie novitii aangevuld. En nu gaan wij het jaar 1916 tegemoet. Wat het brengen zal, weten wij niet, doch dit weten wij, dat degenen die God vrezen, alle dingen ten goede mede werken. Die genade des Heeren, zo onmisbaar voor tijd en eeuwigheid, wensen wij al onzen lezers van harte toe bij de wisseling des jaars.

Ds. P.J.M. de Bruin


Christelijke Gereformeerde Kerk Amersfoort
Christelijke Gereformeerde Kerk Amersfoort

Ds. Salomons als jong predikant

Naar verluidt was ds. Salomons als predikant in zijn jonge jaren niet altijd de gemakkelijkste. Een oud-gemeentelid die ds. Salomons uit deze periode nog kon herinneren schreef na diens overlijden aan de kerkenraad van Delft het volgende: (...) "Neen, wijlen ds. Salomons kan ik nimmer vergeten, maar ik spreek dus van de tijd dat hij nog jong christelijk-gereformeerd predikant was. Hij was toen geen man van een gemakkelijk karakter (wat ik er zo nog van weet), maar zijn prediking was lieflijk, duidelijk en klaar, uitnodigend, onderwijzend, vertroostend, wat ik als jongeman heb ondervonden. Een kind van God en een knecht des Heeren ook, dat is duidelijk."

Salomons was theologisch uitstekend onderlegd. Regelmatig verschenen er voor de Tweede Wereldoorlog publicaties van hem in De Wekker over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Ook buiten het kerkverband was hij actief voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Ds. J.H. Velema kon zich ds. Salomons nog goed herinneren: "Hij was een begaafd prediker; grondige exegese en bevindelijke toepassing." Hij behoorde zonder meer tot de best onderlegde predikanten, die in de kerkelijke pers menige serie over een actuele stroming, sekte of theologie schreef. In 1924 werd ds. Salomons door de Algemene Vergadering van de Staatkundig Gereformeerde Partij benoemd tot lid van een commissie, die een publicatie moest voorbereiden over de betekenis van artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, naast ds. G.H. Kersten, ds. P. Zandt en ds. W. Den Hengst. Een benoeming in het hoofdbestuur van de SGP nam Salomons niet aan.



Toen ds. Salomons predikant was binnen de Christelijke Gereformeerde Kerk werden er geregeld nieuwe gemeenten gesticht. Als zodanig heeft hij mogen meewerken aan de opbouw van het kerkverband.

Stichting CGK Huizen


's-Gravenzande

In 1929 nam ds. Salomons een beroep naar 's-Gravenzande aan. Hij werd hier bevestigd door zijn zwager ds. D. Driessen van Amsterdam-Oost met een preek uit Lukas 20: 11a "En wederom zond hij nog een andere dienstknecht."

Ds. Driessen bepaalde de gemeente bij:

1. De goedheid van de wijngaardenier

2. Het geluk der landlieden

3. De gelegenheid voor de dienaar des Woords

's avonds deed ds. Salomons intrede naar aanleiding van Johannes 3: 29 30. "Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik minder worden."

Hij bepaalde de gemeente bij:

1e de belijdenis omtrent de bruid

2e. de arbeid voor de bruid

3e. de blijdschap over de bruid

4e. de zelfverloochening ten behoeve van de bruid


Amersfoort

In 1923 nam ds. Salomons een beroep aan naar Amersfoort. Hier werd hij opnieuw bevestigd door docent A. van der Heijden met een preek uit 2 Korinthe 3: 5. Ds. Salomons nam afscheid van de gemeente Bussum met een preek over Hebreeën 13: 20.

In Amersfoort zette in 1893 een klein deel de gemeente uit 1837 voort, nadat het merendeel zich verenigd had met de doleantiegemeenten rond dr. A. Kuyper. De gemeente was klein. In 1894 namen 12 manslidmaten deel aan de ledenvergadering. In 1915 zijn het er nog niet veel meer. In 1916 kreeg de gemeente in ds. L.H. Beekamp (1872-1960)  een eerste predikant. Het verblijf van ds. Salomons (1923-1929) zorgde ook in Amersfoort voor een forse uitbreiding van de gemeente. Bij zijn vertrek waren er 350 leden.


