Deel 3

Gerard Salomons (1890-1975)

Biografische schets

"Weest allen Hem bevolen, Die mildelijk schenkt en niet verwijt. Want, ja, wat heeft Hij ons te verwijten, onze ontrouw, aardse bekommering, jeugd en ouderdomszonden, ongeloof en ondankbaarheid. Er staat in de Jacobusbrief, dat hij eigenlijk "zo maar geeft" voor mildelijk, dus zonder ons te laten beloven, dat we beter op zullen passen, zonder ons de pin op de neus te zetten en te zeggen: dit is de laatste keer hoor, dat Ik je help en doorhelp. Is dat niet groot, is dat niet rijk?"

G. Salomons

Ambt neergelegd

In september 1939 legde ds. Salomons op eigen initiatief en geheel onverwachts zijn ambt neer. Hij werd hier dus niet door anderen toe gedwongen. Op 3 januari 1940 werd zijn eerste huwelijk met Daatje Driessen ontbonden. Op 21 augustus 1940 hertrouwde hij met Neeltje van Ree, geboren op 11 oktober 1898 te Hilversum. Geestelijk volgde er voor Salomons een donkere periode. Iemand die hem eens tijdens de Tweede Wereldoorlog ontmoette schreef hier het volgende over: "In de oorlogsjaren heb ik ds. Salomons eens teruggezien en ontmoet op een station perron in het Gooi, toen hij daaruit dezelfde trein stapte als ik en ik hem als tegen het lijf liep. Ik greep zijn hand en zei: "dag ds. Salomons." Maar mij niet meer kennende, antwoordde hij: "ik ben niet ds. Salomons." Spontaan zei ik: "U bent en blijft voor mij ds. Salomons." Toen hebben we daar op het station ergens in een hoek een langdurig diepgaand geestelijk gesprek gehad en heb ik hem in zijn hopeloosheid en strijd, die hij mij vrij openbaarde mogen bemoedigen. Hij zei o.a.: het komt nooit meer goed, en het kan niet meer..."

Maar de Heere zocht Zijn kind en knecht op. Hij gebruikte hiervoor een preek van ds. L.S. den Boer (1898-1979). Deze predikant kon zijn preek in de week naar de zondag toe maar niet 'af' krijgen. Wat hij ook probeerde, hij kon er niet inkomen, totdat hij bepaald werd bij Psalm 40 het 2de en 3de vers. Over deze tekst besloot hij zijn preek te houden. Bij het betreden van de kansel viel de blik van ds. Den Boer op iemand die hij onmiddellijk herkende: ds. Salomons. En onder deze preek over Psalm 40: 2, 3 "Ik heb de HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot Mij geneigd, en mijn geroep gehoord. En Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld" kwam de Heere over. Ds. Salomons heeft de kerkelijke weg bewandeld en zijn schuld beleden in de kerk waarin hij die schuld gemaakt had, in Amsterdam, in Utrecht, voor de consulent en ouderling Lindeboom uit Soest. Hij had dus weer in de kerk als lid opgenomen moeten worden. Dit gebeurde echter niet. De Christelijke Gereformeerde Kerk en in bijzonder Prof. Van der Schuit stelde: "dat zulk een man geen ander (tweede) huwelijk mag aangaan." Ds. van Minnen en anderen waren het met deze mening van Prof. Van der Schuit niet eens: "De Roomse kerk die leert dat het huwelijk een sacrament is, zegt dat het huwelijk in geen geval ontbonden mag worden. Maar zelfs Calvijn en Voetius, hoe hoog ook door mij geacht, hebben niet het laatste woord, als Gods Woord het duidelijk anders zegt." (..) "Voor geen één ding, groot of klein, eer of geen eer, laster of geen laster, het aanranden van het werk Gods, in het oprichten van een gevallen kind Gods is dit vreselijk vooral in de Christelijke Gereformeerde Kerk."

Ds. Salomons zat nadien eens bij de oudgereformeerde ds. Joh. van der Poel (1909-1981) in de kerk. Deze dominee met een eigen authentieke stijl had weinig opleiding genoten en kon amper schrijven. Hij had echter een groot hart en kerkmuren bestonden voor hem niet. Voor ds. Salomons had hij een zwak en daarom zei hij zomaar opeens vanaf de preekstoel: "Hier zit er één mensen, die diep gevallen is, maar de Heere heeft hem eruit gehaald!" Ds. Salomons had de bekwaamheid van een theoloog, maar kon spreken met het meest eenvoudige volk van God. Bij dat volk werd ds. Salomons dan ook niet afgeschreven.

