samenstelling: E. Lodewijk


foto: Synode Christelijke Gereformeerde Kerk 1934. Linksonder zit ds. G. Salomons (met de hand bij het oor). Daarboven is zichtbaar ds. J.A. Riekel (met de hand bij kin). Recht tegenover hem ds. L.H. van der Meiden.


"Ik ben het eens met wat wijlen Ds. De Lind van Wijngaarden [*] ergens schreef: met vele lieve kinderen van God zullen we eenmaal in de hemel gezamenlijk Gods lof verkondigen, maar hier op aarde met ze samen te leven, ook kerkelijk, dat is nu eenmaal vanwege het feit der zonde gewoonweg onmogelijk. "(G. Salomons)

"Wij zijn zo spoedig uit ons evenwicht, we liggen zo gemakkelijk in uitersten, we kunnen maar zo moeilijk in het midden gaan." (G. Salomons)

Ds. [P.] Sneep is bij ons geweest. Hij kwam afscheid nemen van ons en we hebben samen een zeer aangenaam gesprek gehad over de eeuwige dingen in ons persoonlijk leven. Een oud mens wordt wel eens achterdochtig en meent, dat alle mensen hem maar vergeten, omdat hij oud en gebrekkig is, maar dat wantrouwen was verkeerd van mij. Maar wat is er nu eens niet verkeerd van mij? Trouwens, het is een geheilige zaak om ons vertrouwen op geen enkel mens te stellen, maar dan ook tegelijk de Heere volkomen te vertrouwen voor tijd en eeuwigheid. Ik schreef verleden week aan een vriend van mij in Amersfoort, die zijn vrouw heeft verloren, dat ik maar oud roest ben. Als echter de grote Magneet Jezus Christus weer 't verweerde ijzer van mijn hart tot zich trekt, ja dan mopper ik niet, dan ontwaar ik zoveel ruimte om zalig te worden en gemeenschap met de Heere te hebben, dat de hele wereld weer voor mij vergaan is. Vat u dat? Ik hoop van wel. Leert een mens met smart zeggen: nu kunnen alle mensen zalig worden behalve ik, dan zegt hij: nu kunnen alle mensen zalig worden en Gode zij dank ook ik." (G. Salomons)

Betekenis van ds. G. Salomons

In het boekje 'Het volk zonder applaus, de receptie van Karl Barth in hervormd-gereformeerde en christelijk gereformeerde kring' (pag. 91) merkte dr. C.M. (Niels) van Driel op welk een grote betekenis ds. G. Salomons (1890-1975) gehad heeft voor de Christelijke Gereformeerde Kerk in de beginfase van dit kerkverband. Tijdens de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw behoorde hij aldaar tot de meest prominente predikanten. Ook schreef hij tal van artikelen voor het kerkelijk blad De Wekker. Van Driel vond het opmerkelijk en ook onterecht dat de plek van ds. Salomons in de geschiedenisboeken van de Christelijke Gereformeerde Kerken vrijwel was uitgewist. Een verklaring daarvoor is er wel, maar een rechtvaardiging niet. Om deze leemte in te vullen doen wij een poging om het één en ander uit zijn leven en werk samen te vatten. Wie was ds. Gerard Salomons?

"Velen beginnen met te geloven, dat ze kinderen Gods zijn, begonnen ze eens te geloven, dat ze kinderen des duivels zijn, 't zou beter met hen staan voor God en de eeuwigheid. Zien onze afstand van God, onze vervreemding van Hem, ons ontledigd zijn van Hem zal echter gepaard gaan met en gevolgd worden door het toevlucht nemen tot de gerechtigheid van Christus, het meer of minder bewust aannemen van Christus, en al zijn weldaden." (G. Salomons)

"Schriftuurlijk-bevindelijk preken moet van boven geleerd worden, dus door Woord en Geest, en die er maar een weinigje van geleerd hebben, achten zichzelf nog maar broddelaars en sukkelaars. (...) Nou, nou dat hadden we van die oude meegaande man toch niet gedacht. Denkt hij soms, dat hij zo goed preekt? Leg die vraag maar aan Gods troon neer, daar zijn afdoende antwoorden te verkrijgen. Een mens denkt soms dat hij gering van zichzelf denkt, terwijl het louter minderwaardigheidsgevoel is, dat hem beheerst." (G. Salomons)

Geboorte en afkomst

Gerard Salomons werd geboren op 18 april 1890 in Baarn, als zoon van de kruidenier en kleermaker Gerrit Salomons en diens echtgenote Johanna Frederika Köhler.

Het gezin behoorde tot de Gereformeerde Kerken in Nederland, een in die jaren groot toonaangevend kerkverband, in 1892 gesmeed uit 339 afgescheiden gemeenten en 310 doleantiegemeenten onder leiding van dr. A. Kuyper. Salomons groeide op onder de prediking van ds. W. H. Gispen Jr. die in de Gereformeerde Kerk van Baarn stond van 1899 tot 1906. Onder de prediking van ds. W.H. Gispen werd Salomons, naar zijn eigen zeggen, 'getroffen door een pijl van de Heere' waarmee hij wilde uitdrukken, dat hij geestelijk in het hart werd geraakt en tot bekering kwam.

Uiteindelijk kon Salomons het niet meer vinden in de Gereformeerde Kerken en ging hij over naar de Christelijke Gereformeerde Kerk. Dit kleine kerkverband betrof een rest van de oude Christelijke Gereformeerde Kerk, dat in 1869 door vereniging van twee kerkelijke groeperingen was voortgekomen uit de Afscheiding van 1834 (de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerken onder het Kruis). In 1892 verenigde het overgrote deel van de oude Christelijke Gereformeerde Kerk met de Nederduitse Gereformeerde (dolerende) kerken. De doleantie was in 1886 opgekomen uit de Nederlandse Hervormde Kerk onder leiding van dr. A. Kuyper. Doordat de vereniging van 1892 bij velen achteraf niet erg voldeed, bloeide de aanvankelijk zeer kleine Christelijke Gereformeerde Kerk spoedig weer op.