Stichting CGK Soest

Als predikant in Amersfoort was ds. Salomons betrokken bij de oprichting van een gemeente in Soest. De eerste diensten in Soest werden gehouden in een koeienstal. Doordeweeks werd een gastpredikant uitgenodigd. Deze gemeente had in de eerste periode van haar bestaan nogal te kampen met financiële problemen. De collecten bleken dikwijls niet toereikend. Genoeg reden dat de kerkenraad besluit: bij voorkeur dominees uit te nodigen die het volk trekken, "dat zijn dominees die de zuivere en bevindelijke waarheid brengen zoals ds. Salomons, Bijleveld, De Boer, Van Ree, Van der Meiden en Van Brummen."


Ds. W. Bijleveld
Ds. W. Bijleveld

Stichting CGK Driebergen


In 1921 werd er in Driebergen een Christelijke Gereformeerde Kerk opgericht. De predikanten G. Salomons, J. Jongeleen, G. Molenaar, J. Tolsma, G. Wisse en L.H. Beekamp werden benaderd om geregeld voor te gaan.

Stichting CGK Ede

Op 1 Mei 1923 werd door de Classis Utrecht aan de kerkenraad van Veenendaal mandaat verleend om in Ede een gemeente te stichten, waarbij ds. Salomons namens de Classis tegenwoordig was. Op Maandag 13 Augustus 1928 ging ds. P. J. de Bruin van Veenendaal voor in een dienst waarna de verkiezing plaats vond van 2 ouderlingen en 1 diaken. Ds. de Bruin eindigde vervolgens met dankzegging, waarbij hij tevens Ds. Salomons met gebed tot zijn dienstwerk inleidde. Ds. Salomons bediende hierna het Woord naar aanleiding van Handelingen 9:11 het laatste gedeelte, n.l. deze woorden: "Want ziet, hij bidt." Na deze onderwijzende, nodigende en vertroostende prediking, had door ds. de Bruin de bevestiging plaats van de gekozen ambtsbroeders. Na beëindiging hiervan dankte de eerstgekozen ouderling ds. de Bruin als herder en Leraar van de moedergemeente Veenendaal en ds. Salomons als afgevaardigde van de Classis Utrecht



Christelijke Gereformeerde Kerk 's-Gravenzande
Christelijke Gereformeerde Kerk 's-Gravenzande

"Van Maassluis naar 's-Gravenzand is een korte afstand. In die zelfde tijd (1916) was er ook te 's-Gravenzande kerkelijke beweging ontstaan. Een militair uit Alphen aan den Rijn, die gemobiliseerd was in het Westland werd het middel, dat aldaar enige broeders en zusters samen kwamen, om de Christelijke Gereformeerde kerk te doen herleven en werd ik uitgenodigd voor het eerst in 's Gravenzande op te treden op vrijdagavond 4 Februari 1916. Toen de herfst aanbrak werd dit optreden in de week herhaald met dien gevolge, dat de classis 's Gravenhage aldaar een gemeente stichtte in het najaar. Men vergaderde in het veilingslokaal, een ruim lokaal, dat echter in de winter nog al koud was. Toen ik er 21 Januari 1917 's-morgens het Heilig Avondmaal bediende moest ik vanwege de grote koude de dienst bekorten. Een lid der gemeente verzekerde mij na afloop van de dienst, dat zij tot in haar nieren koud was. Die winter werd de koude al bijzonder gevoeld, omdat de brandstof gedistribueerd was en schaars."

P.J.M. de Bruin

Maandag 16 Mei 1932 nam ds. Salomons afscheid van 's-Gravenzande met een preek over Mattheus 28: 20 en sprak over 'de belofte van de scheidende Heiland.'



Apeldoorn, 20 februari 1931


Waarde Broeder!

