De Open Deur



DE OPEN DEUR


"U die God vreest en zo vaak bezet bent, ook met het lot van uw kinderen, vraag veel om gebed, om ze aan Zijn voeten te mogen brengen, want: "Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht tot in het laatste nageslacht". Daarom niet bij de pakken neerzitten, maar vermenigvuldig het gebed...(A.W. Langstraat)






Uitgave: Beheerstichting Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland Delft (2010)

Achterom 88, 2611 PS Delft



Inhoud


Woord vooraf


Inleiding


1. De voorgeschiedenis vanaf de 1ste helft van de 20ste eeuw

1.1. Het briesend paard moet eind 'lijk sneven

1.2. Niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen

1.3. Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?


2. Het begin vanaf de 2de helft van de 20ste eeuw

2.1. Profeten en psalmisten, Christus en Zijn apostelen, ja de gehele Heilige Schrift

2.2. Naar de praktijk en prediking van hen die ons daarin zijn voorgegaan

2.3. De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen


3. Het vervolg van de geschiedenis (1962-1976)

3.1. Zo ik niet had geloofd

3.2. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen

3.3. Geeft gij hun te eten


4. Het kerkelijke leven vanaf het jaar 1976 tot heden

4.1. 't Is Israëls God Die krachten geeft

4.2. Hoe lief heb ik Uw woning

4.3. De HEERE bewaart de eenvoudigen


5. Bede om de Heilige Geest

Gedicht door ds. J.G. van Minnen


6. Het doel en de vrucht der bekering

Preek over Zondag 33 (HC) door ds. J.G. van Minnen


7. Afsterven en leven

Preek over 1 Korinthe 6: 9 door ds. G. Salomons


8. De vlucht naar en de belofte van terugkeer uit Egypte

Preek over Mattheüs 2: 14-15 door lerend ouderling A.W. Langstraat


Woord vooraf

Een boekje schrijven over een kleine kerkelijke gemeente hoeft in onze dagen niet te rekenen op veel belangstelling. Toch meenden wij eraan te moeten beginnen omdat de Heere zo rijk in de gemeente heeft gewerkt en Hij het zo waardig is. Wij mogen als bestuur van harte geloven dat er van Gods kinderen onder ons gewoond hebben, die nu reeds de strijd des geloofs te boven mogen zijn. Wie zijn dan Gods kinderen? Dat zijn mensen die door de prediking gehoord en het geloof verstaan hebben, dat zij zoals ze geboren zijn niet voor God kunnen bestaan; in de nood riepen ze tot de Heere om uitkomst en Hij verhoorde hun gebed. Na de val van Adam, en wij in hem, heeft God Zijn Zoon Jezus Christus gegeven tot verzoening van hen die tot Hem vluchten om uitkomst. En wilt u daarvan de zekerste bewijzen dat u een deelgenoot van genade door de Heilige Geest bent, dan zult u voor het eerst of opnieuw moeten gaan leren vragen, niet alleen: "O Vader, dat Uw liefd' ons blijk", maar ook: "O Zoon, maak ons Uw Beeld gelijk"; dezulken zullen hoe langer en meer de Heilige Geest nodig hebben: "O Geest, zend Uwen troost ons neer", en zo alleen zullen zij, hier op aarde bij aanvang, maar straks volmaakt zingen: "Drie-enig God, U zij al d' eer."

Van onszelf menen wij, dat we er in een weg van eigenwillige godsdienst, of in een weg van netjes leven, er ook wel zullen komen, maar waarvan de Heere in Zijn Woord zegt: "Dat zij niet hebben kunnen ingaan" omdat: "zij niet gewild hebben, dat Ik Koning over hen zou zijn." We willen zelf de dienst blijven uitmaken: God wat, maar ik het meeste. Het leven achter de Heere aan is een gedurig stervend leven; in eigen kracht niet te volbrengen, maar Hij wil dat schenken, om met vallen en opstaan in Zijn wegen te wandelen, in de kracht van de Heilige Geest.

