7 lessen van Salomo

Ds. A.J.T. Ruis

"Als er ... pest wezen zal, ...of enige krankheid wezen zal; Alle gebed, alle smeking, die van enig mens, van al Uw volk Israël geschieden zal; als zij erkennen een ieder de plaag zijns harten, en een ieder zijn handen in dit huis uitbreiden zal, Hoor Gij dan in den hemel, de vaste plaats Uwer woning, en vergeef, en doe, en geef een iegelijk naar al zijn wegen, gelijk Gij zijn hart kent; want Gij alleen kent het hart van alle kinderen der mensen; Opdat zij U vrezen al de dagen die zij leven zullen op het land dat Gij onzen vaderen gegeven hebt." (1 Koningen 8: 37-40)

Deze tekst leert ons 7 belangrijke lessen:

1. Bidden

Wat zullen we doen? - Het gaat in deze tekst over verschillende soorten besmettelijke ziekten: pest of enige krankheid. Daarmee worden ernstige en minder ernstige ziekten bedoeld. In al die situaties wijst de Bijbel ons de weg van het gebed. Dat geldt dus ook voor ons. Nu het coronavirus zich in ons land en daarbuiten verspreidt. Laten we bidden. In het besef dat de Heere regeert. En dat gezondheid en ziekte in Gods hand zijn!

2. Voorbede en smeekbede

Hoe zullen we bidden? - Salomo spreekt over twee soorten gebeden: gebed en smeking:

Met het woord gebed wordt onder andere voorbede bedoeld. Laat die voorbede er bij ons allen zijn. Voor degenen die al door het coronavirus getroffen zijn. Voor hen die bijzonder kwetsbaar zijn. Voor onze overheid die belangrijke beslissingen moet nemen. Voor degenen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en in andere vitale beroepen. Voor landen die nog ernstiger dan Nederland getroffen zijn. Voor elkaar.

Met het woord smeking wordt een smeekgebed om Gods genade bedoeld. Wat hebben we ook dat gebed nodig! Het is de Heilige Geest, Die dit gebed aan zondaren leert: een hartelijk en vurig gebed om Gods genade, vergeving, bewaring en genezing. Buigend in de belijdenis dat wij dat alles niet verdienen, maar toch niet kunnen missen.

3. In de kerk en thuis

Waar zullen bidden? - In gedachten ziet Salomo in dit gebed hoe het volk Israël zich in tijden van ziekte zal verzamelen in de tempel. Daar ligt een aansporing in om - binnen de grenzen van wat onze overheid toestaat - zo lang mogelijk samen te komen in de kerkdiensten, en ons daar te verenigen in voorbede en smeekbede.

Tegelijk geeft de Heere in Zijn wetten ook allerlei voorschriften die er op gericht zijn dat besmettelijke ziekten niet worden overgedragen. Melaatsen moesten bijvoorbeeld afgezonderd worden. Daarom zullen we ook in dit opzicht verantwoord moeten handelen en ons moeten voegen naar de voorschriften die de overheid geeft met het oog op de volksgezondheid en veiligheid.

Salomo spreekt ook over het persoonlijke gebed: alle gebed en smeking die van enig mens geschieden zal. We worden dus ook geroepen om ons thuis voor de Heere neer te buigen in voorbede en smeekbede. Op zondag als we niet naar de kerk kunnen gaan, maar thuis meeluisteren. Maar ook iedere dag doordeweeks.

4. De plaag van ons hart

Met wat voor hart zullen we bidden? - Salomo zegt, dat het nodig is, dat we in tijden van ziekte een ieder de plaag zijns harten erkennen. Daarmee wordt de natuurlijke verdorvenheid van ons hart bedoeld. De zonde is een 'besmettelijke ziekte' die nog veel ernstiger is dan het coronavirus. Ze is doorgegaan tot alle mensen en veroorzaakt de drievoudige dood. Wat is het nodig om deze plaag des harten voor de Heere te erkennen. Laten de huidige omstandigheden zo mogen worden geheiligd aan ons hart, dat we door ontdekkende genade bij de kwaal van ons hart gebracht worden.