In het vorig nummer hebt U een advertentie kunnen lezen van de kerkenraad onzer gemeente Amsterdam-West, meldende het overlijden van Abraham Sybrand Sluyter, in leven een bekende figuur in onze kerkelijke wereld. Bekend was hij, niet om zijn op de voorgrond treden; dat deed hij nimmer. Als er iemand geweest is, die de deugd der bescheidenheid sierde, dan was hij het. Nooit liet hij zich ook maar in het minste voorstaan op zijn ervaring en kennis; de ander uitnemender te achten dan zichzelf was bij hem geen theorie maar praktijk. Toch had hij een vooraanstaande plaats in de kerk. Reeds in de Christelijke Gereformeerde Kerk vóór 1892 stond hij in het ambt, en na zijn uittreden uit de zich noemende Gereformeerde Kerken was hij ook als terstond de aangewezen man voor het diaken- en ouderlingen ambt, dat hij zo lang zijn krachten het toelieten heeft bekleed. Toen deze hem begaven wegens hoge ouderdom, moest hij de arbeid in de gemeente laten varen, hetgeen niet dan met smart geschiedde. Nu is hij als oud-ouderling der Amsterdamse gemeente in de hoge leeftijd van 91 jaren overleden. Nog onverwacht is het altijd broze lichaam gesloopt. Wat ten grave gedragen werd, j.l. vrijdag, was niet veel. Dienende is hij uitgeteerd; de wormen hebben niet veel aan hem. Maar daartegenover staat, dat wat voor God verschenen is, wel veel is, want het was een ziel, gereinigd en geheiligd door de Geest en het bloed van Jezus Christus; een ziel, die het verstond zich als dagelijks te wassen in het alreinigende bloed van het Lam Gods! Dat maakt de ziel groot en waardig in de ogen Gods. Wat moet het hem te moede geweest zijn, toen hij werd overgeplaatst uit de strijdende in de triomferende kerk! Mij dunkt, ik hoor hem zeggen: "'t Is te groot voor mij! " Kleine gedachten had hij over zichzelf, maar grote over God en de Heere Jezus Christus! Zeer dikwijls stond hij van verre; hij had een groot krediet voor de Heere, al durfde hij menigmaal voor zichzelf er geen gebruik van maken. Maar, wat nood? Als de Heere Zijn kinderen klein houdt, dan blijven het toch Zijn kinderen? In vrede mocht hij ingaan in de vreugde zijns Heeren! Jaren lang hebben wij hem gekend en gadegeslagen; met hem hebben wij gezeten in hetzelfde kerkenraadscollege, met hem verschillende hogere vergaderingen bijgewoond, en hem altijd dezelfde bevonden. Een echte Johannes-natuur, vol liefde en toch vol lijn; toegevend waar het niet gold de ere zijns Heeren, vaststaande waar deze het vraagde; in alle opzichten trouw aan belijdenis en kerk. Of hem geen gebreken ontsierden? Waarom dit te vragen? Hij was toch een mens, een mens van gelijke beweging als wij allen? Hij had zelfs de gebreken van zijn deugden! Maar waar zijn die gebreken? Ze zijn heen; laat ons met dankbaarheid erkennen, én wat de Heere voor hem geweest is, én wat de Heere in hem jarenlang Zijn Kerk geschonken heeft. De gedachtenis van deze rechtvaardige, die zo beleefde "zichzelven arm, de armen rijk" te zijn, zal onder ons in zegening blijven! Er sterven zo elke winter vooral vele ouden van dagen. Mogen onze ouden het oog gericht houden op de Heere en Zijn genade in Christus Jezus! Er sterven echter ook zovele jongeren! Ook voor hen is er geen andere weg des behouds dan het leven in Christus! Mogen zij het niet vergeten! De dood gaat weer rond en klopt aan menige woning en menig hart, nu de griepziekte zovelen ontrukt aan de arbeid en ook wel aan het leven. Geven wij acht op de roepstem des Heeren, opdat, hetzij wij jong of oud zijn, ons de dood niet onverziens overvalle, maar ons bereid vinden, om door genade gezaligd te worden! Daartoe zende dé Heere ons Zijn Geest!

Met vr. br. gr.
t.t.

F. Lengkeek (Veluwse brieven)

"Een echte Johannes-natuur, vol liefde en toch vol lijn; toegevend waar het niet gold de ere zijns Heeren, vaststaande waar deze het vraagde; in alle opzichten trouw aan belijdenis en kerk. Of hem geen gebreken ontsierden? Waarom dit te vragen? Hij was toch een mens, een mens van gelijke beweging als wij allen?"

Christelijke Gereformeerde Kerk Amsterdam-West aan de Lauriergracht
Christelijke Gereformeerde Kerk Amsterdam-West aan de Lauriergracht

Na afloop van zijn preek sprak ds. Berkhoff ds. Salomons hartelijk toe en wees hem uit eigen ervaring op de vele desillusies, die het dominee-zijn in een grote stad met zich mee brengt, maar ook dat de Heere zo dikwijls op wonderlijke wijze achteraf Zijn bedoelingen liet zien. Hij zal zwakheid tot sterkte maken, en vooral in het verborgene van de binnenkamer zegen geven aan de ware dienaar des Woords.

