De belijdenisgeschriften

Algemene of oecumenische belijdenisgeschriften

Tot de algemene of oecumenische belijdenisgeschriften behoren: (worden wereldwijd erkend door de christelijke kerken).

1. De Apostolische geloofsbelijdenis (of de 12 artikelen van het algemeen, ongetwijfeld, christelijk geloof. Niet door de apostelen opgesteld, maar in overeenstemming met de apostolische leer. Leidraad is de doopsformule: Vader, Zoon en Heilige Geest.

2. De geloofsbelijdenis van Nicea (325 Nicea: Godheid van Christus verdedigd en dwalingen weerlegd).

3. De geloofsbelijdenis van Athanasius Niet door Athanasius opgesteld, maar wel in zijn geest. Athanasius heeft de leer van de Goddelijke Drie-eenheid krachtig verdedigd tegenover Arius.)

Bijzondere (gereformeerde) belijdenisgeschriften

Bijzondere belijdenisgeschriften (of Drie Formulieren van Enigheid) worden specifiek erkend door alle christelijke kerken in Nederland, die willen staan op gereformeerde grondslag. Deze belijdenisgeschriften zijn geen verbeteringen van de algemene belijdenisgeschriften alsof deze iets tekort zouden doen aan de waarheid. Echter tijdens de Middeleeuwen was de christelijke kerk in de vorm van de Rooms Katholieke Kerk erg verbasterd geraakt. Een grote onkunde van de Bijbelse leer was onder geestelijken en leken aan de orde van de dag. Mannen als Maarten Luther en Johannes Calvijn hebben de aanzet gegeven tot de kerkhervorming. Hun leerlingen hebben nieuwe belijdenisgeschriften opgesteld, die opkomen tegen de dwalingen van de Rooms Katholieke Kerk, de wederdopers (een radicale stroming tijdens de Reformatie) en later de Remonstranten.

1. Nederlandse Geloofsbelijdenis (37 artikelen opgesteld door Guido de Brès. Voor het ontwerp ervan maakte hij gebruik van de Franse geloofsbelijdenis. In 1561 kwam deze geloofsbelijdenis in onze taal gereed). Achterliggende gedachte was dat de onderdrukkende Roomse overheid een goed beeld kreeg van de inhoud van de gereformeerde leer, en niet werd verward met de opvattingen van de radicale wederdopers.

2. Heidelbergse Catechismus In 1563 opgesteld door Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus. In onze taal overgezet door Petrus Datheen. De gewoonte om iedere zondag een keer uit de Heidelbergse Catechismus te preken ontstond al vrij snel na de Reformatie.

3. Dordtse Leerregels (of vijf artikelen tegen de Remonstranten), namelijk: 1. Van de Goddelijke Verkiezing en Verwerping (God verkiest uit vrije wil en niet op basis van een vooruitzien geloof). 2. Van de dood van Christus en de verlossing van de mensen daardoor (geen algemene verzoening, maar particuliere genade).  3 en 4. van de menselijke verdorvenheid en bekering tot God alsmede de wijze waarop dit plaatsvindt. (Mens heeft geen vrije wil meer om te kiezen voor God. Zijn wil is volkomen verdorven. De Heilige Geest bearbeidt de mens, slechts goddelijke genade is de mens genoeg) 5. Van de volharding (het zaligmakend geloof verliezen is onmogelijk).

We mogen de leer van de verkiezing niet op één lijn stellen met fatalisme. Dan hebben we een verkeerd beeld van dit onderdeel van de geloofsleer. Calvijn noemt dit geloofsstuk het hart van de kerk. Aan de leer van de verkiezing laat de belijdenis de roeping vooraf gaan. En die roeping in het evangelie is een welgemeende roeping.


"Want wij kennen ten dele, en wij profeteren ten dele; Doch wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten dele is, te niet gedaan worden. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind; maar wanneer ik een man geworden ben, zo heb ik te niet gedaan hetgeen eens kinds was. Want wij zien nu door een spiegel in een duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezicht tot aangezicht; nu ken ik ten dele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. En nu blijft geloof, hoop en liefde, deze drie; doch de meeste van deze is de liefde." (1 Korinthe 13 : 9-13)

De Reformator Calvijn zegt in het eerste boek van zijn Institutie dat ieder mens, die ware wijsheid bezit, twee zaken kent: 1. God en 2. zichzelf. Het is moeilijk te zeggen welke van deze twee voorop gaat, aldus Calvijn, want niemand kan zichzelf in waarheid kennen, of hij richt zich direct op tot God. Anderzijds: zal een mens nooit tot zuivere kennis van zichzelf komen, tenzij hij eerst gezien heeft Wie God is. .

"Wij moeten God kennen in Zijn deugden, als heerlijk in heiligheid, rijk in barmhartigheid en getrouw in Zijn beloften. Wij moeten Hem kennen in Zijn Zoon. Zoals een gezicht vertoond wordt in een spiegel, zo zien wij in Christus als in een heldere spiegel Gods schoonheid en liefde schitteren."

Thomas Watson

"De ware christen is de enige gelukkige mens, omdat hij vrede in zijn geweten heeft. Die geheimzinnige getuige voor God, die zo genadig in ons geplaatst is, is volkomen voldaan en tevreden gesteld. Hij ziet in het bloed van Christus een volkomen afwassing van alle schuld. Hij ziet in het priesterschap en het middelaarschap van Christus een volkomen antwoord op al zijn angsten. Hij ziet dat door het offer en de dood van Christus God nu rechtvaardig kan zijn en toch de goddeloze kan rechtvaardigen. Hij kan achterom zien en vooruit kijken. Hij heeft een schat die niet door de mot of roest verdorven kan worden; hij heeft een huis dat nooit kan worden afgebroken. Genade zet alles in zo'n hart op de juiste plaats. Christus regeert over de hele mens en daarom functioneert hij weer zoals hij moet functioneren. Het nieuwe hart is het enige werkelijke vrolijke hart, want het is het enige hart dat op orde is. De ware christen heeft zijn plaats gevonden. Hij heeft zijn trots en eigenwilligheid afgelegd: hij zit aan de voeten van Jezus en denkt op de juiste manier: hij heeft God lief en hij heeft zijn naaste lief en daarom is hij gelukkig. De eenvoudige waarheid is dat er zonder Christus geen blijdschap in deze wereld kan bestaan."


J.C. Ryle