Wij vragen u toch, enige tijd aan het lezen van dit boekje te besteden, wellicht wordt ook de nood in uw hart geboren om tot Hem te gaan. De psalmist zong ervan:


Opent uwe mond,

Eist van Mij vrijmoedig,

Op Mijn trouwverbond;

Al wat u ontbreekt,

Schenk Ik, zo gij 't smeekt

Mild en overvloedig (Psalm 81: 12 berijmd).


Inleiding


In het boek dat voor u ligt, is de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland van Delft beschreven. De gemeente was oorspronkelijk onderdeel van het in 1952 door ds. J.G. van Minnen (1900-1971) gevormde kerkverband: de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland. In mei 1954 is het allemaal begonnen. De gemeente kwam toen voor het eerst bijeen in het gebouw 'De Verborgen Schat' aan de Verwersdijk, een gebouw op loopafstand van de Nieuwe Kerk. Br. A.W. Langstraat ging op zondag tweemaal voor met het lezen van een preek. In 1956 werd de plaats van samenkomst van het in de volksmond wel genoemde "Langstratenkerkje" verwisseld voor het Achterom.

De ontstaansgeschiedenis van de gemeente staat in verband met de ontwikkelingen in de Christelijke Gereformeerde Kerken, kort na de Tweede Wereldoorlog. Dit kerkverband werd vanaf die tijd dusdanig beïnvloed door een ander geestelijk denken dat langer blijven in dit kerkverband onverantwoordelijk werd gevonden.

Waar hadden de oprichters van de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland dan zorgen over? Hun zorgen gingen in de eerste plaats over de prediking en daarmee in verband de gevolgen in het kerkelijke leven, zoals aanpassing van liturgie, psalmberijming en Bijbelvertaling, en de toenemende mate van wereldgelijkvormigheid. De oprichters van de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland wilden de evenwichtige lijn van Schrift en Belijdenis in de prediking bewaren. In dit boek zullen de zaken waar het hen omging aan de orde komen. Het biedt een verklaring waarom destijds de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland ontstonden.

De titel van het boek is ontleend aan Openbaringen 3: 8, waar staat: "Zie Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten, want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend." 'De Open Deur' is de naam van het gebouw aan het Achterom in Delft, waarin de gemeente sinds 1971 zondag aan zondag samenkomt. Het wijst op de werking van de Heilige Geest in de harten van mensen. Gods werk in de harten van mensen, dat is de rode draad van dit boek, ondanks al het menselijke wat er ook geweest is. Onder ons voorgeslacht (waaronder zij die stonden aan het begin van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland van Delft) waren mensen die de Heere in hun leven mochten leren kennen. Ook zij hadden dit niet van zichzelf, maar de Heere wilde hun harten openen.

In de derde plaats wordt dit boek gevormd door een aantal preken. In de preken wordt gesproken over persoonlijke wedergeboorte, geloof en bekering, zoals de Bijbel daar over spreekt.

Ten slotte: Dit boek is samengesteld in overleg met het bestuur van de Christelijke Gereformeerde Gemeente in Nederland van Delft: de brs. G. Deijs, J. Kroon en C. Langstraat. In de afgelopen twee jaar zijn we met de brs. G. Deijs, C. Langstraat, B. Lodewijk als oud-ouderling van de gemeente, br. L. Langstraat en ondergetekende herhaalde malen bij elkaar geweest in de consistorie van het Achterom in Delft en hebben we bij de besprekingen fijne uren mogen beleven. Samen mochten we ook gevoelige zaken bespreken, waarbij we een grote mate van openhartig naar elkaar hebben ervaren. Dit laatste mogen we ook reeds als een voorrecht zien. We hopen en bidden tenslotte dat de Heere dit eenvoudige werk met veel gebrek nog zou willen gebruiken tot eer van Zijn Koninkrijk.