Amsterdam-West

"Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht nº 37," aldus de eerste zin uit het boek Max Havelaar van Multatuli. Aan de Lauriergracht bevond zich ook het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Amsterdam-West. Op dinsdag 24 mei 1932 vond in dit kerkgebouw de bevestiging van ds. Salomons plaats door ds. A. M. Berkhoff (1885-1944) van Sneek. Ds. Berkhoff preekte bij deze gelegenheid naar aanleiding van Lucas 12:3 "Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden" en stond stil bij de volgende gedachten:

De Evangelieprediking:

1ste haar verborgen karakter

2de haar openbaar resultaat


Na afloop van zijn preek sprak ds. Berkhoff ds. Salomons hartelijk toe en wees hem uit eigen ervaring op de vele desillusies, die het dominee-zijn in een grote stad met zich mee brengt, maar ook dat de Heere zo dikwijls op wonderlijke wijze achteraf Zijn bedoelingen liet zien. Hij zal zwakheid tot sterkte maken, en vooral in het verborgene van de binnenkamer zegen geven aan de ware dienaar des Woords. De gemeente zong hierna haar nieuwe predikant staande Psalm 20 toe.

Intrede deed ds. Salomons donderdag 26 Mei 1932 in een eveneens geheel gevulde kerk met een preek over Handelingen 8 vers 35: "En Philippus deed zijn mond open en beginnende van die Schrift verkondigde hem Jezus".

Na de preek volgden de gebruikelijke toespraken. Ouderling Kloppenburg sprak ds. Salomons toe namens kerkenraad en gemeente en liet hem toezingen Ps. 102, het laatste vers: "Uwer knechten trouwe zonen zullen altoos bij U wonen." Verder voerden het woord ds. D. Driessen, namens Amsterdam-Oost en -Noord; ds. J. L. de Vries, als consulent; ds. W. Bijleveld, namens de Classis; een van de kerkenraadsleden van 's Gravenzande en de bevestiger ds. A. M. Berkhoff.



Ds. A.M. Berkhoff
Ds. A.M. Berkhoff

"Hoe heeft wijlen ds. Berkhof, mijn persoonlijke vriend, in zijn afwijkende doodlopende weg zijn ziel in opgemelde gemeenschap[vrij-evangelische gemeenten] gekweld! Ik weet dat persoonlijk van hem, maar er was geen weg meer [terug]." (...) "Nu zijn er lieve zielen onder, die bij hun dood vast bevorderd worden tot heerlijkheid, maar van 'personele verkiezing' en' radicale doodstaat des mensen' moeten zij meestal niet veel hebben. Althans hun meeste voorgangers niet. Ik heb destijds een leeruitspraak van een van hun voormannen gelezen, die wel wilde weten van een z.g. 'volksverkiezing', maar niet van een 'personele verkiezing', net als de remonstranten uit de dagen van Dordt. Ik heb een ds. [W.E.] van Petegem eens zo sterk horen fulmineren tegen de verkiezing, dat zelfs de meest lichte christelijk-gereformeerde ambtsdrager zijn afzetting zou gevraagd hebben."


G. Salomons

Ds. W.E. Van Petegem werd op 3 december 1906 geboren in Groningen. Op grond van bijzondere gaven werd hij in 1947 vrij evangelisch predikant, aanvankelijk te Groningen, vanaf 1958 te Bussum. Van 1965 tot 1971 was hij predikant in algemene dienst voor de binnenlandse zending. In 1971 ging hij weer naar Groningen waar hij in 1972 met emeritaat ging.



