Deel 2

Gerard Salomons (1890-1975)

Biografische schets

"Het spreekwoord zegt: 'Actie werkt reactie.' Nu geloof ik nog niet, dat ik daarom wat weg heb van dat beest met die lange oren; trek je hem aan de staart, dan loopt hij vooruit, trek je hem aan zijn lange oren, dan wil hij achteruit. Maar gesprekken in broederlijke zin laten toch wat na, al was het maar om eigen standpunt wederom ernstig onder het licht van Gods Lamp te onderzoeken. Zulk een onderzoek kan een mens aantonen dat hij fout is, maar het kan ook een bevestiging zijn van het gevoelen dat men reeds jaren had."


G. Salomons


"Vandaag aan de dag is dat woord 'tijdgebonden' een echt modewoord geworden van vele hedendaagse theologen, om aan de betekenis van het sabbatsgebod te knagen en om te kunnen verdedigen, zogenaamd met de Schrift in de hand, dat het zelfs de roeping der kerk is, om de vrouw in de kerk tot de ambtelijke bediening toe te laten. Zo stelen die theologische vossen de rechte betekenis van de uitspraken van Gods Woord weg en wat houdt men dan over van het eeuwig blijvende Woord van God? De kaft, beste lezers, niets anders."


G. Salomons

Het kerkgebouw aan de Lauriergracht in Amsterdam-West
Het kerkgebouw aan de Lauriergracht in Amsterdam-West
Over een veelheid aan onderwerpen heeft ds. Salomons geschreven: over zending, evangelisatie, Bijbelvertaling etc. In jaarboekje van 1936 schreef hij over 'de zin van het leven.'

De zin van het leven

"Ons hart is onrustig in ons, totdat het ruste in U, o God!" (Augustinus) De gevallen mens, afgesneden van de oorsprong des levens, dolend buiten de gemeenschap met God, heeft nu eenmaal een driekanthart, dat met deze ronde wereld nimmer te vervullen is. Geef de mens, zoals nu, al de schatten van de cultuur en de beschaving, dan nog, ja des te meer, gevoelt hij zich arm, leeg, ongelukkig; hunkerend naar hetgeen hij derft. Dat was zo, dat is zo en dat blijft zo tot aan het einde der wereld. (...) Er rijst voor de mens, die de achtergrond van zijn leven, d.i. God, en wel God in Christus, niet kent grote twijfel aan de zin van het leven. (...) De mens, die met God gebroken heeft, heeft geen inzicht meer in de zinvolle samenhang van eigen leven, omdat hij God niet erkent als laatste grond des levens en als doel des levens. (...) Als de zin van het leven het leven zelf is, en er geen hogere diepere bedoelingen met het leven bestaan, welnu, dan kan de moderne wereld-mens tevreden zijn. Maar zijn twijfel vraag: 'Is er wel een zin van het leven?', zijn levensangst, verraden, dat de mens meer is dan vlees en bloed, dat hij ook nog geest is, dat hij oorspronkelijk van hoge komaf, van Gods geslacht is, dat hij een oneindige bestemming heeft." (...) 'Kom en zie!' (Filippus tot Nathaniël) deze nodiging houdt in... de mens aan te tonen zijn grote nood buiten Jezus, hem te prediken het waarachtig geluk in Jezus. (...) Het enige wat de mens, die de zin van het leven niet meer kent, redden kan is radicale, principiële levensvernieuwing. Geen zedelijke verbeteringen, geen godsdienstige stemmingen, ook geen zielswringingen, noch humanistische, dus louter menselijke strevingen, maar waarachtige bekering tot God is het medicamentum probatum."


Evangelisatie

"Jezus zond zijn discipelen de wereld niet in om te disputeren, maar om te getuigen. Ze moesten spreken als mensen, die er bij geweest waren. Waar bij geweest? Wel, bij Jezus, bij Jezus' wonderdaden, bij Zijn genade-betoon. Zo moet nog de evangelist getuigen als een, die er bij is geweest, dat wil zeggen, als een, die 't niet van "horen zeggen" of door een uit het hoofd geleerde les heeft, maar die persoonlijk de Heere Jezus door het geloof in het gewaad van Zijn Woord ontmoet heeft en Hem nog gedurig ontmoet."