In 1909 werd Gerard Salomons samen met J. Tolsma (1872-1968) en J.A. Riekel (1869-1949) aanvaard aan de Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerk, toen nog in Rijswijk. Deze opleiding bestond sinds 11 september 1894. Sinds 1905 gaf hier ds. P.J.M. de Bruin les en in 1909 werd ds. A. van der Heijden (1865-1927) als tweede docent aangesteld in de plaats van docent F.P.L.C. van Lingen, die zijn arbeid neerlegde wegens zijn hoge leeftijd. Later kwamen er als docent nog bij: ds. H. Janssen (1872-1944) en ds. F. Lengkeek (1871-1932).

foto's: 3 generaties Gispen. Geheel links ds. W. H. Gispen sr. (1832-1909) die jarenlang in De Bazuin ontwikkelingen in kerk en samenleving schreef in de vorm van 'Brieven aan een vriend in Jeruzalem'. In het midden ds. W.H. Gispen jr. predikant in Baarn. Rechts (kleinzoon) hoogleraar W.H. Gispen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Laatstgenoemde werd op 7 augustus 1900 in Baarn geboren en werd in 1925 predikant in Hazerswoude. Tussen 1928 en 1945 was hij predikant van de Gereformeerde Kerk in Delft. Op 1 oktober 1945 werd hij buitengewoon hoogleraar in de theologie en gewoon hoogleraar in de faculteit van de letterkunde en wijsbegeerte voor Bijbelse archeologie, Hebreeuws en Aramees, Assyrisch en Arabisch. Dit was hij tot zijn emeritaat in 1970. Als zodanig heeft hij meegewerkt aan de 'Korte verklaring van de Heilige Schrift' en was ook medewerker aan de Bijbelvertaling 1951 van het Oude Testament in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap.



Salomon wouters Salomons (1716-1778) gehuwd met Hendrina Maasen (1714-1781)



Wouter Salomons (1740-1803) Landbouwer gehuwd met Maria Geurtsen (1746-1792)



Geurt Salomons 1781-1868 Arbeider gehuwd met Jochemina van Binsbergen (1790-1846)

Geurt Salomons 1833-1915 Kleermaker gehuwd met Anna Maria Gerritsen (1834-1867



Kinderen:

1. Geurat Salomons 1859-1940 Predikant in Nederlandse Hervormde Kerk. In 1884 kandidaat geworden in Drenthe, aanvaardde hij 26 April 1885 het predikambt te Willige-Langerak en diende verder de gemeenten Nieuwe Pekela, Wetsinge-Sauwerd en Hengelo (Ov.) 1 Mei 1929 ging hij met emeritaat. Op 81 jarige leeftijd overleed hij in Hengelo (Ov.). Op de dag dat ds. G. Salomons werd begraven waren de Duitsers bezig ons land te veroveren in mei 1940. Men maakte zich ondanks de verschijning van de eerste Duitse militairen nog niet heel ongerust. Spoedig was het land echter in een hevige strijd verwikkeld. Ds. Salomons werd geschetst als ''een herder in zijn hele persoonlijkheid, een eerwaardig man, een deemoedig christen. Afgezant naar geheel zijn hart en wezen van zijn Goede Herder.' Zijn collega ds. J.W. van Kooten dankte voor hetgeen ds. Salomons voor de gemeente gedaan had. Speciaal wees de spreker erop hoe ds. Salomons steeds de gemeente aanspoorde 'de schoone psalmen' te zingen, waarin gewezen wordt op de enige steun, als al het andere wegvalt. Uit: Tubantia Twents Dagblad, dinsdag 14 mei 1940

2.  Gerrit Salomons 1859-1859

3. Gerrit Salomons 1860-1941 Kleermaker en kruidenier gehuwd met Johanna Frederika Köhler

(ouders van Gerard Salomons (1890-1975)

4. Wouter Salomons 1862-1958 Timmerman en aannemer. Hij had een opleiding aan de Arnhemse ambachtsschool. Als architect was hij autodidact. De ontwerpen die hij als architect maakte, zijn van grote waarde geweest voor de ontwikkeling van het stadsbeeld van Amersfoort. In Amersfoort ontwierp hij diverse villa's op de Amersfoortse Berg en winkelpanden in de binnenstad. In 1914 ontwierp hij de uitbreiding van de Gereformeerde Kerk aan de Zuidsingel. In 1887 hadden de gereformeerden een gedeelte van een oude kazerne aan de Zuidsingel, het Arsenaal, aangekocht. Dit gebouw werd direct afgebroken en er werd een klein kerkgebouw met pastorie gesticht. In 1914 werd besloten tot uitbreiding van de kerk, waarvoor Salomons het ontwerp maakte.

5. Nicolaas Salomons 1865-1865



Adam van der Heijden, [was] onder Gods volk in Rotterdam geen onbekende. Met hem en met ds. [P.J.M.] de Bruin, werd een drietal vrienden gevormd, door meer dan aardse banden. Van dat drietal is eerst van der Heijden, nu ook ds. H.A. Minderman heengegaan.

Ds. G.H. Kersten

         


Docenten A. van der Heijden, F. Lengkeek, P.J.M. de Bruin
Docenten A. van der Heijden, F. Lengkeek, P.J.M. de Bruin

Ach, wat verstaat de wereld er van, als een ziel dorst naar God, gelijk het hert schreeuwt naar de wateren? Zij kent het ongeluk van het kind des Heeren niet! Maar - zij kent ook zijn geluk niet! Wat weet zij van de verborgen omgang met God, waarin de Heere de ziel zo liefderijk omhelst! Wat van de vertroosting, die de Heere de ziele biedt, als zij verbroken tot Hem komt?

Docent F. Lengkeek 

's-Gravenhage, 9 juli 1915

Tussen 6 en 9 juli 1915 was het curatorium bijeen en werden de broeders J.A. Riekel, G. Salomons en J. Tolsma geëxamineerd in de vakken van het Theologisch Examen: Natuurlijke Theologie, Inleiding op de Godgeleerdheid, Dogmatiek, Ethiek, Dogma geschiedenis der Gereformeerde Kerken, Homiletiek, Symboliek en Exegese Oude en Nieuwe Testament. Aan dit onderzoek ging vooraf het doen van een korte preek achtereenvolgens over Romeinen 3: 23, 24 "Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is." 1 Korinthe 12: 3b "en niemand kan zeggen, Jezus den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest." 1 Petrus 1: 17b en 18 "Zo wandelt in vreze den tijd uwer inwoning; Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is." Alle broeders werden bevorderd tot kandidaten in de heilige bediening.

"De Koning der Kerk zalve deze broeders met een rijke mate van Zijn Heilige Geest. Hij stelle hen tot een uitgebreide zegen voor de ganse Kerk en verheerlijke Zich in en door hen."

Het curatorium der Theologische School van de Christelijke Gereformeerde Kerk:

P. de Groot, voorzitter

T.A. Bakker, secretaris


23 juli 1915

Beroepen te Bussum-Naarden, onder leiding van onze geachte consulent de Wel Eerw. heer ds. J.J. v.d. Schuit, met bijna algemene stemmen, de Eerw. heer. G. Salomons, candidaat tot de H. dienst te Oosterbeek.