Overlijden docent F. Lengkeek

"In 1892 werd van ons gezegd door een prediker in de Geref. Kerk: "de Heere zal er in blazen", nu dit is ook geschied doch op andere wijze, dan men bedoelde, want de Heere blies door den wind des Heiligen Geestes in dit kleine hoopske, zodat het naar alle zijden is uitgebreid. Mochten wij maar steeds blijven bij de zuivere leer onzer vaderen en nooit ons beginsel verloochenen, dan zal de Heere dat staande blijven bekronen met Zijn zegen en nooit laten varen het werk Zijner handen. Al gaan dan ook 's Heeren knechten heen, de Heere blijft. Zulk een heengaan van een dienstknecht des Heeren betreurde ik ook in 1932, toen ik een vriend verloor, die ik 40 jaren gekend had en met wien ik mocht saamwerken aan de opleiding van leraren aan onze school. Op die 17de Januari 1932 toen ik in de Haag West het Woord bediende, verkondigde prof. Lengkeek voor het laatst zijns levens het Evangelie en wel in de stad Groningen. Krank kwam hij thuis, krank gaf hij dinsdag 19 januari zijn laatste college in de school. Toen hij weg ging en op de fiets sprong, zag ik hem na totdat hij uit mijn gezicht was. Bedrukt kwam ik thuis, zeggende: prof. Lengkeek komt niet meer in de school en het was ook zo. Al meer en meer werd de aardse tabernakel afgebroken en 10 Mei werd hij afgelost van zijn post. Zaterdag 14 Mei stond ik met een grote schare op zijn graf, dat op de morgen van de Opstanding weer zal ontsloten worden. De maand Juni was een warme maand en wij hadden 12 Juni een heten dag, toen wij voor het eerst optraden in Veenwouden, waar wij dien dag drie maal voorgingen. Het was de eerste maal, dat wij daar waren, evenals 'n week later in Lutjegast, waar wij in den avond predikten, nadat wij tweemaal in Kornhorn het Evangelie hadden gebracht. Gelukkig was het koeler in Juli toen wij weer synode hadden, ditmaal in Zwolle. Deze synode werd genoemd een rouw synode, omdat in plaats van Prof. Lengkeek een andere hoogleraar door de Theologische School moest benoemd worden. Zoo reisde ik dus Maandag 25 Juli naar Zwolle waar Ds. van der Molen den bidstond leidde. De pastor loci Ds. L. de Bruyne opende de Synode met een voorrede, waarin hij er op wees dat in 1854 een Synode in Zwolle besloot tot stichting der Theol. School te Kampen, dat in 1882 weer Synode gehouden werd, waarin 3 docenten werden benoemd, en nu weer in Zwolle een hoogleraar moest gekozen. Deze verkiezing gaf eerst vele teleurstellingen. Ds. Joh. Jansen van Leiden werd gekozen, maar bedankte. Evenzo Ds. Salomons. Bij derde verkiezing Ds. L.H. van der Meiden, die ook geen vrijmoedigheid had om het ambt te aanvaarden. Tenslotte werd Ds. Geels van Hilversum gekozen, die met volle vrijmoedigheid de benoeming aanvaardde. Hij kon dit doen, omdat hij vóór hij naar Zwolle ging, na veel strijd door God was overreed om de grote taak van Prof. Lengkeek op zich te nemen. Op deze Synode werd Prof. v.d. Schuit benoemd tot hoofdredacteur van "de Wekker", welke taak hij reeds tijdens de ziekte van Prof. L. had verricht. Zoo weet de Koning der kerk de ledige plaatsen weer aan te vullen. Zo vervulde de Heere in 1932 weer wat wijlen Ds. Wessels reeds in 1892 heeft gezongen. Laat het braambos staan in brand, God houdt Zijn Kerk in stand.

Apeldoorn, P.J.M. de Bruin


Ds. J.J. Buskes
Ds. J.J. Buskes

"Vanmorgen ontving ik van bevriende zijde een bundeltje tijdschriften, kerkbladen etc.. Daarin trachten wetenschappelijke mensen op wetenschappelijke gronden aan te tonen, hoe onhoudbaar die z.g. wetenschappelijke conclusies zijn van geleerden om het bijbels verhaal omtrent schepping, enz. in twijfel te trekken. Toen ik er een poosje in gelezen had heb ik het maar aan de kant gelegd; dat alles interesseert mij niet meer. Als oud man leef ik veel meer bij het verleden, dan bij het heden: het gevolg daarvan is, dat mijn preken veel minder dan destijds in Amsterdam, waar [ds.] Buskes nog al wat van onze bestudeerde mensen jonge mensen trok, up-to-date zijn. De kerkenraad moet maar goed voor ogen stellen, dat jongelui van andere kerken in mijn preken geen enkel antwoord op hun wetenschapsvragen krijgen (..) dat misschien de niet ontwikkelde oudjes nog wel wat gesticht kunnen worden." 