Ds. Salomons heeft zelf geen pogingen ondernomen om opnieuw in een kerkverband dominee te worden. Toch heeft hij wel weer gepreekt en is ook in zijn ambt hersteld, zo vertelde ook de briefschrijver in het vervolg: "Maar' s-Heeren wegen met zijn kinderen en knechten zijn nu eenmaal wonderbaar. Jaren later, kort in Nederland vertoevende, heb ik hem mogen beluisteren in een kerkdienst in Bussum. Hij herkende me en knikte me vanaf zijn kansel, hij was weer predikant en samen hebben we na die dienst de Heere gedankt, hem die in arme zondaarsharten wonderen werkt, Israël zijn volk versterkt en zijn dienstknechten roept en bekwaam maakt en ondersteunt waar ds. Salomons, in zekere zin als mijn leermeester, en ik als leerjongere, beide voor- en onderwerp, levende getuigen van waren. Deze laatste ontmoeting was naar ik meen in 1953."

Iemand die ook veel contact heeft gehad met ds. Salomons en later ook op diens begrafenis tot de aanwezigen behoorde was de man uit het gezelschapsleven: Kobus van den Bovenkamp, geboren op 14 augustus 1905 in Veenendaal. Hij kerkte in de Christelijke Gereformeerde Kerk in Veenendaal waar toen ds. J.A. Riekel (1869-1949) predikant was. Over de omgeving waarin hij opgroeide vertelde hij ooit: 'In mijn jongensjaren was er in die straat niet één huis of er was de vreze des Heeren aanwezig. In sommige huizen wel bij meer dan één. Je hoorde daar op zondagavond de liederen Sions tot wijd in de omtrek. Het waren bloeiende tijden wat betreft het oprechte geestelijke leven.



"Maar' s-Heeren wegen met zijn kinderen en knechten zijn nu eenmaal wonderbaar. Jaren later, kort in Nederland vertoevende, heb ik hem mogen beluisteren in een kerkdienst in Bussum. Hij herkende me en knikte me vanaf zijn kansel, hij was weer predikant en samen hebben we na die dienst de Heere gedankt, hem die in arme zondaarsharten wonderen werkt."

Arnhem

Alvorens hij opnieuw tot predikant werd bevestigd door ds. J.G. van Minnen werd ds. Salomons verzocht op verschillende plaatsen om te spreken, o.a. in Ede, Soest, Arnhem en Bussum. In Arnhem betrof het een groep die zich afgescheiden had van de Gereformeerde Gemeenten vanwege de schorsing van ds. R. Kok. Deze groep stond onder leiding van de heer Noels. Noels, die ook ambtsdrager was binnen de Gereformeerde Gemeenten en aan de zijde stond van ds. Kok, had kort daarvoor aan de stok gekregen met dr. C. Steenblok. Uiteindelijk werd hij, vanwege zijn hartstochtelijke opstelling, afgezet.  Noels had voorgesteld dat Prof. G. Wisse zich maar eens over de kwestie zou moeten uitspreken. Dit werd hem echter ook niet in dank afgenomen[*] Noels nodigde  ds. Salomons uit om voor de afgescheiden groep in Arnhem te komen spreken. Salomons bewilligde hierin en begon onder meer met de behandeling van de Heidelbergse Catechismus. Het advies in de Goudse Kerkbode om zich maar bij een ander kerkverband aan te sluiten werd opgevolgd en de groep zocht  daarop aansluiting bij de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, een kerkverband rondom ds. Joh. van der Poel en ds. M.A. Mieras. Als zodanig heeft ook ds. Salomons een tijdje  onder deze overigens sympathieke predikers gekerkt. Maar weer terugkomen als dominee in dit kerkverband zag hij niet zitten. Hij verklaarde hier het volgende over: 'Ik denk nog wel eens aan mijn eerste optreden in Arnhem, na jarenlang ambteloos te zijn geweest in een kring die aansluiting wilde zoeken met de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Maar nadat ik eerst de verschillende voorgangers dier kerk beluisterd had, kwam ik tot de conclusie dat ik mij nooit thuis zou gevoelen op hun eilandje. Ik brak dan ook volkomen met die groep om aansluiting bij opgemelde kerken te zoeken. Dominee van der Poel vond dat heel jammer, al wilde hij c.s. die groep ook niet meer aanvaarden." [**]Echter hier bleef het niet bij. Want ds. Salomons vervolgde: "Ik stond toen weer buiten alle kerkverband, maar bezwaarde christelijke gereformeerden uit Bussum nodigden mij uit, zonder dat ik direct of indirect om gevraagd had, bij hen voor te gaan, en u weet dat ik toen op raad van ds. Van Minnen, na instituering van opgemelde groep weer in het ambt ben gekomen."

