Boodschap van genade niet zonder waarschuwing

Ds. K. Hoefnagel

Waarom is het Evangelie zo rijk en is het zo heerlijk om een Evangeliedienaar te zijn? Omdat je verkondigen mag dat de Heere Jezus Christus bevrijdt van zonde, schuld, dood én hel.

Er is nooit een prediker geweest die zo ernstig en realistisch over de hel gesproken heeft als de hoogste Profeet, de Heere Jezus Christus. Er is ook nooit een prediker geweest die zo welmenend en indringend gesproken heeft over de verlossing van de zonde en haar gevolgen, inclusief de hel, als Hij. Neem slechts dat ene aangrijpende woord uit Zijn mond: "Vrees niet voor degenen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel" (Mattheüs 10:28).

De uitslag van de gehouden enquête over het geloof in de hel is gewoon schokkend (RD 8-2). Een dergelijke enquête onder niet-kerkmensen zal een voorspelbare uitkomst geven. In de wereld gelooft men niet, dus ook niet in de hel. Ook niet in de hemel trouwens, althans niet in de hemel als het huis van de Vader met zijn vele woningen, zoals de Bijbel daarover spreekt. De uitslag dringt predikanten tot zelfonderzoek. Ik heb dat bij mezelf geprobeerd. En ik moet zeggen dat ik ook liever met de boodschap van Gods genade kom dan met een waarschuwing voor het verderf. Maar ik heb wel ontdekt dat het één niet zonder het ander kan.


De rijkste voorstelling in de prediking van Gods genade in Christus Jezus blijft zonder effect in de lucht hangen, als niet tegelijk gesteld wordt dat het "onrein achten van Christus' bloed" (Hebreeën 10:29) met de zwaarste straf bestraft zal worden.


Zonder liefde en bewogenheid kan een prediker niet over de hel spreken. Trouwens, ook niet over de hemelse zaligheid. De "liefde van Christus" drong Paulus, omdat hij wist van "de schrik des Heeren" (2 Korinthe 5).

Een kerkmens die niet in de hel gelooft, gelooft ook niet in de hemel. Al wie daar immers komen mag, zal daar komen omdat hij verlost is van een welverdiend oordeel. Trap en mate mogen verschillen, maar van de hemelingen is er niemand die hier op aarde geen weet heeft gekregen van zijn helwaardigheid. En van de rijkdom van Gods genade.


Wie niet in de hel gelooft, gelooft niet in de waarheid van Gods Woord. Wie niet in de hel gelooft, gelooft niet in God en diens rechtvaardigheid. Wie niet in de hel gelooft, gelooft ook niet in zijn doemwaardigheid. Wie niet in de hel gelooft, gelooft niet in de Heere Jezus Christus, Die helse benauwdheden moest smaken vanwege de zonde en daarom en daarom alleen en daarom ook zeker van de helse benauwdheid verlost.


Als we in de prediking te pas en te onpas over de verschrikkingen van de hel spreken, kan dat afstompen, zeker omdat we van nature dood zijn voor de dood. Als we nooit over de realiteit van de hel spreken, doen we het indringende woord van de Heiland tekort: Hij roept op om de enge poort in te gaan, opdat we vlieden van de toekomende toorn (Johannes de Doper).

Wat predikers nodig hebben, is dat zij het beeld van Christus vertonen en met grote bewogenheid prediken van zonde en genade, dood en leven, hel en hemel, kortom de twee wegen.

De Heere Jezus sprak in beeldende taal. Ook over de hel. Het zijn aangrijpende beelden. Opdat we zouden reageren zoals de jonge Charles reageerde, toen hij bij opa Spurgeon aanhield om hem uit te leggen wat de bodemloze put is, een beeld van de verlorenheid. Toen hij het eenmaal wist, besloot hij op een kinderlijke manier er alles aan te doen om daar maar nooit te komen, een put zonder bodem! Je valt en je valt en je valt, zonder ooit op de bodem terecht te komen. Want er is namelijk geen bodem.

Ten slotte: waarom is het Evangelie zo rijk en is het zo heerlijk om een Evangeliedienaar te zijn? Omdat je verkondigen mag dat de Heere Jezus bevrijdt van zonde, schuld, dood én hel.

Bron: Reformatorisch Dagblad