 G. Salomons

Berkhoff

In de gemeente van Amsterdam-West waren gemeenteleden die sympathie hadden voor de ideeën van ds. Berkhoff ten aanzien van het duizendjarig rijk (een vorm van het chiliasme). De kerkenraad verwachtte van ds. Salomons hier tegen in te gaan, maar deze besloot dit niet te doen om de zaak niet op scherp te zetten. Door zijn doordachte optreden heeft ds. Salomons veel conflicten in zijn ambtelijke loopbaan kunnen voorkomen. Overigens is het onjuist dat ds. Berkhoff (die ds. Salomons tot zijn persoonlijke vrienden rekende en ook een zeer gewaardeerde plaats had ingenomen binnen het kerkverband) door de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk is afgezet. Wel zijn tegen zijn opvattingen aanklachten ingediend. Op grond hiervan heeft een deputatencommissie een rapport uitgebracht waarin onder andere stond: "dat er geen Schriftuurlijke grond is voor de leer van een lichamelijke opstanding van de gelovigen vóór de algemene opstanding, noch ook voor de regering der heiligen op aarde gedurende duizend jaren, noch ook voor een periode van een aardsgezinde Christocratie, zoals zij leren die een duizendjarige regering van Christus op aarde stellen. De conclusie was, dat het ds. Berkhoff verboden moest worden zijn privé gevoelen met betrekking tot de leer van het duizendjarig rijk en de leer van de tweeërlei opstanding in woord of geschrift te verbreiden als de leer van de Heilige Schrift. Zijn privé-gevoelen mocht hij behouden, maar hij mocht dit gevoelen niet uitdragen. Berkhoff werd dus niet afgezet. Nadat echter de synode de conclusies van het rapport met enkele wijzigingen had aanvaard, stond ds. Berkhoff op en zei: "Mijnheer de Voorzitter, het ogenblik van scheiden is gekomen. Ik moet de Chr. Geref. Kerk het recht ontzeggen, te zeggen, dat zij nog is de zuiverste openbaring van het Lichaam van Christus. Na lang beraad heb ik het besluit genomen, dat ik thans mededeel en dat onwankelbaar vaststaat, dat ik, wanneer de conclusies van het rapport worden aangenomen, op ditzelfde ogenblik de Chr. Geref. Kerk moet verlaten. Mijnheer de Voorzitter, ik verzoek U dus te mogen heengaan en mijn secundus mijn plaats te doen innemen. Hier scheiden onze wegen. Dag Voorzitter, dag Synode, dag Chr. Geref. Kerk. God erbarme zich Uwer." Na het uitspreken van deze woorden verliet ds. Berkhoff de synode. Ds. Berkhoff sloot zich aanvankelijk aan bij de Nederlandse Hervormde Kerk, maar in 935 werd hij alsnog predikant bij de Vrije Evangelische Gemeenten.



Onverklaarbaar bewoond

"Hier in Amsterdam, wellicht ook in uw woonplaats, staan in een nauw steegje, van die oude, bouwvallige woningen. Boven aan de vervallen gevel, heeft het gemeentebestuur een bordje laten aanbrengen. En op dat plankje staat te lezen: "Onbewoonbaar verklaard." Welnu, dat geldt nu ook van uw en mijn hart. De hoge God heeft ons hart, vanwege onze diepen val, onbewoonbaar verklaard. Zeg eens, hebt u dat ook al eens met verlichte ogen op de vermolmde posten van de deur van uw ziel gelezen? Heeft dat u reeds zielensmart gekost, dat u eigenlijk een onbewoonbare woning bent? Heeft u dat al in waarheid voor God als een verloren zondaar op de knieën gebracht? Maar nog iets. Veronderstel, dat iemand toch eens in zulk een onbewoonbaar verklaarde woning ging huizen, zoudt u er u niet over verbazen, dat hij zo iets bestaan durfde? Nu, Christus gaat toch in die onbewoonbaar verklaarde woning; daar heeft Hij zelfs zijn hemelwoning voor verlaten. Och vriend, is er voor uw zielsbesef wel groter wonder denkbaar, dan dat Christus bij u zou komen inwonen, in die onbewoonbaar verklaarde woning? En tenslotte nog dit. Wanneer u op zaterdag of vrijdag de woning van een van uw kennissen binnentreedt, kan 't gebeuren, dat u er de hele zaak overeind vindt staan. 't Is schoonmaakdag moet u weten. En als de huisvrouw u ziet binnenstappen, kijkt ze u veel betekenend aan en zegt: ''t moet eerst rommel wezen, wil 't goed worden." Denk nu eens aan uw eigen leven. Is het daar op geestelijk gebied ook reeds zo gegaan? Heeft er reeds zoiets plaatsgehad, waardoor het bij u "rommel" is geworden? Ik zou dat willen noemen, hoe tegenstrijdig het ook klinke: heilige wanorde! Uzelf kunt niet geloven, dat het op zo'n manier ooit goed met u kan worden, maar ik zeg u....'t moet eerst"rommel" wezen, zal 't goed komen!"


