Deel 4

Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland

In de periode 1952-1975

Uitnodiging Dordrecht, 1ste bespreking 22 juni 1965, kerkelijke weg ds. Hennephof, verdere punten van bespreking, 2de bespreking 19 oktober 1965, orde des heils, verbondsgedachte, heilshistorisch en exemplarisch

"Er zijn er die zeggen, dat de rechtvaardigmaking, al van eeuwigheid plaats gevonden heeft. Maar dat kan gewoon niet. Immers de mens kan van eeuwigheid niet geloven. (Er is wel van eeuwigheid een besluit tot rechtvaardigmaking.) Anderen zeggen de rechtvaardigmaking heeft plaats gevonden in de opstanding van Christus. Toen is Christus gerechtvaardigd en de Zijnen met Hem. En dat is waar in zekere zin, maar niet de rechtvaardigmaking waarover in zondag 23 gesproken wordt. Het gaat hier over de rechtvaardiging door het geloof. De personele rechtvaardigmaking vindt plaats in de tijd, en wel nadat de Heere de zondaar zaligmakend roept. Bij de levendmaking of de wedergeboorte is de mens passief. Maar in de weg van de heiligmaking kan de zondaar komen, door de activiteit van het geloof, tot de bewustheid, gerechtvaardigd te zijn."

A.W. Langstraat

Museumstraat Dordrecht met links kerkgebouw Oud Gereformeerde Kerk
Museumstraat Dordrecht met links kerkgebouw Oud Gereformeerde Kerk

In januari 1965 ontstonden contacten met de Oud Gereformeerde Kerk rondom ds. B. Hennephof (1896-1970). Tweemaal werden er officiële samensprekingen gehouden met deze kerkelijke groepering om te onderzoeken of men "in broederlijke liefde en onder Gods zegen" tot een fusie zou kunnen komen. De besprekingen zijn in zoverre interessant omdat er ook onderwerpen aan de orde komen zoals prediking, verbondsbeschouwing, de orde des heils etc.

Uitnodiging Dordrecht

Op 11 januari 1965 lag op de kerkenraadstafel in Delft opnieuw een uitnodiging op tafel, nu van de kerkenraad van de Oud Gereformeerde Kerk van Dordrecht, om aanwezig te zijn op de classisvergadering van genoemde kerk. Dit om te zien of er wellicht mogelijkheden waren tot samensprekingen. Predikant van de Oud Gereformeerde Kerk van Dordrecht was Berend Hennephof.

Op 16 september 1943 was Hennephof met zijn gemeente in Scheveningen, Dordrecht en een afdeling in Monster buiten de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten komen te staan. Hierna was Hennephof begonnen met het organiseren van een eigen kerkverband waarin zijn gemeente in Dordrecht met enkele andere gemeenten in Colijnsplaat, Scheveningen, Monster, Oud-Beijerland, Hoofddorp en Giessendam werd verenigd. Aan het einde van het jaar 1953 werd ds. Hennephof ziek. Het kerkverband van ds. Hennephof raakte hierna in verval. In 1956 waren alleen de gemeenten Dordrecht, Colijnsplaat en Oud-Beijerland overgebleven. In deze hoedanigheid zocht de kerkelijke groepering nu toenadering tot de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland. De kerkenraad van Delft was bereid tot een kennismaking en lichtte de gemeente Hoofddorp hierover in. Ook in het verzoek of ds. Van Minnen voorafgaand aan de classisvergadering van 22 juni 1965 in Dordrecht wilde preken zagen de Delftse broeders geen enkel bezwaar. 

1ste bespreking 22 juni 1965

Op dinsdag 22 juni 1965 waren op de classisvergadering namens de Oud Gereformeerde Kerk in Colijnsplaat aanwezig de brs. J.P. Schippers en de Munter, namens de Nederduits Gereformeerde Gemeente in Oud-Beijerland de broeders H. Baars en de Regt, namens de Oud Gereformeerde Kerk van Dordrecht ds. B. Hennephof, Korpershoek, Paans, A. Nelemans, Buizert, Van Gelderen, Kreukniet en Evers. Als gasten waren aanwezig namens de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Delft ds. J.G. van Minnen, P. Langstraat, A. Deijs, A.W. Langstraat, J. Langstraat en namens de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Hoofddorp de brs. G. Barten, J. van Minnen en D.J. Boot. De vergadering stond onder leiding van ds. B. Hennephof. 