Wat is het ook nodig om met de nood van deze plaag onze handen uit te breiden naar de Heere. Dat betekent: om onze eigen lege handen, ons gebrek, onze onmogelijkheden aan de Heere te laten zien. Voor Hem te belijden. Maar om ook alles van Hem te verwachten. Om in het gebed te vluchten naar de grote Heelmeester, Die uw en jouw hart kan reinigen en genezen. Zou voor de Heere iets te wonderlijk zijn?

5. Drievoudige noodkreet

Wat zullen we bidden? - Salomo bidt ons in vers 39 drie dingen voor:

Hoor! Eerst wordt gevraagd of de Heere horen wil vanuit de hemel, Zijn vaste woonplaats. In die woorden klinkt eerbied en ootmoed. Er klinkt ook een belijdenis in door, dat God regeert. Ook in tijden van besmettelijke ziekte!

Vergeef! Daarna wordt gevraagd of de Heere wil vergeven. Ook in een tijd dat een besmettelijk virus rondwaart, hebben we boven alles nodig, dat de Heere ons hart reinigt van al onze zonden. Dat Hij ons onze schulden vergeeft.

Doe! Tenslotte wordt gevraagd of de Heere wil doen, handelend wil ingrijpen. We mogen de Heere inderdaad vragen om bewaring, bescherming, kracht, hulp, moed. Tegelijk vraagt Salomo ook, of de Heere een iegelijk naar al zijn wegen wil geven gelijk Hij zijn hart kent.


De Heere kent onze wegen. Hij kent ons leven. Alles wat we hebben gedaan, gezegd, gedacht. Wat moet dat ons aanklagen. De Heere kent ook ons hart. Hij weet ervan, als we alleen maar bewaring of genezing nodig hebben om verder te willen leven zonder bekering en zonder God! Maar Hij weet er ook van, als onze zondige wegen ons tot schuld, schaamte en verdriet zijn geworden. En als er in ons hart een gebed is: Leer mij naar Uw wil te handelen; 'k Zal dan in Uw waarheid wandelen; Neig mijn hart en voeg het saam; tot de vrees van Uwe Naam.


6. Onze bedoeling

Met welk doel zullen we bidden? - We mogen de Heere bidden om bewaring voor de ziekte. Of genezing ervan. Maar met welk doel vragen we dat? Met welk bedoeling willen we eigenlijk blijven leven? Om door te gaan met zondigen en met een leven zonder de Heere? Dan zouden we misschien niet ziek worden. Of wel weer beter worden. Maar om uiteindelijk te sterven zonder God en voor eeuwig verloren te gaan. Laat dat niet zo zijn! De Heere geve dat de woorden van Salomo het gebed van ons hart mogen zijn: Opdat wij U vrezen al de dagen die wij leven zullen.

7. De lijdende Zaligmaker

Op welke grond zullen we bidden? - Alleen op grond van het werk van de grote Zoon van Salomo, de Heere Jezus Christus. Naar Hém wijst de voorbiddende Salomo heen. Hij is Degene van Wie Jesaja het zegt: Het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt. Een nog veel dieper lijden dan al het coronaleed van heel de mensheid bij elkaar, is op Hém aangekomen. Hij heeft het gewillig gedragen. Uit liefde voor Zijn Vader. En uit liefde voor verloren zondaren. Daarom strekt Hij ook in 2020 nog Zijn hand uit naar onreine melaatsen die met de plaag van hun hart aan Zijn voeten neervallen, buigend onder Zijn vrijmacht en pleitend op Zijn almacht. En Hij zegt het: Ik wil; word gereinigd. Mogen we ons met onze tijdelijke en geestelijke nood voor Hem neerwerpen in ons gebed!