Namens de Kerkenraad, C. Sterk, scriba


Christelijke Gereformeerde Kerk Bussum
Christelijke Gereformeerde Kerk Bussum

Bussum

Na zijn studie nam kandidaat Salomons het beroep van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Bussum aan. Nadat hij op 28 oktober 1915 met Daatje Driessen, (geboren op 14 april 1891 in Utrecht - een zus van ds. D. Driessen (1879-1961) - in het huwelijk was getreden, werd hij enkele dagen daarna, op 31 oktober 1915 door docent A. Van der Heijden als predikant bevestigd in Bussum met een preek uit 1 Korinthe 3: 9a: "Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw, zijt gij." Ds. Salomons preekte bij zijn intrede over de tekst Lukas 8 : 5a. "Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien."


De gemeente van Bussum werd op 24 oktober 1902 als preekplaats gesticht vanuit Amsterdam. Op 14 november 1904 werd een officiële gemeente geïnstitueerd. Er waren toen twee ouderlingen en twee diakenen. Aan de Nieuwe Englaan werd een kerkgebouw gerealiseerd. Tussen 1908 en 1914 werd de gemeente gediend door ds. M. Schouten (1863-1917). In 1915 kwam ds. Salomons. Tijdens het verblijf van ds. Salomons nam het ledental aanzienlijk toe.

Niet de geschiedenis van de verloren zoon in een filmopname hebben we nodig, maar wel die geschiedenis herhaald en geschreven in ons hart. Mochten we, bij aanvang of voortgang, maar veel wederkeren uit dat verre land, naar Gods Vaderhart heen. 

Ds. G. Salomons

1915-1916

Bij het einde van 1915 wensen wij evenals andere jaren een ogenblik stil te staan en het voorbij gevlogen jaar nog even in herinnering te brengen. Wat al herinneringen gaan dan aan onze geest voorbij, aangename en onaangename, blijde en droevige, en in menig huisgezin wordt een traan uit de ogen weggepinkt bij de gedachte aan geliefde betrekkingen, die door de dood werden weggenomen. Ook in kerkelijk opzicht zijn er dit jaar weer droeve herinneringen. Dordrechts gemeente verloor op zondag 14 november haar geliefde leraar ds. M. den Boer en op 8 December haar beminde ouderling P. van Herwijnen. Op 1 juni ging de emeritus-predikant H. M. van der Vegt de eeuwige rust in. Reeds het eerste nummer van "De Wekker" in 1915 berichtte het heengaan van ouderling L. L. de Boer van Urk, die nog vóór de jaarwisseling werd weggenomen. Op 17 januari moest Maarssen Jacobus Lith als ambtsdrager missen, terwijl ook in die zelfde maand Evert Bakker, diaken te IJmuiden werd weggenomen, 's Gravendeel berichtte het ontslapen van de oud-ouderling Willem Baars op 29 januari. Op 11 maart stierf in Ulrums gemeente de ambtsdrager J. Boonstra, op 14 maart nam de Heere de ouderling H. Pannekoek te Deventer tot Zich en drie dagen later ontsliep ouderling A. Visser te 's Gravendeel. Een half jaar lang werd de kerk nu gespaard in haar ambtsdragers, maar 7 september kwam de droeve tijding uit Utrecht's gemeente, dat haar ouderling M. J. van den Ende was opgeroepen. Vervolgens werden nog de oud ouderlingen B. L. Bijleveld te Leeuwarden op 15 Juni en P. Kroon te Den Helder op 12 September uit de strijdende kerk weggenomen. De laatste maand des jaars bracht, gelijk wij hierboven reeds mededeelden, het doodsbericht van br. P. van Herwijnen te Dordrecht. De sterflijst is dit jaar, wat de ambtsdragers betreft, heel wat groter dan een vorig jaar. Ook toen werd geen enkel dienstdoend predikant door de dood ons ontnomen. Doch ook hier past ons Gode te zwijgen. Ook blijde berichten lazen wij in "de Wekker", Drie broeders verkregen de begeerte van hun hart en werden in de kerk beroepbaar gesteld. Op 31 oktober zag Veenendaal in ds. J. A. Riekel en Bussum-Naarden in ds. G. Salomons de belofte vervuld: "Uwe oogen zullen uwe leraars zien" en op 14 November viel de gemeente te Aalten in Ds. J. Tolsma dat voorrecht ten deel. De Theol. School zag het met drie verminderd getal studenten weder met drie novitii aangevuld. En nu gaan wij het jaar 1916 tegemoet. Wat het brengen zal, weten wij niet, doch dit weten wij, dat degenen die God vrezen, alle dingen ten goede mede werken. Die genade des Heeren, zo onmisbaar voor tijd en eeuwigheid, wensen wij al onzen lezers van harte toe bij de wisseling des jaars.

Ds. P.J.M. de Bruin


Christelijke Gereformeerde Kerk Amersfoort
Christelijke Gereformeerde Kerk Amersfoort

Ds. Salomons als jong predikant

Naar verluidt was ds. Salomons als predikant in zijn jonge jaren niet altijd de gemakkelijkste. Een oud-gemeentelid die ds. Salomons uit deze periode nog kon herinneren schreef na diens overlijden aan de kerkenraad van Delft het volgende: (...) "Neen, wijlen ds. Salomons kan ik nimmer vergeten, maar ik spreek dus van de tijd dat hij nog jong christelijk-gereformeerd predikant was. Hij was toen geen man van een gemakkelijk karakter (wat ik er zo nog van weet), maar zijn prediking was lieflijk, duidelijk en klaar, uitnodigend, onderwijzend, vertroostend, wat ik als jongeman heb ondervonden. Een kind van God en een knecht des Heeren ook, dat is duidelijk."

Salomons was theologisch uitstekend onderlegd. Regelmatig verschenen er voor de Tweede Wereldoorlog publicaties van hem in De Wekker over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Ook buiten het kerkverband was hij actief voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Ds. J.H. Velema kon zich ds. Salomons nog goed herinneren: "Hij was een begaafd prediker; grondige exegese en bevindelijke toepassing." Hij behoorde zonder meer tot de best onderlegde predikanten, die in de kerkelijke pers menige serie over een actuele stroming, sekte of theologie schreef. In 1924 werd ds. Salomons door de Algemene Vergadering van de Staatkundig Gereformeerde Partij benoemd tot lid van een commissie, die een publicatie moest voorbereiden over de betekenis van artikel 36 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, naast ds. G.H. Kersten, ds. P. Zandt en ds. W. Den Hengst. Een verkiezing voor het hoofdbestuur van de SGP nam Salomons niet aan.