G. Salomons


Historisch materialisme

"Het historisch materialisme, in de grond van de zaak atheïsme, wil niet weten van een onsterfelijke geest, die op God aangelegd is. De dwaas zegt in zijn hart: daar is geen God! De z.g. indruk van God is teruggang naar de onbeschaafde tijden. De z.g. kennis van God is een fictie. De hemelen vertellen niet meer Gods eer, noch het uitspansel zijner handen werk; zij spellen veeleer de namen van Newton en Laplace, beroemde wis- en sterrenkundigen, die ons geholpen hebben het oog naar de zichtbare dingen te richten. Boven de sterren is voor ons niets. Dus ons ideaal is en blijft beneden de sterren. En ziet, beneden de sterren vinden
we toch niet, wat ons hunkerend hart bevredigen kan. Is 't wonder, dat de mens pessimist wordt."


G. Salomons


Sociale ontevredenheid

"Sociale ontevredenheid vindt men zelfs bij de meeste primitieven, die van de vruchten der beschaving weinig afweten, maar men vindt haar toch het meest en dan wel zeer geraffineerd bij hen, die in de vruchten der beschaving delen. Vooral in de dagen van hyperbeschaving openbaart ze zich het meest."


G. Salomons


Oude schrijvers

Naar aanleiding van een onderzoek dat ds. Salomons deed naar hetgeen gelezen werd door de wat oudere jeugd schreef hij het volgende: "Leest men onder ons weinig geschiedenis, nog veel minder worden de z.g. oude schrijvers gelezen. Ik bedoel met oude schrijvers de stichtelijke natuur en meer dogmatisch getinte werken van mannen als Comrie, Boston, Erskine, Marshal, Owen, Lampe, enz., enz., te veel om op te noemen. Er zijn maar enkele lijsten, waarop namen als Bunyan, Boston, Huntungton e a. voorkwamen. Het blijkt èn uit de lijsten èn uit mondeling onderhoud, dat onze jonge mensen de z. g. n. oude schrijvers niet kennen, en daarom wellicht niet beminnen! Wat moet men van zo iets nu denken? Directweg veroordeelen? Zo maar zeggen: dat komt, omdat de jongere generatie zo licht, zo oppervlakkig, zo geestelijk dood is? Dat is natuurlijk de gemakkelijkste weg, om uit enkele gegevens maar één conclusie te trekken, maar of die conclusie daarom wel de juiste is? Laat ik beginnen met te zeggen, dat het lezen van oude schrijvers altijd niet datgene oplevert, wat u er van verwacht. Velen dwepen met de oude schrijvers, alhoewel ik mij afvraag: Kennen zij ze wel, lezen zij ze wel waarlijk? Men roemt ze, omdat anderen ze roemen. Men prijst ze, omdat het degelijk, zwaar op de hand schijnt. Ook ontmoet ik wel eens door en door lijdelijke christenen, die de werken van Owen en Erskine roemen, alhoewel de auteurs zich in hun werken op alle mogelijke manier tegen lijdelijkheid verzetten. Werken van Lampe en Teelinck bieden eigenlijk veel meer aan dergelijke eenzijdige christenen. Velen lezen de oude schrijvers door hun eigen bril, en leggen bedoelingen in hun gezegden, die van de lezers, maar niet van de schrijvers zijn. Vooral hier in de omtrek ontmoet ik nog al eens van die mensen. Uit preken van Groenewegen lezen ze, dat thans de z.g.n. bediening des Geestes is opgehouden; uit de werken van Brakel, dat alle verenigingsleven uit den boze is; uit de werken van Love, dat er geen kerk meer is. Hoe ter wereld is het mogelijk, dergelijks nonsens uit bovengenoemde schrijvers te distilleren? Onze jongelui komen met dergelijke knoeiers in aanraking, horen de oude schrijvers aanhalen, en .....halen de schouders op! Geen wonder, dat men smalend spreekt over hetgeen mannen als Comrie en Brakel eens schreven. In zoverre is onze jonge-mensen niets te wijten.
Het is echter wat anders, wanneer men bovengenoemde werken gelezen heeft en dan verachtelijk er over spreekt. Dat verraad m.i. toch
