Bethlehems velden

Ds. J.G. van Minnen

"En van stonde aan was daar met de Engel een menigte des hemelse heirlegers." Lukas 2: 13a


De plaats waar.... en 't publiek voor wie de engelen zongen. Wij hadden voor die majesteitelijke troongeesten toch wel de tempel uitgekozen; t centrum van Israels eredienst. God heeft er anders over gedacht. Trouwens, de Schriftgeleerden, priesters en rabbijnen zouden voor engelen hun plaats niet hebben afgestaan. Zij waren toch het middelpunt van de eredienst? Toch verwijst de Heere de engelen-zangers in de kerstnacht niet naar de tempel. Zij zullen deze nacht zingen in het open veld. Over de leiders van het kerkelijke Jeruzalem heeft de Heere uitgegoten een geest van diepe slaap en hun ogen toegesloten. Hij heeft ze verblind (Jesaja 29). Zij die het volk ambtshalve moesten leiden naar het geboren Kindeke, deden niet anders dan het volk tot zichzelf leiden, om te ontvangen aanbidding, eer en dank'bre lofgezangen. Zij die het konden weten bleven die nacht op de stoel van Mozes zitten in de tempel. Als het daar gebeurd was, hadden ze de Engelen en het Kindeke Jezus weggekeken.

Zo gebeurt het dan op de velden van Bethlehem. Het koepeldak van die kerk is de donkere hemelboog, waarin de sterren als diamanten lichten. Daar zingen vannacht de engelen. En voor welk publiek? Voor geen saamgepakte schare, op sensatie belust. Dun bezet is het maar in de Kerstnachtdienst op het open veld. De 'Zijnen' die er moesten zijn, hebben Hem niet aangenomen. Hun verlangen ging uit naar David's grote Zoon, om de bezetter te verdrijven, opdat tempel-glorie en volksglorie weer eens schitteren zou.

Maar de dienst zal niet afgelast worden wegens te weinig opkomst. En die er waren - want God telt niet in de eerste plaats maar weegt, - nu, die heeft Hij niet te licht bevonden. En dat waren de herders! Herders- de ambtsdragers van Jeruzalem zouden gelachen hebben om zulk een groepje. En wat waren dat dan nog voor mensen! Herders - mensen van geen tel; ze mochten niet eens als officiele getuigen voor de rechtbank gedagvaard worden. Het minste soort van het volk. En voor dat soort zullen troongeesten zingen in deze schoonste der nachten. Aanbiddelijk wonder van genade en vrijmachtige verkiezing! De boodschap, dat het Verzoenoffer in de kribbe is gelegd, jubelend door zingende Engelen vertolkt....die boodschap van de hemel horen herders; mensen van geen tel in het kerkelijk Jeruzalem. Vrije verkiezing flonkert boven het licht van de geopende hemel uit! "Het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen (in Jeruzalem) beschamen zou...en het verachte heeft God uitverkoren en hetgeen niet is (wat niet meetelt, zoals die herders en dat soort) opdat Hij hetgeen iets is te niet zou maken, opdat geen vlees zou roemen voor Hem".


Geen machtige kathadraal was het, waar de engelen zongen - de velden van Bethlehem slechts. En het publiek waarvoor ze zongen...niet bij uitstek edele, gecultiveerde, theologisch-wetenschappelijke mensen. Herders, nullen in de ogen van de weleerwaarde mannen van Jeruzalem. Maar de souvereine God spreekt hier: "Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan en het verstand der verstandigen zal ik teniet maken", 1 Korinthe 1: 19-21.


De wijzen en de schriftgeleerden tronen op de stoel van Mozes te Jeruzalem - bij zulke herders, dat is hun stand niet. Maar de Heere verkiest hen als getuigen en hoorders van het Engelenlied. Toen - en het is nog waar: niet vele wijzen naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edele geboorte! Hier struikelen ze als over de "skandalon"; de steen, de rots der ergernis: herders, kribbe en straks over het kruis. Dit al, is de wijzen een dwaasheid!. "o Kerstnacht schoner dan de dagen, hoe kunnen die wijzen het licht verdragen, dat in uw duisternis viel". Heerlijke Kerstdienst, bijgewoond door mensen, die niet in tel zijn. De God van het Welbehagen zonden de Engelen juist naar die herders. Vrede op aarde onder die mensen van het Welbehagen Gods.

"Stille nacht": boven de velden van Efratha. "Stormnacht was het ook. Als de boodschap gebracht wordt aan herders en dat soort mensen en de wijzen uitgeschakeld worden. Dan stormt het van vijandschap bij de godsdienstige mens zonder God, over de stille nacht des Welbehagens voor herders. Zo kan Kerstfeest onze valse rust wel eens komen verstoren. Dan gaat ons lied eraan en onze eigenwillige godsdienst, als de Heere door Zijn Woord en Geest ons ontdekt. Bij waarlijk Kerstfeest, gaan de dominees van de kansel en komt de Heere erop. Dat gebeurt als ze verwaardigd worden, dat Kindeke te prediken door de Heilige Geest. 'naar het hart van Jeruzalem'.

Maar dit is geen evangelie naar de mens, maar voor de mens. Kerstfeest-dienst houden, dat is door de God Drie-enig bediend worden met het arme volk van God; met herders en dat slag mensen. Die worden  door vele Schriftgeleerden van Jeruzalem 'doorgezakte' mensen genoemd. Grote genade als we door al onze vroomheid en eigen gronden eens 'doorzakken' en op de Rotssteen terecht komen. Hartelijk geluk gewenst, als we zo eens en telkens weer 'doorgezakte' mensen worden. Veracht bij de wereld en nog veel meer bij de verwereldlijkte kerk. Maar niet bij God. Wie ook de herders en dat soort verachten, God wilde hen niet verachten. Het waren van eeuwigheid gekenden uit Zijn souverein welbehagen. Daarom kende ze de Heere ook in de Kerstnacht en ging hen niet voorbij. Hij liet dienst voor hen houden op Efratha's velden en Engelen zingen. De Heere schakelt grote, hoge, quasie vrome, geleerde en verheven mensen uit. Hij roept arme, ongeletterde, van geen tel zijnde herders in de kerstdienst op de velden van Bethlehem. En God viert met hen Kerstfeest, en zij met die God des Welbehagens! Zo doe hij ook met ons!

Ds. J.G. van Minnen

In leven Christelijk-Gereformeerd predikant in Huizen, Delft en Hoofddorp.