Na de opening met zingen, Schriftlezing en gebed verwelkomde ds. Hennephof de gasten en sprak de hoop uit tot nadere samenwerking van de gemeenten alhier vertegenwoordigd. Naar aanleiding van een vraag van br. Kreukniet werd gesproken over de leer van de algemene verzoening. "De algemene verzoening is de gedachte dat God wel zo goed is, dat niemand van goede wil verloren zal gaan. God vergadert echter, volgens de vergadering, een nieuwe wereld uit alle natiën, tongen en geslachten. Het aanbod is algemeen, want God heeft geen lust in de dood van de mens, maar dat zij zich bekeren en leven. Dit is iets wat van onze zijde niet te begrijpen is, maar alleen te geloven."

"Het willen begrijpen is in onze kringen de ellende en het niet willen wordt niet verstaan. Door de doop zijn alle gedoopten kinderen des koninkrijks, daar ook Ezau door de besnijdenis geheiligd was. Maar de doop is niet alles, het is een heenwijzing en een pleitgrond naar en op het alleen zaligmakend zoenbloed van Jezus Christus. Van deze heiliging zal ons rekenschap gevraagd worden. Daarom staat er in Gods Woord dat de kinderen des Koninkrijks buitengeworpen zullen worden. Van deze uitverkiezing wordt veel misbruik gemaakt. De verborgenheden zijn voor de Heere onze God en de geopenbaarde voor ons en onze kinderen. Het geloven wordt dan een verstaan en het wonder wordt gezien dat ik nu uitverkoren ben."

"Als er geen uitverkiezing was dus alleen algemene verzoening of helemaal geen verzoening, dan hoeft er niet gepreekt te worden. Laat ons aller bede zijn: Heere, ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp. Zo wordt geloven niets te zijn voor die grote God en kunnen wij niets anders als alleen goed te spreken van die God." Na deze bespreking werd er met elkaar een broodmaaltijd gebruikt waarvoor br. Barten (Hoofddorp) een zegen vroeg.

Kerkelijke weg ds. Hennephof

Hierna vertelde ds. B. Hennephof in het kort hoe het kwam dat hij met drie gemeenten op zich zelf was komen te staan. Vanaf 1922 was hij met de oude ds. C. Jonge bezig geweest om verschillende Oud Gereformeerde Gemeenten in het land samen te voegen.[*] Met de meeste predikanten binnen deze kring bleek hij echter niet eensgeestes, want "zij hadden kritiek geuit op zijn prediking tijdens een classicale vergadering." "Het grootste strijdpunt was dat zij zeiden dat zij Ledeboerianen waren, maar niet onderschreven dat ds. Ledeboer op grond van Gods Woord zei, dat als er een bewust weten is dat wij het eigendom van de Heere zijn dat wij dan wedergeboren zijn." Hij heeft aan alle predikanten en kerkenraden een brief geschreven over de gang van zaken en dat hij bereid was aan te tonen het verschil tussen Oud Gereformeerd of Gereformeerde Gemeenten. Op dit schrijven kreeg hij bericht van de scriba van de classis dat hij de inhoud van zijn brief moest herroepen. Omdat hij dit weigerde werd hij uit de classis gestoten. Hierna heeft hij een eenzaam pad bewandeld en verschillende teleurstellingen moeten incasseren. 

Ds. Hennephof toonde zich verheugd dat er nu contacten waren met de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland en ook de andere broeders binnen zijn verband gaven aan verblijd te zijn met de contacten. Na enige opmerkingen en gelegenheid tot vragen stellen kreeg nu ds. Van Minnen het woord om iets te vertellen over zijn kerkelijke gang.

Ds. B. Hennephof
Ds. B. Hennephof

Als er geen uitverkiezing was dus alleen algemene verzoening of helemaal geen verzoening, dan hoeft er niet gepreekt te worden. Laat ons aller bede zijn: Heere, ik geloof. Kom mijn ongeloof te hulp.