's-Gravenzande

In 1929 nam ds. Salomons een beroep naar 's-Gravenzande aan. Hij werd hier bevestigd door zijn zwager ds. D. Driessen van Amsterdam-Oost met een preek uit Lukas 20: 11a "En wederom zond hij nog een andere dienstknecht."

Ds. Driessen bepaalde de gemeente bij:

1. De goedheid van den wijngaardenier

2. Het geluk der landlieden

3. De gelegenheid voor den dienaar des Woords

's avonds deed ds. Salomons intrede naar aanleiding van Johannes 3: 29 30. "Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. Hij moet wassen, maar ik minder worden."

Hij bepaalde de gemeente bij:

1e de belijdenis omtrent de bruid

2e. de arbeid voor de bruid

3e. de blijdschap over de bruid

4e. de zelfverloochening ten behoeve van de bruid


Amersfoort

In 1923 nam ds. Salomons een beroep aan naar Amersfoort. Een kleine groep zette in 1893 de gemeente uit 1837 voort, nadat het merendeel zich verenigd had met de doleantiegemeenten rond dr. A. Kuyper. De gemeente was klein. In 1894 namen 12 manslidmaten deel aan de ledenvergadering. In 1915 zijn het er nog niet veel meer. In 1916 kreeg de gemeente in ds. L.H. Beekamp (1872-1960)  een eerste predikant. Het verblijf van ds. Salomons (1923-1929) zorgde ook in Amersfoort voor een forse uitbreiding van de gemeente. Bij zijn vertrek waren er 350 leden.

Als predikant in Amersfoort was ds. Salomons betrokken bij de oprichting van een gemeente in Soest. De eerste diensten in Soest werden gehouden in een koeienstal. Doordeweeks werd een gastpredikant uitgenodigd. Deze gemeente had in de eerste periode van haar bestaan nogal te kampen met financiële problemen. De collecten bleken dikwijls niet toereikend. Genoeg reden dat de kerkenraad besluit: bij voorkeur dominees uit te nodigen die het volk trekken, "dat zijn dominees die de zuivere en bevindelijke waarheid brengen zoals ds. Salomons, Bijleveld, De Boer, Van Ree, Van der Meiden en Van Brummen."


Ds. W. Bijleveld
Ds. W. Bijleveld

Op 1 Mei 1923 werd door de Classis Utrecht aan de kerkenraad van Veenendaal mandaat verleend om in Ede een gemeente te stichten, waarbij ds. Salomons namens de Classis tegenwoordig was. Op Maandag 13 Augustus 1928 ging ds. P. J. de Bruin van Veenendaal voor in een dienst waarna de verkiezing plaats vond van 2 ouderlingen en 1 diaken. Ds. de Bruin eindigde vervolgens met dankzegging, waarbij hij tevens Ds. Salomons met gebed tot zijn dienstwerk inleidde. Ds. Salomons bediende hierna het Woord naar aanleiding van Handelingen 9:11 het laatste gedeelte, n.l. deze woorden: "Want ziet, hij bidt." Na deze onderwijzende, nodigende en vertroostende prediking, had door ds. de Bruin de bevestiging plaats van de gekozen ambtsbroeders. Na beëindiging hiervan dankte de eerstgekozen ouderling ds. de Bruin als herder en Leraar van de moedergemeente Veenendaal en ds. Salomons als afgevaardigde van de Classis Utrecht


Christelijke Gereformeerde Kerk 's-Gravenzande
Christelijke Gereformeerde Kerk 's-Gravenzande

"Van Maassluis naar 's-Gravenzand is een korte afstand. In die zelfde tijd (1916) was er ook te 's-Gravenzande kerkelijke beweging ontstaan. Een militair uit Alphen aan den Rijn, die gemobiliseerd was in het Westland werd het middel, dat aldaar enige broeders en zusters samen kwamen, om de Christelijke Gereformeerde kerk te doen herleven en werd ik uitgenodigd voor het eerst in 's Gravenzande op te treden op vrijdagavond 4 Februari 1916. Toen de herfst aanbrak werd dit optreden in de week herhaald met dien gevolge, dat de classis 's Gravenhage aldaar een gemeente stichtte in het najaar. Men vergaderde in het veilingslokaal, een ruim lokaal, dat echter in de winter nog al koud was. Toen ik er 21 Januari 1917 's-morgens het Heilig Avondmaal bediende moest ik vanwege de grote koude de dienst bekorten. Een lid der gemeente verzekerde mij na afloop van de dienst, dat zij tot in haar nieren koud was. Die winter werd de koude al bijzonder gevoeld, omdat de brandstof gedistribueerd was en schaars."

P.J.M. de Bruin

Maandag 16 Mei 1932 nam ds. Salomons afscheid van 's-Gravenzande met een preek over Mattheus 28: 20 en sprak over 'de belofte van de scheidende Heiland.'


Christelijke Gereformeerde Kerk Amsterdam-West aan de Lauriergracht
Christelijke Gereformeerde Kerk Amsterdam-West aan de Lauriergracht

Veluwse brieven

20 februari 1931

Waarde Broeder!