G. Salomons

F. Lengkeek
F. Lengkeek

Benoeming hoogleraar

Slechts vier maanden in Amsterdam kwam er voor ds. Salomons na het overlijden van ds. F. Lengkeek opnieuw een roeping: hij werd als docent aan de theologische School in Apeldoorn benoemd. Deze benoeming sloeg hij echter af.




Buskes

"In Amsterdam gaat het leven altijd door", zo vertelde ds. Salomons later. Hij bedoelde: er is altijd wel iets aan de hand en men komt er met allerlei soorten van mensen en opvattingen in aanraking. Dominee zijn in een grote stad vraagt nogal wat. Ds. Salomons moest zorgen dat zijn preken actueel waren om de jongeren erbij te houden. Zo was daar destijds ds. J.J. Buskes (1899-1980), predikant van de Gereformeerde Kerk in Hersteld Verband van Amsterdam wiens opvattingen de bestudeerde jonge mensen uit de gemeente wel aansprak. Ds. Buskes publiceerde veel en sprak regelmatig voor de radio en soms kon ds. Salomons met datgene wat gesproken of geschreven werd door ds. Buskes geheel instemmen.[*} Zijn bezorgdheid was echter groter. Ds. Buskes stond behoorlijk sympathiek tegenover de opvattingen van Karl Barth welke hij omschreef als "een blaffende waakhond" en stond een combinatie voor tussen het oude gereformeerde geloof en modern maatschappelijke opvattingen. Later sprak Buskes ook voor allerlei tv-programma's was politiek linksgeoriënteerd bij de PvdA.


Wisse

In deze Amsterdamse periode (1932-1939) waren er contacten met Prof. G. Wisse (1873-1957), die toen in Amsterdam-Oost stond. Deze woonde echter niet in Amsterdam, maar reisde per spoor heen en weer. Wisse zei met de hem kenmerkende humor als hij bij ds. Salomons op bezoek kwam: "Hier komt de dominee op artikel 8 bij professor Salomons." Ds. Salomons vond de opmerking van Wisse nogal flauw, maar zo was Wisse. Wisse was in 1920 tot de Christelijke Gereformeerde Kerk overgekomen.


Prof. G. Wisse
Prof. G. Wisse

"In hart en nieren blijf ik van z.g. 'vier en dertig' al kan ik tot op zekere hoogte waardering voor andere kerken opbrengen. En vooral na 1892 werd eerst en allermeest gevraagd naar genadestaat en roeping, dat deden we zelfs bij de overkomst van wijlen ds. G. Wisse."

G. Salomons

Ds. W. F. Laman
Ds. W. F. Laman

[*] Op Goede Vrijdag 1959 verscheen in het vrijzinnig protestantse orgaan "Kerk en Wereld" een artikel onder de titel "Waarom stierf Jezus?" en direct daarop een volgend artikel met de uitspraak: "Ik geloof niet in het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt, want schuld, alle schuld is onoverdraagbaar, zoals ik al evenmin geloven kan, dat Jezus voor ons gestorven is". Het Bijbels-Christelijk belijden omtrent Christus' verzoening en plaatsbekledend lijden noemde prof. Smits een voor hem verouderde en onhoudbaregedachte. Dr. Buskes schreef toen: "Hier wordt het geheim van de Goede Vrijdag op de meest platvloerse wijze verraden". En hij vroeg: "Valt ook dat binnen de ruimte van de Christus belijdende geloofsgemeenschap, die onze Hervormde Kerk wil zijn?"