Oud Gereformeerde Kerk Dordrecht
Oud Gereformeerde Kerk Dordrecht

Noten

[*] In de jaren dertig nam ds. B. Hennephof nog het initiatief tot uitgave van het "Gereformeerde Maandblad". Ds. Hennephof had zich toen een kring van medewerkers verzameld als ds. J. van 't Hoog uit Utrecht, ds. C. de Jonge uit Kampen, ds. C. Kramp uit Enkhuizen, ds. W. Baaij uit Tholen en de heer Pleun Kleijn uit Rotterdam. Ds. M. Overduin uit Dordrecht schreef een aanbeveling in het eerste nummer.

[*] In dit verslag komt de aanvaring met ds. G.H. Kersten in 1928 verder niet ter sprake. Zie hiervoor biografische schets Jacob Gerardus Van Minnen.

Verdere punten van bespreking

Hierna ontving ouderling A.W. Langstraat het woord en deze zei "dat het goed was als er diepe bewogenheid is in ons aller hart om de verscheurdheid die ontstaan is vanwege de zonde." De begeerte van de kerkenraad van Delft is om niet alleen te staan. Hij stelde de vraag: "dat als een mens bewust wordt dat hij gerechtvaardigd is, of dit niet vereenzelvigd werd met de  wetenschap van de wedergeboorte." Ter verduidelijking werden voorbeelden aangehaald van Jacob in Bethel en de belijdenis van Petrus. "Men moest voorzichtig zijn om niet te beschouwend te spreken. Jacob belijdt dat het een huis Gods was, maar er staat verder niets bij. Petrus geeft wel door een levend geloof antwoord, maar er mag niet gesteld worden dat Petrus wist dat hij wedergeboren was, want na het hoogtepunt kwam direct het dieptepunt. Het was nog maar een begin." "Voor de uitersten moeten wij waken. Het gaat om de zaken en niet om de benadering ervan. Velen hebben met een beginsel een hoop, maar er is geen hoop voor het geloof. Nooit is het een onzeker blijven, maar op deze aarde een zeker weten dat wij eigendom van Christus zijn en daarom ook, geen rusten tot dat het weten er is. Het is de dood van de kerk door alleen maar te klagen zonder ooit vruchten voort te brengen."

Br. Langstraat stelde vervolgens in bespreking de drie stukken die genoemd werden in artikel 28 en 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis die onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. "In de prediking moet naar voren komen niet het subjectieve of het objectieve maar het objectieve-subjectieve."

Tenslotte kwam ter sprake naar aanleiding van een vraag van br. Deijs  wat verstaan moet worden onder de tucht in het licht van Gods Woord. "Alle openbare zonden vallen onder de tucht. Andere zaken zoals een slordige kerkgang kan alleen met de eerste trap van censuur." Naar voren kwam "dat allen het op grond van Gods Woord niet toelaatbaar achtten dat een meisje met kort haar belijdenis des geloofs aflegt en dat een vrouw met kort haar aan het Heilig Avondmaal kan deelnemen."

"Het deelnemen aan het Heilig Avondmaal is geen gevolg van het doen van belijdenis, wat wel noodzakelijk zou moeten zijn, maar dan alleen als er ernst mee gemaakt wordt." 

In grondslag was er tijdens de bespreking overeenstemming te bespeuren en br. Baars (Oud-Beijerland) gaf aan blij met deze samenspreking. Anderzijds bleef hij ook wat terughoudend omdat zijn gemeente door een vorig geval helaas verscheurd werd. Hier wil hij echter niet op zien. Als de prediking goed mag zijn dan zijn als uitvloeisel alle andere zaken ook goed. Er werd nu een voorstel gedaan en aangenomen dat de beide predikanten in de komende maanden een rondgang zouden maken, zodat in de gemeenten over de prediking gesproken kon worden. Op de volgende classisvergadering op 21 september 1965 zou de samenspreking voorgezet worden. [*]