In het vorig nummer hebt U een advertentie kunnen lezen van de kerkenraad onzer gemeente Amsterdam-West, meldende het overlijden van Abraham Sybrand Sluyter, in leven een bekende figuur in onze kerkelijke wereld. Bekend was hij, niet om zijn op de voorgrond treden; dat deed hij nimmer. Als er iemand geweest is, die de deugd der bescheidenheid sierde, dan was hij het. Nooit liet hij zich ook maar in het minste voorstaan op zijn ervaring en kennis; de ander uitnemender te achten dan zichzelf was bij hem geen theorie maar praktijk. Toch had hij een vooraanstaande plaats in de kerk. Reeds in de Christelijke Gereformeerde Kerk vóór 1892 stond hij in het ambt, en na zijn uittreden uit de zich noemende Gereformeerde Kerken was hij ook als terstond de aangewezen man voor het diaken- en ouderlingen ambt, dat hij zo lang zijn krachten het toelieten heeft bekleed. Toen deze hem begaven wegens hoge ouderdom, moest hij de arbeid in de gemeente laten varen, hetgeen niet dan met smart geschiedde. Nu is hij als oud-ouderling der Amsterdamse gemeente in de hoge leeftijd van 91 jaren overleden. Nog onverwacht is het altijd broze lichaam gesloopt. Wat ten grave gedragen werd, j.l. vrijdag, was niet veel. Dienende is hij uitgeteerd; de wormen hebben niet veel aan hem. Maar daartegenover staat, dat wat voor God verschenen is, wel veel is, want het was een ziel, gereinigd en geheiligd door de Geest en het bloed van Jezus Christus; een ziel, die het verstond zich als dagelijks te wassen in het alreinigende bloed van het Lam Gods! Dat maakt de ziel groot en waardig in de ogen Gods. Wat moet het hem te moede geweest zijn, toen hij werd overgeplaatst uit de strijdende in de triumferende kerk! Mij dunkt, ik hoor hem zeggen: "'t Is te groot voor mij! " Kleine gedachten had hij over zichzelf, maar grote over God en de Heere Jezus Christus! Zeer dikwijls stond hij van verre; hij had een groot krediet voor de Heere, al durfde hij menigmaal voor zichzelf er geen gebruik van maken. Maar, wat nood? Als de Heere Zijn kinderen klein houdt, dan blijven het toch Zijn kinderen? In vrede mocht hij ingaan in de vreugde zijns Heeren! Jaren lang hebben wij hem gekend en gadegeslagen; met hem hebben wij gezeten in hetzelfde kerkenraadscollege, met hem verschillende hogere vergaderingen bijgewoond, en hem altijd dezelfde bevonden. Een echte Johannes-natuur, vol liefde en toch vol lijn; toegevend waar het niet gold de ere zijns Heeren, vaststaande waar deze het vraagde; in alle opzichten trouw aan belijdenis en kerk. Of hem geen gebreken ontsierden? Waarom dit te vragen? Hij was toch een mens, een mens van gelijke beweging als wij allen? Hij had zelfs de gebreken van zijn deugden! Maar waar zijn die gebreken? Ze zijn heen; laat ons met dankbaarheid erkennen, én wat de Heere voor hem geweest is, én wat de Heere in hem jarenlang Zijn Kerk geschonken heeft. De gedachtenis van deze rechtvaardige, die zo beleefde "zichzelven arm, de armen rijk" te zijn, zal onder ons in zegening blijven! Er sterven zo elken winter vooral vele ouden van dagen. Mogen onze ouden het oog gericht houden op de Heere en Zijn genade in Christus Jezus! Er sterven echter ook zovele jongeren! Ook voor hen is er geen andere weg des behouds dan het leven in Christus! Mogen zij het niet vergeten! De dood gaat weer rond en klopt aan menige woning en menig hart, nu de griepziekte zovelen ontrukt aan de arbeid en ook wel aan het leven. Geven wij acht op de roepstem des Heeren, opdat, hetzij wij jong of oud zijn, ons de dood niet onverziens overvalle, maar ons bereid vinden, om door genade gezaligd te worden! Daartoe zende dé Heere ons Zijn Geest!

Met vr. br. gr.
t.t.

F. Lengkeek

Ds. A.M. Berkhoff
Ds. A.M. Berkhoff
Ds. J.J. Buskes
Ds. J.J. Buskes

Amsterdam-West

"Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht nº 37," aldus de eerste zin uit het boek Max Havelaar van Multatuli. Aan de Lauriergracht bevond zich ook het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Amsterdam-West. Op dinsdag 24 mei 1932 vond in dit kerkgebouw de bevestiging van ds. Salomons plaats door ds. A. M. Berkhoff (1885-1944) van Sneek. Ds. Berkhoff preekte bij deze gelegenheid naar aanleiding van Lucas 12:3 "Daarom, al wat gij in de duisternis gezegd hebt, zal in het licht gehoord worden; en wat gij in het oor gesproken hebt, in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden" en stond stil bij de volgende gedachten:

De Evangelieprediking:

1ste haar verborgen karakter

2de haar openbaar resultaat


Na afloop van zijn preek sprak ds. Berkhoff ds. Salomons hartelijk toe en wees hem uit eigen ervaring op de vele desillusies, die het dominee-zijn in een grote stad met zich mee brengt, maar ook dat de Heere zo dikwijls op wonderlijke wijze achteraf Zijn bedoelingen liet zien. Hij zal zwakheid tot sterkte maken, en vooral in het verborgene van de binnenkamer zegen geven aan de ware dienaar des Woords. De gemeente zong hierna haar nieuwe predikant staande Psalm 20 toe.


Intrede deed ds. Salomons donderdag 26 Mei 1932 in een eveneens geheel gevulde kerk met een preek over Handelingen 8 vers 35: "En Philippus deed zijn mond open en beginnende van die Schrift verkondigde hem Jezus".

Na de preek volgden de gebruikelijke toespraken. Ouderling Kloppenburg sprak ds. Salomons toe namens kerkenraad en gemeente en liet hem toezingen Ps. 102, het laatste vers: "Uwer knechten trouwe zonen zullen altoos bij U wonen." Verder voerden het woord ds. D. Driessen, namens Amsterdam-Oost en -Noord; ds. J. L. de Vries, als consulent; ds. W. Bijleveld, namens de Classis; een van de kerkenraadsleden van 's Gravenzande en de bevestiger ds. A. M. Berkhoff.


