De belijdenisgeschriften

Athanasius
Athanasius

De christelijke kerk kent verschillende geloofsbelijdenissen of 'symbolen' die gegrond zijn op de Bijbel. Deze geloofsbelijdenissen geven de kernwaarheden van het christelijk geloof weer. De belijdenisgeschriften zijn opgesteld om dwalingen en misverstanden omtrent het christelijk geloof weg te nemen. In de dagen van Paulus kwamen er al dwaalleraars voor (1 Tim. 1: 20, Openb. 2: 6, Openb. 2: 14). In de navolgende eeuwen heeft de christelijke kerk ook regelmatig te maken gehad met afwijkende gevoelens. In de derde eeuw na Christus was daar al een ouderling in Alexandrië, die de Godheid van Christus ontkende. Hij was wel het eerste en voornaamste Schepsel van de Vader, maar niet gelijk wezens aan de Vader.  De Godheid van Christus is echter de hoofdslagader van het christelijke geloof.  Wie dit ontkent kan zich geen christen noemen, en  een kerk die een dergelijke leer tolereert is geen ware kerk meer. Deze dwaling treffen we in onze tijd  aan onder moderne (vrijzinnige) theologen in de Protestantse Kerk in Nederland, en de Jehovah getuigen. Het was de kerkvader Athanasius die de verdediging van de leer van de Godheid van Christus op zich genomen heeft. In het jaar 325 werd op het concilie van Nicea de leer van Arius veroordeeld.

Tot de algemene of oecumenische belijdenisgeschriften behoren: (worden wereldwijd erkend door de christelijke kerken).

1. De Apostolische geloofsbelijdenis (of de 12 artikelen van het algemeen, ongetwijfeld, christelijk geloof. Niet door de apostelen opgesteld, maar in overeenstemming met de apostolische leer. Leidraad is de doopsformule: Vader, Zoon en Heilige Geest.

2. De geloofsbelijdenis van Nicea (325 Nicea: Godheid van Christus verdedigd en dwalingen weerlegd).

3. De geloofsbelijdenis van Athanasius Niet door Athanasius opgesteld, maar wel in zijn geest. Athanasius heeft de leer van de Goddelijke Drie-eenheid krachtig verdedigd tegenover Arius.)


De Apostolische Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.

En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere;

Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria;

Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle;

ten derde dage wederom opgestaan van de doden;

opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders;

Van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

ik geloof in de Heilige Geest.

Ik geloof één heilige, algemene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen;

vergeving der zonden;

wederopstanding des vleses;

en een eeuwig leven.


Bijzondere belijdenisgeschriften (of Drie Formulieren van Enigheid) worden specifiek erkend door alle christelijke kerken in Nederland, die willen staan op gereformeerde grondslag. Tijdens de Middeleeuwen was de christelijke kerk vervallen tot een karikatuur in de vorm van de Rooms Katholieke Kerk. Onkunde van de Bijbelse leer, een groot moreel bederf, en oppervlakkigheid was onder geestelijken en leken aan de orde van de dag. Mannen als Maarten Luther en Johannes Calvijn zijn opgestaan en hebben de aanzet gegeven tot de kerkhervorming. Hun leerlingen hebben nieuwe belijdenisgeschriften opgesteld, die opkomen tegen de dwalingen van de Rooms Katholieke Kerk, de wederdopers (een radicale stroming tijdens de Reformatie) en later de Remonstranten.

1. Nederlandse Geloofsbelijdenis (37 artikelen opgesteld door Guido de Brès. Voor het ontwerp ervan maakte hij gebruik van de Franse geloofsbelijdenis. In 1561 kwam deze geloofsbelijdenis in onze taal gereed). Achterliggende gedachte was dat de onderdrukkende Roomse overheid een goed beeld kreeg van de inhoud van de gereformeerde leer, en niet werd verward met de opvattingen van de radicale wederdopers.

2. Heidelbergse Catechismus In 1563 opgesteld door Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus. In onze taal overgezet door Petrus Datheen. De gewoonte om iedere zondag een keer uit de Heidelbergse Catechismus te preken ontstond al vrij snel na de Reformatie.

3. Dordtse Leerregels (of vijf artikelen tegen de Remonstranten, namelijk: 1. Van de Goddelijke Verkiezing en Verwerping (God verkiest uit vrije wil en niet op basis van een vooruitzien geloof). 2. Van de dood van Christus en de verlossing van de mensen daardoor (geen algemene verzoening, maar particuliere genade).  3 en 4. van de menselijke verdorvenheid en bekering tot God alsmede de wijze waarop dit plaatsvindt. (Mens heeft geen vrije wil meer om te kiezen voor God. Zijn wil is volkomen verdorven. De Heilige Geest bearbeidt de mens, slechts goddelijke genade is de mens genoeg) 5. Van de volharding (het zaligmakend geloof verliezen is onmogelijk).