2de bespreking 19 oktober 1965

Tot een tweede ontmoeting tussen beide kerkelijke groeperingen kwam het - na een enig uitstel - tijdens de classisvergadering van 19 oktober 1965. Aanwezig waren namens de Oud Gereformeerde Kerk van Colijnplaat de broeders J.P. Schippers en Munter, namens de Nederduits Gereformeerde Gemeente van Oud-Beijerland de broeders H. Baars en de Regt, namens de Oud Gereformeerde Kerk van Dordrecht ds. B. Hennephof met de broeders Korpershoek, Paans, v.d. Glas, Kreukniet, Nelemans, Buizert, Van Gelderen en Moerman. Als gasten waren aanwezig namens de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Delft ds. J.G. van Minnen met de broeders A.W. Langstraat, P. Langstraat, J. Langstraat en A. Deijs. Namens de Christelijke Gereformeerde Gemeente van Hoofddorp de broeders G. Barten en J. van Minnen en D.J. Boot. De vergadering stond onder leiding van ds. J.G. van Minnen. 

In zijn openingswoord zei ds. Van Minnen "dat er wel een erkennen van Gods Woord kan zijn, maar dan naar eigen idee en goedvinden. Als wij zo leven kunnen wij vele vrienden maken en hebben. Gods Woord moet beleden en beleefd worden in de juiste harmonie al zal het op aarde nooit volmaakt zijn. Er is geen verwachting van onszelf maar alleen van God. Dan is er een breken van eigen kracht en werkheiligheid, opdat er met Paulus een roemen zal zijn: Als ik zwak ben dan ben ik machtig."


Er is geen tijdsverschil in de levendmaking -dood of leven- en roeping, wedergeboorte, rechtvaardigmaking en heiligmaking, want het is bij God in een ogenblik. Maar in de mens is er wel een opeenvolging in de uitwerking van deze zaken.


Oud Gereformeerde Kerk Colijnsplaat
Oud Gereformeerde Kerk Colijnsplaat

Orde des heils

De voorzitter opent nu de bespreking om te komen tot samenspreking en indien mogelijk tot een fusie en legt als grondslag voor de bespreking de orde des heils naar Gods Woord en de drie formulieren van enigheid. "De rechtvaardigmaking is een juridische daad van 1 moment aan Gods zijde. De mens is niet geheel uitgeschakeld bij dit proces, want als iemand zijn zonden kent kan hij daarin niet meer leven en rust niet voordat hij weet dat zijn zonden vergeven zijn. Waar God begint gaat het hart van een zondaar werkzaam daar naar uit. Alle gronden worden in een mens afgekapt, maar het werk Gods is zeker. Wij moeten als kinderen leren gehoorzamen in deze weg, al is er niet altijd het gevoel. In ons mens zijn blijft alles beperkt en beknopt, maar het werk Gods gelukkig nooit. De vrucht zal openbaar komen omdat het is belijden en beleven."

"Er is geen tijdsverschil in de levendmaking -dood of leven- en roeping, wedergeboorte, rechtvaardigmaking en heiligmaking, want het is bij God in 1 ogenblik. Maar in de mens is er wel een opeenvolging in de uitwerking van deze zaken. Alleen Gods Woord kan ons op deze weg brengen en geen dominee of enig ander mens. Het kan zijn, als is er geen zeker weten bij een mens, dat deze mensen toch zeer ruim naar de hemel gaan, maar hier mogen wij beslist nooit van uitgaan en mee rekenen. De zonden zullen de mens tot aan zijn laatste zucht bijblijven als een vuile stank net als Jona die de vuile lucht van de ingewanden van de vis altijd bij zich had. Van Job zegt God, dat hij oprecht was, dit is vrijgesproken." De rechtvaardigmaking moet in de heiligmaking uitkomen." 

Na een gezamenlijke broodmaaltijd waarvoor br. Baars een zegen vroeg en br. v.d. Glas dankte zei de voorzitter (ds. van Minnen) dat er, al is er ten opzichte van de leer des heil verschil van nuancering, meer duidelijkheid ontstaan is.

Nederduits Gereformeerde Gemeente Oud Beijerland
Nederduits Gereformeerde Gemeente Oud Beijerland

Noten

[*] Als de kerkenraad van Delft het verslag ontvangt van de eerste vergadering in Dordrecht kunnen enkele passages de goedkeuring van de broeders niet wegdragen. Zo wordt in het verslag vermeld dat het initiatief tot samenspreking van de Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland uitgegaan zou zijn, hetgeen echter ten enenmale onjuist is. Als het gaat over de orde des heils staat geschreven dat een mens bewust gerechtvaardigd moet zijn wil het wel zijn. De broeders zijn van mening dat als zodanig niet over dit onderwerp gesproken is. Op de volgende vergadering worden deze zaken gerectificeerd.