Bussum

Een groep bezwaarden christelijk-gereformeerde uit Bussum vormden in deze periode een Christelijke Gereformeerde Gemeente en ds. J.G. van Minnen bevestigde hem hier op 9 september 1952 opnieuw in het ambt. Ds. Salomons deed intrede met een preek uit Johannes 3: 29 "Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden." Van buitenaf kwam hierop de nodige kritiek. "Het mag zich geen kerk noemen die zo'n man aanvaard", reageerde Prof. van der Schuit in De Wekker. Ds. Van Minnen verklaarde over zijn optreden in 1959 (ds. Salomons was toen inmiddels al voorganger in Hoofddorp waar hij nog een aantal jaren met zegen heeft gearbeid) het volgende: "Ik heb stille vrede over het bevestigen van ds. Salomons. De zegen op de prediking van ds. Salomons in zijn gemeente, de eerbied hem betoond door het beslag dat God geeft en veel meer nog een bevestiging des Heeren van zijn wederbevestiging in de gunste Gods. Een bevestiging waarvoor de Heere mij een objectieve grond in Zijn Woord deed vinden een personele drang en opdracht ook door Zijn Woord en Geest mij gaf. Een bevestiging na een waar schuld belijden, dat men zelden hoort in deze tijd. Een bevestiging na een zeer lange tijd, waarin de vrucht van zijn schuld openbaar kwam in het belijden voor God en de mensen."

"Ik merk uit uw schrijven, dat u de betogingen van sommigen inzake de m.i. gegronde bezwaren tegen de Nieuwe Vertaling nu niet met zo'n groot genoegen geluisterd hebt, nu dat zou ik ook niet gedaan hebben. Ik heb ds. van der Poel en Mieras e.a. wel meermalen horen preken, en dan verliet ik de kerk, zeg maar met gemengde gevoelens. Er wordt van die zijde door sommigen wel wat al te veel geschetterd met grote woorden en afkeurende gezegden, die ook geen kant nog wal raken, maar opgemelde sprekers doen zelfs met hun beste bedoelingen m.i. niet veel goed aan de zaak. Verder moeten we maar denken: ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is en het gehoor moet proberen met onderscheidingsgave te luisteren, zowel naar de voorstanders als naar de tegenstanders van de Nieuwe Vertaling. Of het gehoor, dat in die kerk aanwezig was, dat kon opbrengen weet ik niet. Ja de Gereformeerde Gemeenten, vooral synodaal hebben de wind in de zeilen en m.i. is echter ook het gezegde van toepassing: wie de naam heeft van vroeg opstaan, komt nooit te laat."

G. Salomons


Ds. J.G. van Minnen
Ds. J.G. van Minnen

"Ds. [P.] Sneep is bij ons geweest. Hij kwam afscheid nemen van ons en we hebben samen een zeer aangenaam gesprek gehad over de eeuwige dingen in ons persoonlijk leven. Een oud mens wordt wel eens achterdochtig en meent, dat alle mensen hem maar vergeten, omdat hij oud en gebrekkig is, maar dat wantrouwen was verkeerd van mij. Maar wat is er nu eens niet verkeerd van mij? Trouwens, het is een geheiligde zaak om ons vertrouwen op geen enkel mens te stellen, maar dan ook tegelijk de Heere volkomen te vertrouwen voor tijd en eeuwigheid. Ik schreef verleden week aan een vriend van mij in Amersfoort, die zijn vrouw heeft verloren, dat ik maar oud roest ben. Als echter de grote Magneet Jezus Christus weer 't verweerde ijzer van mijn hart tot zich trekt, ja dan mopper ik niet, dan ontwaar ik zoveel ruimte om zalig te worden en gemeenschap met de Heere te hebben, dat de hele wereld weer voor mij vergaan is. Vat u dat?"


G. Salomons

Ds. G. Salomons op de preekstoel in Hoofddorp
Ds. G. Salomons op de preekstoel in Hoofddorp

[*] In de Goudse Kerkbode van 11 augustus 1951 werd Noels op een niet zachtzinnige wijze op zijn plaats gezet. "Dit is nu precies het standpunt van dr. Steenblok en van onze Geref. Gem. Gelukkig maar, dat we voor de "vreemde theologie" van ds. Kok e.a. bewaard zijn gebleven. (...) Dan zou Prof. G. Wisse volgens dhr. Noels eens met nog een paar "bevoegden" moeten komen, om te oordelen of dr. Steenblok wel zuiver in de leer is. Gelukkig zijn er bij ons ook nog wel predikanten en ouderlingen die dat kunnen. Als dhr. Noels meent, dat dit niet het geval is, kan hij beter maar een ander kerkgenootschap opzoeken en zich daarbij aansluiten."

[*] De groep Noels keerde later met schuldbelijdenis weer terug naar de Gereformeerde Gemeenten.