"In 1892 werd van ons gezegd door een prediker in de Geref. Kerk: "de Heere zal er in blazen", nu dit is ook geschied doch op andere wijze, dan men bedoelde, want de Heere blies door den wind des Heiligen Geestes in dit kleine hoopske, zodat het naar alle zijden is uitgebreid. Mochten wij maar steeds blijven bij de zuivere leer onzer vaderen en nooit ons beginsel verloochenen, dan zal de Heere dat staande blijven bekronen met Zijn zegen en nooit laten varen het werk Zijner handen. Al gaan dan ook 's Heeren knechten heen, de Heere blijft. Zulk een heengaan van een dienstknecht des Heeren betreurde ik ook in 1932, toen ik een vriend verloor, die ik 40 jaren gekend had en met wien ik mocht saamwerken aan de opleiding van leraren aan onze school. Op die 17de Januari 1932 toen ik in den Haag West het Woord bediende, verkondigde prof. Lengkeek voor het laatst zijns levens het Evangelie en wel in de stad Groningen. Krank kwam hij thuis, krank gaf hij Dinsdag 19 Januari zijn laatste college in de school. Toen hij weg ging en op de fiets sprong, zag ik hem na totdat hij uit mijn gezicht was. Bedrukt kwam ik thuis, zeggende: prof. Lengkeek komt niet meer in de school en het was ook zo. Al meer en meer werd de aardse tabernakel afgebroken en 10 Mei werd hij afgelost van zijn post. Zaterdag 14 Mei stond ik met een grote schare op zijn graf, dat op den morgen der Opstanding weer zal ontsloten worden. De maand Juni was een warme maand en wij hadden 12 Juni een heten dag, toen wij voor het eerst optraden in Veenwouden, waar wij dien dag drie maal voorgingen. Het was de eerste maal, dat wij daar waren, evenals 'n week later in Lutjegast, waar wij in den avond predikten, nadat wij tweemaal in Kornhorn het Evangelie hadden gebracht. Gelukkig was het koeler in Juli toen wij weer synode hadden, ditmaal in Zwolle. Deze synode werd genoemd een rouw synode, omdat in plaats van Prof. Lengkeek een andere hoogleraar door de Theologische School moest benoemd worden. Zoo reisde ik dus Maandag 25 Juli naar Zwolle waar Ds. van der Molen den bidstond leidde. De pastor loci Ds. L. de Bruyne opende de Synode met een voorrede, waarin hij er op wees dat in 1854 een Synode in Zwolle besloot tot stichting der Theol. School te Kampen, dat in 1882 weer Synode gehouden werd, waarin 3 docenten werden benoemd, en nu weer in Zwolle een hoogleraar moest gekozen. Deze verkiezing gaf eerst vele teleurstellingen. Ds. Joh. Jansen van Leiden werd gekozen, maar bedankte. Evenzo Ds. Salomons. Bij derde verkiezing Ds. L.H. van derMeiden, die ook geen vrijmoedigheid had om het ambt te aanvaarden.Tenslotte werd Ds. Geels van Hilversum gekozen, die met volle vrijmoedigheid de benoeming aanvaardde. Hij kon dit doen, omdat hij vóór hij naar Zwolle ging, na veel strijd door God was overreed om de grote taak van Prof. Lengkeek op zich te nemen. Op deze Synode werd Prof. v.d. Schuit benoemd tot hoofdredacteur van "de Wekker", welke taak hij reeds tijdens de ziekte van Prof. L. had verricht. Zoo weet de Koning der kerk de ledige plaatsen weer aan te vullen. Zo vervulde de Heere in 1932 weer wat wijlen Ds. Wessels reeds in 1892 heeft gezongen. Laat het braambos staan in brand, God houdt Zijn Kerk in stand.

Apeldoorn, P.J.M. de Bruin



Benoeming hoogleraar

Slechts vier maanden in Amsterdam kwam er voor ds. Salomons na het overlijden van ds. F. Lengkeek opnieuw een roeping: hij werd als docent aan de theologische School in Apeldoorn benoemd. Deze benoeming sloeg hij echter af.




Buskes

"In Amsterdam gaat het leven altijd door", zo vertelde ds. Salomons later. Hij bedoelde: er is altijd wel iets aan de hand en men komt er met allerlei soorten van mensen en opvattingen in aanraking. Dominee zijn in een grote stad vraagt nogal wat. Ds. Salomons moest zorgen dat zijn preken actueel waren om de jongeren erbij te houden. Zo was daar destijds ds. J.J. Buskes (1899-1980), predikant van de Gereformeerde Kerk in Hersteld Verband van Amsterdam wiens opvattingen de bestudeerde jonge mensen uit de gemeente wel aansprak. Ds. Buskes publiceerde veel en sprak regelmatig voor de radio en soms kon ds. Salomons met datgene wat gesproken of geschreven werd door ds. Buskes geheel instemmen. Zijn bezorgdheid was echter groter. Ds. Buskes stond behoorlijk sympathiek tegenover de opvattingen van Karl Barth welke hij omschreef als "een blaffende waakhond" en stond een combinatie voor tussen het oude gereformeerde geloof en modern maatschappelijke opvattingen. Later sprak Buskes ook voor allerlei tv-programma's was politiek linksgeoriënteerd bij de PvdA.

"Vanmorgen ontving ik van bevriende zijde een bundeltje tijdschriften, kerkbladen etc.. Daarin trachten wetenschappelijke mensen op wetenschappelijke gronden aan te tonen, hoe onhoudbaar die z.g. wetenschappelijke conclusies zijn van geleerden om het bijbels verhaal omtrent schepping, enz. in twijfel te trekken. Toen ik er een poosje in gelezen had heb ik het maar aan de kant gelegd; dat alles interesseert mij niet meer. Als oud man leef ik veelmeer bij het verleden, dan bij het heden: het gevolg daarvan is, dat mijn preken veel minder dan destijds in Amsterdam, waar [ds.] Buskes nog al wat van onze bestudeerde mensen jonge mensen trok, up-to-date zijn. De kerkenraad moet maar goed voor ogen stellen, dat jongelui van andere kerken in mijn preken geen enkel antwoord op hun wetenschapsvragen krijgen (..) dat misschien de niet ontwikkelde oudjes nog wel wat gesticht kunnen worden." (G. Salomons)

Prof. G. Wisse
Prof. G. Wisse

Wisse

In deze Amsterdamse periode (1932-1939) waren er contacten met Prof. G. Wisse (1873-1957), die toen in Amsterdam-Oost stond. Deze woonde echter niet in Amsterdam, maar reisde per spoor heen en weer. Wisse zei met de hem kenmerkende humor als hij bij ds. Salomons op bezoek kwam: "Hier komt de dominee op artikel 8 bij professor Salomons." Ds. Salomons vond de opmerking van Wisse nogal flauw, maar zo was Wisse. Wisse was in 1920 tot de Christelijke Gereformeerde Kerk overgekomen.