Verbondsgedachte

Br. Van der Glas (Dordrecht) vroeg nu hoe men de verbondsgedachte in de prediking zag. "De prediking moet geschieden tot alle mensen, gericht zijn op de gehele gemeente daar zij allen bondelingen zijn. Zij moet niet onderverdeeld zijn in een woord tot bekeerden en onbekeerden en bekommerden. Zij moet bevatten de bevindelijke waarheid die in de te prediken tekst tot uiting komt en is bestraffend, waarschuwend en vertroostend. Dus er moeten geen bepaalde groepen gezien worden, maar alleen zondaren. Het levensdoel moet zijn om God de eer toe te brengen op die ene weg naar het kruis. Op deze weg staat een ieder persoonlijk voor eigen rekening. Als door Gods genade de mens zijn hand mag leggen op de beloften Gods dan volgt hierop de verzegeling. Gods genade is oneindig groot daar boven de wet staat: Ik ben de Heere uw God die u uitgeleid heb."

Heilshistorisch en exemplarisch  

Br. Kreukniet vroeg nu of er in de prediking een gestalte gepreekt moet worden of alleen Christus. "De prediking moet heilshistorisch en exemplarisch gebracht worden. De bediening kan niet zonder gevoel gebracht worden, maar het mag beslist niet domineren. Een waar zaligmakend geloof is nooit zonder gevoel. In de prediking moet de mens horen wie en wat hij is naar Gods Woord, maar ook Wie en wat Christus is. Voor alle eenzijdigheid hebben wij ons te waken. In de prediking moet een ieder zijn naam kunnen horen en leren of mijn geloof gegrond is op Gods Woord. De apostel zegt dat wij ons moeten haasten om onze roeping en verkiezing vast te maken. Hier moeten wij waken om niet in uitersten te vallen. Tegenover Gods werk in ons moet gezet worden Christus die alles werkt in ons. Dan horen we ook hoe de werking van de Heilige Geest naar Gods Woord functioneert in het hart van de zondaar en dit in het hart wordt verzegeld."

Aangezien de besprekingen tussen beide kerkelijke groeperingen tot nu toe harmonieus waren verlopen werd een derde gezamenlijke classisvergadering afgesproken op 27 januari 1966. Als roepende gemeente werd Delft aangewezen.


Tegenover Gods werk in ons moet gezet worden Christus die alles werkt in ons. Dan horen we ook hoe de werking van de Heilige Geest naar Gods Woord functioneert in het hart van de zondaar en dit in het hart wordt verzegeld.


A.W. Langstraat (1914-1993), J.L. Langstraat (1904-1991) en P. Langstraat (1899-1980)
A.W. Langstraat (1914-1993), J.L. Langstraat (1904-1991) en P. Langstraat (1899-1980)

Vervolg

Ds. Van Minnen neemt afscheid van Delft, Ds. B. Hennephof (1965-1966) in Delft, Dordrecht annuleert derde gezamenlijke classis-vergadering, Haarlem-Centrum, Bewaar het Pand, Sabbatsgebod, Statenvertaling of een nieuwe vertaling, Landelijk comité voor behoud van de Statenvertaling, Wat wil prof. Oosterhoff zeggen? I, Christelijke Gereformeerde Kerk in Hersteld Verband van Zwijndrecht (Ds. E. Venema), Uit de Haagse hof geplukt, Wat wil prof. Oosterhoff zeggen? II, Bezwaren tegen Prof. dr. B.J. Oosterhoff (Classis Utrecht), Bezwaren tegen Prof. Oosterhoff afgewezen (Particuliere Synode van het Oosten)Waarom een Reformatorisch Dagblad en hoe?, Ouderling G. Barten (Haarlem-Centrum/Hoofddorp), Arnhem met ds. J.C. van Ravenswaay, Initiatief uit Alphen aan den Rijn (Ouderling Joh. van der Lee), Referaat ouderling J. Veenendaal (Driebergen)