een tekort aan geestelijke diep gang. Zulke mensen ontmoet ik ook! Ze hebben alle oude schrijvers op de rommelzolder geborgen. Ik vrees, dat dezulken de zware kon niet verdragen kunnen; ze hebben liever vervalste melk, melk met wat water er bij. "Maar, domine," zo hoor ik iemand zeggen, "het lezen van ellenlange verhandelingen en geestelijke verklaringen vergt toch al te veel van onze gejaagde en nooit tijd hebbende mensen." Dat geef ik toe. Met name onze vaders, levend ten tijde van de trekschuit, vergen ontzaglijk veel van uw geduld. En als u de preken van Erskine voor u neemt, waarvan sommige over de honderd bladzijden tellen, ja, hoor, dan wordt ge wel eens even kriebelig en zucht bij 't voorlezen: "nog al meer." De eigenlijke Schriftverklaring is bij sommige schrijvers o zo pover, de z.g.n. toepasselijke uitwijding verbazend breed. Dat is een wezenlijk gebrek bij velen der ouden. Daar staat echter tegenover, dat het z.g. bevindelijk element echte kost is voor een mens, die door genade geleerd heeft, dat de lijdzaamheid bevinding werkt. Over Gods ontmoetingen, over geloofsonderhandelingen en -oefeningen schrijven onze tegenwoordige schrijvers maar al te weinig. Het z.g.n. standelijk leven der gelovigen met zijn eb en vloed, met zijn trappen schakeringen, verschijningsvormen, zie... dat wordt tegenwoordig niet meer beschreven Trouwens, daaraan schijnen de meeste christelijke lezers, ook uit onze kringen, niet de minste behoefte te hebben.
Dat blijkt ook wel uit de gesprekken. Als het gaat over allerlei beuzelachtige dingen, desnoods over politiek en kerkelijke dingen, ja, dan komt men nog even in actie, maar.... spreek eens over het zalige en zoete omgangsleven met God! Opeens staat de wagen stil, 't gesprek verstomt, en men ziet u aan, alsof ge een mens uit de vorige eeuw bent. Is het wonder, dat zulke kringen de oude schrijvers niet kennen en ze maar 't liefst niet willen kennen daarbij? Nog eens, het gaat niet aan, ons maar avond aan avond over die zware folianten gebogen te zitten. Daar hebben onze jonge mensen geen tijd voor. De voorbereiding voor de komende levenstaal eist al zo ontzaglijk veel. (...) Vergeet echter niet, dat vele stichtelijke werken reeds uit een oudere druk in de tegenwoordige spelling zijn overgezet: dat er toch ook kleinere geschriften zijn, die u in een avond of wat gemakkelijk kunt uitlezen. Werkjes van Gray, van Boston, van Binning, van Bunyan, enz. enz. zijn er toch ook. Ze lezen prettig en geven u iets kostelijks voor de ziel. (...) Als iemand geen trek heeft in de oude schrijvers, moet u ze nooit aan hem opdringen; laat hem de nieuwere schrijvers, mits ze niet schadelijk voor de ziel zijn gerust lezen. Alleen maar... stelt hem wel in de gelegenheid om de ouderen te lezen; laat uw verenigingsbibliotheek ze toch vooral niet opdoeken: als u jeugdleider bent, leg een keur voor ze aan, onder de oude schrijvers en spreek met de jonge mensen over 't nut, dat u ziet in die boeken. Toon ze aan, waarom en in welke zin de oude wijn boven de nieuwe te verkiezen is. Er mocht in onze kringen wel wat meer liefde gekweekt worden voor het boek der ouden."



"De mens, die met God gebroken heeft, heeft geen inzicht meer in de zinvolle samenhang van eigen leven, omdat hij God niet erkent als laatste grond des levens en als doel des levens."

Ds. G. Salomons
Ds. G. Salomons

"Ze hebben alle oude schrijvers op de rommelzolder geborgen. Ik vrees, dat dezulken de zware kon niet verdragen kunnen; ze hebben liever vervalste melk, melk met wat water er bij."


"Het z.g.n. standelijk leven van de gelovigen met zijn eb en vloed, met zijn trappen schakeringen, verschijningsvormen, zie... dat wordt tegenwoordig niet meer beschreven Trouwens, daaraan schijnen de meeste christelijke lezers, ook uit onze kringen, niet de minste behoefte te hebben."