"In hart en nieren blijf ik van z.g. 'vier en dertig' al kan ik tot op zekere hoogte waardering voor andere kerken opbrengen. En vooral na 1892 werd eerst en allermeest gevraagd naar genadestaat en roeping, dat deden we zelfs bij de overkomst van wijlen ds. G. Wisse." (G. Salomons)

De zin van het leven

Over een veelheid aan onderwerpen heeft ds. Salomons geschreven. In jaarboekje van 1936 schreef hij over 'de zin van het leven.' "Ons hart is onrustig in ons, totdat het ruste in U, o God!" (Augustinus) De gevallen mens, afgesneden van de oorsprong des levens, dolend buiten de gemeenschap met God, heeft nu eenmaal een driekanthart, dat met deze ronde wereld nimmer te vervullen is. Geef de mens, zoals nu, al de schatten van de cultuur en de beschaving, dan nog, ja des te meer, gevoelt hij zich arm, leeg, ongelukkig; hunkerend naar hetgeen hij derft. Dat was zo, dat is zo en dat blijft zo tot aan het einde der wereld. (...) Er rijst voor de mens, die de achtergrond van zijn leven, d.i. God, en wel God in Christus, niet kent grote twijfel aan de zin van het leven. (...) De mens, die met God gebroken heeft, heeft geen inzicht meer in de zinvolle samenhang van eigen leven, omdat hij God niet erkent als laatste grond des levens en als doel des levens. (...) Als de zin van het leven het leven zelf is, en er geen hogere diepere bedoelingen met het leven bestaan, welnu, dan kan de moderne wereld-mens tevreden zijn. Maar zijn twijfel vraag: 'Is er wel een zin van het leven?', zijn levensangst, verraden, dat de mens meer is dan vlees en bloed, dat hij ook nog geest is, dat hij oorspronkelijk van hoge komaf, van Gods geslacht is, dat hij een oneindige bestemming heeft." (...) 'Kom en zie!' (Filippus tot Nathaniël) deze nodiging houdt in... de mens aan te tonen zijn grote nood buiten Jezus, hem te prediken het waarachtig geluk in Jezus. (...) Het enige wat de mens, die de zin van het leven niet meer kent, redden kan is radicale, principiële levensvernieuwing. Geen zedelijke verbeteringen, geen godsdienstige stemmingen, ook geen zielswringingen, noch humanistische, dus louter menselijke strevingen, maar waarachtige bekering tot God is het medicamentum probatum."

Oude schrijvers

Naar aanleiding van een onderzoek dat ds. Salomons deed naar hetgeen gelezen werd door de wat oudere jeugd schreef hij het volgende: "Leest men onder ons weinig geschiedenis, nog veel minder worden de z.g. oude schrijvers gelezen. Ik bedoel met oude schrijvers de stichtelijke natuur en meer dogmatisch getinte werken van mannen als Comrie, Boston, Erskine, Marshal, Owen, Lampe, enz., enz., te veel om op te noemen. Er zijn maar enkele lijsten, waarop namen als Bunyan, Boston, Huntungton e a. voorkwamen. Het blijkt èn uit de lijsten èn uit mondeling onderhoud, dat onze jonge mensen de z. g. n. oude schrijvers niet kennen, en daarom wellicht niet beminnen! Wat moet men van zo iets nu denken? Directweg veroordeelen? Zo maar zeggen: dat komt, omdat de jongere generatie zo licht, zo oppervlakkig, zo geestelijk dood is? Dat is natuurlijk de gemakkelijkste weg, om uit enkele gegevens maar één conclusie te trekken, maar of die conclusie daarom wel de juiste is? Laat ik beginnen met te zeggen, dat het lezen van oude schrijvers altijd niet datgene oplevert, wat u er van verwacht. Velen dwepen met de oude schrijvers, alhoewel ik mij afvraag: Kennen zij ze wel, lezen zij ze wel waarlijk? Men roemt ze, omdat anderen ze roemen. Men prijst ze, omdat het degelijk, zwaar op de hand schijnt. Ook ontmoet ik wel eens door en door lijdelijke christenen, die de werken van Owen en Erskine roemen, alhoewel de auteurs zich in hun werken op alle mogelijke manier tegen lijdelijkheid verzetten. Werken van Lampe en Teelinck bieden eigenlijk veel meer aan dergelijke eenzijdige christenen. Velen lezen de oude schrijvers door hun eigen bril, en leggen bedoelingen in hun gezegden, die van de lezers, maar niet van de schrijvers zijn. Vooral hier in de omtrek ontmoet ik nog al eens van die mensen. Uit preken van Groenewegen lezen ze, dat thans de z.g.n. bediening des Geestes is opgehouden; uit de werken van Brakel, dat alle verenigingsleven uit den boze is; uit de werken van Love, dat er geen kerk meer is. Hoe ter wereld is het mogelijk, dergelijks nonsens uit bovengenoemde schrijvers te distilleren? Onze jongelui komen met dergelijke knoeiers in aanraking, horen de oude schrijvers aanhalen, en .....halen de schouders op! Geen wonder, dat men smalend spreekt over hetgeen mannen als Comrie en Brakel eens schreven. In zoverre is onze jonge-mensen niets te wijten.
Het is echter wat anders, wanneer men bovengenoemde werken gelezen heeft en dan verachtelijk er over spreekt. Dat verraad m.i. toch
een tekort aan geestelijke diep gang. Zulke mensen ontmoet ik ook! Ze hebben alle oude schrijvers op de rommelzolder geborgen. Ik vrees, dat dezulken de zware kon niet verdragen kunnen; ze hebben liever vervalste melk, melk met wat water er bij. "Maar, domine," zo hoor ik iemand zeggen, "het lezen van ellenlange verhandelingen en geestelijke verklaringen vergt toch al te veel van onze gejaagde en nooit tijd hebbende mensen." Dat geef ik toe. Met name onze vaders, levend ten tijde van de trekschuit, vergen ontzaglijk veel van uw geduld. En als u de preken van Erskine voor u neemt, waarvan sommige over de honderd bladzijden tellen, ja, hoor, dan wordt ge wel eens even kriebelig en zucht bij 't voorlezen: "nog al meer." De eigenlijke Schriftverklaring is bij sommige schrijvers o zo pover, de z.g.n. toepasselijke uitwijding verbazend breed. Dat is een wezenlijk gebrek bij velen der ouden. Daar staat echter tegenover, dat het z.g. bevindelijk element echte kost is voor een mens, die door genade geleerd heeft, dat de lijdzaamheid bevinding werkt. Over Gods ontmoetingen, over geloofsonderhandelingen en -oefeningen schrijven onze tegenwoordige schrijvers maar al te weinig. Het z.g.n. standelijk leven der gelovigen met zijn eb en vloed, met zijn trappen schakeringen, verschijningsvormen, zie... dat wordt tegenwoordig niet meer beschreven Trouwens, daaraan schijnen de meeste christelijke lezers, ook uit onze kringen, niet de minste behoefte te hebben.
Dat blijkt ook wel uit de gesprekken. Als het gaat over allerlei beuzelachtige dingen, desnoods over politiek en kerkelijke dingen, ja, dan komt men nog even in actie, maar.... spreek eens over het zalige en zoete omgangsleven met God! Opeens staat de wagen stil, 't gesprek verstomt, en men ziet u aan, alsof ge een mens uit de vorige eeuw bent. Is het wonder, dat zulke kringen de oude schrijvers niet kennen en ze maar 't liefst niet willen kennen daarbij? Nog eens, het gaat niet aan, ons maar avond aan avond over die zware folianten gebogen te zitten. Daar hebben onze jonge mensen geen tijd voor. De voorbereiding voor de komende levenstaal eist al zo ontzaglijk veel. (...) Vergeet echter niet, dat vele stichtelijke werken reeds uit een oudere druk in de tegenwoordige spelling zijn overgezet: dat er toch ook kleinere geschriften zijn, die u in een avond of wat gemakkelijk kunt uitlezen. Werkjes van Gray, van Boston, van Binning, van Bunyan, enz. enz. zijn er toch ook. Ze lezen prettig en geven u iets kostelijks voor de ziel. (...) Als iemand geen trek heeft in de oude schrijvers, moet u ze nooit aan hem opdringen; laat hem de nieuwere schrijvers, mits ze niet schadelijk voor de ziel zijn gerust lezen. Alleen maar... stelt hem wel in de gelegenheid om de ouderen te lezen; laat uw verenigingsbibliotheek ze toch vooral niet opdoeken: als u jeugdleider bent, leg een keur voor ze aan, onder de oude schrijvers en spreek met de jonge mensen over 't nut, dat u ziet in die boeken. Toon ze aan, waarom en in welke zin de oude wijn boven de nieuwe te verkiezen is. Er mocht in onze kringen wel wat meer liefde gekweekt worden voor het boek der ouden."



