Begeerte naar Jezus

Ds. H. van Leeuwen

"En als Herodes Jezus zag, werd hij verblijd; want hij was sedert lang begerig geweest Hem te zien."  Lukas 23:8a.

Wanneer twee hetzelfde zeggen of doen, is het niet altijd hetzelfde. De farizeeër en de tollenaar gingen beiden op naar de tempel om te bidden. Maar wat lag er een diepgaand verschil tussen beider gebed. Hoe totaal anders was de inhoud van ieders gebed en hun gestalte in hun bidden. Dit geldt ook van begeerten naar Jezus. Het gaat er maar om, uit welk motief men begeert Jezus te zien. Waarom begeerde Herodus dit? Wanneer we dit hier zo lezen dan zouden we zeggen: dat is toch kostelijk! Wie begeert dat van nature? Toch niemand.


Is het dan niet bemoedigend te horen, dat iemand belangstelling toont voor de dingen van Gods Koninkrijk? Keert zich de massa in onze tijd niet af van de Christus, van Zijn Woord en van Zijn dienst? En is er iets schoners en heerlijkers dan Jezus te zien?


Is Hij niet de schoonste van de mensenkinderen? Roept de bruid niet uit in het Hooglied: "Mijn Liefste is blank en rood. Hij draagt de Banier boven tienduizend"? "En al wat aan Hem is, is gans begeerlijk". Zó begeerde Herodes Jezus echter niet te zien. Verre vandaar! Zijn belangstelling had een geheel andere achtergrond. Zij vloeide voort uit angst. Pilatus had vernomen, dat Jezus uit Galilea kwam. Gezien Herodes over Galilea viervorst was, zond Pilatus Jezus naar hem toe. Een terechtstelling kon namelijk op drie plaatsen geschieden: op de plaats van geboorte, in eigen woonplaats of daar, waar de misdaad begaan was. Hier dus op de plaats van geboorte. 't Was tegelijk een welkome gelegenheid voor Pilatus om van Jezus af te komen. Herodes was immers te Jeruzalem deze dagen terwille van het Paasfeest. Als half-Jood gevoelde hij zich daarbij geïnteresseerd. Zo stond Jezus vóór Herodes. En die was er erg blij mee. Sinds hij Johannes de Doper op een lichtzinnige manier had laten onthoofden, kwelde hem een pijnlijke gewetensangst. In Mattheus 14:1 lezen we, dat Herodes het gerucht van Jezus gehoord had. En nu kon het wel eens zijn, dat Johannes de Doper was opgestaan van de doden, zodat hem nu de vergelding wachtte. Maar gelukkig, nu hij Jezus als een gebondene vóór zich zag, werd het hem duidelijk, dat Hij Johannes de Doper niet was. Geen wonder, dat hij verblijd was Jezus te zien. 't Werd zelfs voor hem een interessant geval. Hij ondervraagt Hem en hij wil, dat Jezus een "teken" zou doen. Maar . . . Christus zweeg!

O, welk een diepe versmading voor de Borg. Maar ook: welk een borgtochtelijke gehoorzaamheid bewees Christus met dit Zijn zwijgen. Want dit leidde niet tot Zijn vrijlating. Integendeel! Nu Herodes ziet, dat hij teleurgesteld werd, wordt Zijn vijandschap openbaar. Z'n angst is geweken, z'n spotlust breekt door. In de witte mantel, de candidatentoga voorstellende, stelt hij Jezus ten toon als een carricatuur-koning en zendt Hem terug naar Pilatus. Wat heeft het de Borg toch gekost om voor een schuldig volk te verwerven de "mantel der gerechtigheid". Voor zulken, die het met schaamte en smart moeten belijden, eens in het Paradijs de koningsmantel te hebben afgeworpen, ja, te hebben gespot met Gods heilige deugden, met de gerechtigheden Gods. En welk een eeuwig wonder zal het voor dat volk zijn, wanneer het straks, gewassen en gereinigd door het Bloed van het Lam, voor Gods Troon mag staan in de lange witte klederen! En daarom heeft het hier ware zielsbegeerte gekregen om Jezus te zien, Hem te ontmoeten, in de weg des geloofs. Zo is het een aanschouwen des geloofs. "En wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd".


Hebt u nu begrepen, dat begeerte om Jezus te zien kan voortvloeien uit een geheel verschillend motief? Hebt u de ware heilbegeerte gekregen om als een schuld-verslagen zondaar zo de Borg te mogen kennen? Tot de gebrokenen van hart, tot berouwvolle zondaren spreekt Christus wèl! Hoort, wat Hij sprak tot die boetvaardige moordenaar aan het kruis: "Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn."


Velen begeren Jezus te zien, echter niet uit die verslagenheid van het hart, doch slechts uit vermaak of uit kunstgevoel, zoals bij de Mattheuspassions. Er kan zelfs een begeerte naar Jezus zijn om het geweten tot rust te brengen, uit bangheid voor de hel. Maar, zo vraagt u, is gewetensovertuiging dan verkeerd? Neen. Het moet echter door ontdekkend licht komen tot overbuiging van het hart, in verbrokenheid des geestes vóór God! Tot zulke verslagen en heilbegerige harten spreekt de Heere van heil en troost. "Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft, Zijn gunstgenoot van blijde troost en vrêe." Psalm 85:3. Begeerte naar Jezus kan ook ontstaan uit bepaalde "gemoedsaandoeningen", doch die ook buiten de ware boetvaardigheid des harten omgaan. Bekommerden vanwege hun zonden zijn vaak zo bang, dat hun begeerte ook slechts een "gemoedsaandoening" is. Daarom vragen zij met de dichter van psalm 139: "Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten; en zie, of bij mij een schadelijke weg zij en leidt mij op de eeuwige weg". Nu kan er wel "gevoel" zijn zonder geloof. Vandaar dat men bevreesd is voor zelf-bedrog. Anderzijds is het zeker waar, dat er geen geloof is zondwe gevoel! Deze dingen zullen zeker naar de Heilige Schrift in de prediking "onderscheidenlijk" moeten worden doorgegeven, enerzijds tot bemoediging en vertroosting. Want hoe misleidend is het, wanneer de algemene werkingen van de Heilige Geest niet meer onderscheiden worden van het zaligmakende werk des Geestes, met name in deze tijd van grenzeloze vervlakking en onkunde ten opzichte van de geestelijke zaken, in Gods Woord verklaard. Wijst Hebreeën 6:4-6 niet ontroerend op de algemene gaven des Geestes?

Ja, dat we toch ter schole gaan bij onze vaak gesmaalde Godzalige oudvaders. Die zijn toch echt niet éénzijdig in hun verklaringen van de geestelijke zaken, in Gods Woord geopenbaard! Men begeert Jezus te zien in de prediking. En terecht! Christus moet voorgesteld worden in al Zijn Middelaarsschoonheid en rijkdommen, in Zijn noodzakelijkheid, gepastheid, algenoegzaamheid en beminnelijkheid. En dat wórdt Hij nu juist voor boetvaardige tollenaren en zondaren. Want door ontdekking en ontgronding van alles, wat van de mens is, maakt Gods Geest plaats voor zulk een Middelaar.

Bedrogen zullen uitkomen allen, die in de prediking een Jezus begeren naar eigen smaak. Doorzoeken we ons nauw, ja, zeer nauw, eer het besluit bare, volgens Zefanja 2.
Zalig, wie de ware heilbegeerte naar Jezus leren kennen. Zij zullen niet beschaamd worden!

"'t Behoeftig volk, in hunne noden,
In hun ellend' en pijn
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten Redder zijn."

. . . "

En zij zagen niemand anders, dan Jezus alleen!


Ds. H. van Leeuwen

In leven Christelijk-Gereformeerd predikant in Ermelo,  Tholen, Delft, Zaamslag, Arnhem, Rotterdam-West, Urk, Elburg


Recent verschenen boekje met preken van ds. H. van Leeuwen (uitgeverij De Schatkamer Rumpt (2020). Het boekje bevat 4 preken:

1. De heerlijkheid van het gedurig brandoffer in schaduw en vervulling n.a.v. Exodus 29: 42

2. De wenende zondares aan Jezus' voeten n.a.v. Lukas 7: 37-38

3. Het anker der hoop van de wachtende Kerk n.a.v. Handelingen 1: 4

4. De bede om de Pinkstervoleinding n.a.v. Openbaringen 22: 17

Het boekje (en vele anderen) is te verkrijgen via www.theologieportaal.nl