"Had God nu toch naast het bekende doopbevel een bevel gegeven: ..doop de kinderen!" Dan had de kerk met alle recht verwonderd kunnen vragen: "waarvoor is dat bevel nodig, dat hebben we al in het bevel der besnijdenis aan Abraham gegeven". Of, zo zou de twijfel kunnen rijzen: "hebben we soms een heel andersoortig verbond gekregen, is dit verbond niet meer het verbond eens opgericht met Abraham en zijn zaad?" Zulk een speciale kinderdoop tekst, in bevel vervat, zou juist aanleiding hebben gegeven tot allerlei misvatting van des Heeren verbondsbediening. Nu is er vanwege onze kortzichtigheid en zonde al reeds misvatting genoeg, de Heere behoeft ons daar toch geen handje mee te helpen. Zijn niet spreken in aparte over de kinderdoop is juist zijn goedertierenheid, zijn opvoedkundige wijsheid om ons voor misvatting te bewaren. Een afzonderlijk kinderdoop-bevel, zou bij enig doordenken juist de pijlers des Verbonds voor ons kunnen wegnemen, ons van de vastigheid van Gods eeuwig genadeverbond beroven." (G. Salomons)

De mens, die met God gebroken heeft, heeft geen inzicht meer in de zinvolle samenhang van eigen leven, omdat hij God niet erkent als laatste grond des levens en als doel des levens.

Uit preken van Groenewegen lezen ze, dat thans de z.g.n. bediening des Geestes is opgehouden; uit de werken van Brakel, dat alle verenigingsleven uit den boze is; uit de werken van Love, dat er geen kerk meer is. Hoe ter wereld is het mogelijk, dergelijks nonsens uit bovengenoemde schrijvers te distilleren? Onze jongelui komen met dergelijke knoeiers in aanraking, horen de oude schrijvers aanhalen, en .... halen de schouders op! Geen wonder, dat men smalend spreekt over hetgeen mannen als Comrie en Brakel eens schreven. In zoverre is onze jonge-mensen niets te wijten.
Het is echter wat anders, wanneer men bovengenoemde werken gelezen heeft en dan verachtelijk er over spreekt. Dat verraad m.i. toch een tekort aan geestelijke diep gang. Zulke mensen ontmoet ik ook! Ze hebben alle oude schrijvers op de rommelzolder geborgen. Ik vrees, dat dezulken de zware kon niet verdragen kunnen; ze hebben liever vervalste melk, melk met wat water er bij.

"O, ja onze kinderen worden in zonden ontvangen en geboren, maar wij mogen pleiten op Zijn verbond, waarin hij gezegd heeft: Ik ben uw God en uw zaads God." (G. Salomons)


Hoofddorp, 11 juni 1955

Waarde br. Harperink,

Het verheugt mij uit uw brief te vernemen, dat u weer aan de beterende hand bent. Ja geachte br. dankbaarheid en eenswillendheid wordt bij ons niet gevonden; ook ziekte en tegenslag kunnen ons niet brengen op die knieën voor God. Maar de Heere is machtig ons hart te verbrijzelen zowel in tegenspoed als in die van voorspoed. En als wij dan weer beschaamd uitkomen met onszelf, ja dan een oog te mogen krijgen voor de persoon en het werk van de biddende en dankende Hogepriester, dat is groot. Moge de Heere u dat maar schenken uit Zijn genade. U schrijft over een zondagsbeurt; nu dat zou kunnen D.V. 17 juli. Maar..er is een voorwaarde aan verbonden. Ik weet niet, waar tegenwoordig de predikanten logeren, en aangezien ik de laatste tijd niet wel ben zou heel ver lopen voor mij bezwaarlijk worden; indien het echter niet verder is dan naar u, dan zou het net gaan, maar woont br. Langstraat niet verder weg? Let wel, ik heb er niets op tegen, als het bij u niet kan, bij br. Langstraat te logeren, maar als dit wat verder weg is zal 't voor mij ondoenlijk zijn, naar ik vrees. Ik wil ook wel bij een niet kerkenraadslid logeren - het allereenvoudigste is mij zelfs uitstekend, maar mocht u voor mij geen logeergelegenheid hebben, dan had ik toch gaarne, dat u mij dat p.o. schreef, want dan ben ik van plan 17 juli aan Bussum te geven. Kan het echter geschikt worden, dan kom ik 17 juli liever te Delft. Ontvang met uw vrouw, inmiddels de hartelijke groeten en toewensing van Gods genade en nabijheid.

Uwe toegenegen ds. G. Salomons



"Weest allen hem bevolen, Die mildelijk schenkt en niet verwijt. Want, ja, wat heeft Hij ons te verwijten, onze ontrouw, aardse bekommering, jeugd en ouderdomszonden, ongeloof en ondankbaarheid. Er staat in de Jacobusbrief, dat hij eigenlijk "zo maar geeft" voor mildelijk, dus zonder ons te laten beloven, dat we beter op zullen passen, zonder ons de pin op de neus te zetten en te zeggen: dit is de laatste keer hoor, dat Ik je help en doorhelp. Is dat niet groot, is dat niet rijk?" (G. Salomons)